4-609/1

4-609/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

4 MAART 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, teneinde tijdens het moederschapsverlof de uitoefening van bepaalde activiteiten toe te staan

(Ingediend door mevrouw Anne Delvaux c.s.)


TOELICHTING


Artikel 115 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bepaalt :

« De tijdvakken van moederschapsrust, als bedoeld in artikel 114, kunnen enkel als dusdanig in aanmerking genomen worden op voorwaarde dat de gerechtigde alle werkzaamheid of de gecontroleerde werkloosheid heeft onderbroken. ».

De in artikel 115 van de voormelde wet bedoelde rustperiodes zijn de periodes van pre- en postnatale rust.

Als bijgevolg een gemeenteraadslid, een provincieraadslid, een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn of een raadslid van een politiezone beslist het mandaat uit te oefenen waarvoor zij is verkozen, dreigt zij de door het RIZIV toegekende moederschapsuitkering te verliezen.

Die onverenigbaarheid vormt een hinderpaal voor de participatie van de vrouw in het politieke besluitvormingsproces, die moet worden weggewerkt.

Er is dus een wijziging van artikel 115 van de wet van 1994 nodig om de voormelde gerechtigden tijdens hun moederschapsverlof zitting te kunnen laten hebben, als hun gezondheid dat toelaat en zij ervoor kiezen.

De gekozene die echter kiest voor de uitoefening van haar mandaat, mag de moederschapsuitkering maar blijven ontvangen als zij tijdens die uitoefening geen andere bezoldiging (presentiegeld of andere) ontvangt.

De moederschapsuitkering moet immers worden beschouwd als een vervangingsinkomen dat de inning van ongeacht welke bezoldiging in de weg staat.

Anne DELVAUX.
Marc ELSEN.
Georges DALLEMAGNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 115 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt aangevuld met het volgende lid :

« De uitoefening van een mandaat van gemeenteraadslid, provincieraadslid, raadslid van een politiezone of raadslid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van het vorige lid, op voorwaarde dat en zolang de betrokkene voor de uitoefening van haar mandaat geen bezoldiging in ongeacht welke vorm ontvangt. ».

28 februari 2008.

Anne DELVAUX.
Marc ELSEN.
Georges DALLEMAGNE.