4-17

4-17

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 21 FEBRUARI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de verkoop van alcohol aan minderjarigen» (nr. 4-125)

De voorzitter. - De heer Charles Michel, minister van Ontwikkelingssamenwerking, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V-N-VA). - De Brusselse minister voor Volksgezondheid, de heer Benoît Cerexhe, wil de Belgische wetgeving inzake de verkoop van alcohol aan minderjarigen strenger maken. België is, samen met Portugal en Griekenland, één van de weinige landen in Europa waar jongeren onder de zestien wijn en bier mogen kopen in de warenhuizen. De Brusselse minister pleit voor een totaalverbod op de verkoop van alcohol aan jongeren onder de zestien. Daarnaast wil de heer Cerexhe een reeks andere maatregelen die het alcoholverbruik bij jongeren moeten indijken, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van duidelijke boodschappen op drankverpakkingen die wijzen op de gevaren van alcoholmisbruik.

In mijn vraag om uitleg van 16 februari 2006 heb ik de toenmalige minister van Volksgezondheid Rudy Demotte gewezen op een onderzoek van de consumentenorganisatie OIVO. Uit dat onderzoek bleek dat maar liefst negen op de tien winkeliers bier, wijn en alcopops verkochten aan minderjarigen.

Ook de VAD, de Vereniging voor Alcohol- en ander Drugsproblemen, maakte in 2005 bekend dat 8% van de Vlaamse 12- tot 14-jarigen geregeld alcohol consumeert.

Daarenboven bepaalt artikel 13 van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank: `Het verkopen en het aanbieden, zelfs gratis, van mee te nemen sterke dranken aan minderjarigen is verboden'.

In het antwoord van de minister op mijn vraag om uitleg lezen we: `De verbodskwestie dient grondig onderzocht te worden in het kader van de uitwerking van een globaal beleid inzake de strijd tegen het problematisch gebruik van alcohol dat 5 tot 10% van de consumenten betreft. Er moet rekening worden gehouden met alle aspecten van deze kwestie, voornamelijk in sociaaleconomische termen'.

Hoe beoordeelt de minister de oproep van Brussels minister Cerexhe om de Belgische wetgeving inzake de verkoop van alcohol aan minderjarigen strenger te maken? Binnen welke termijn wil de regering de wetgeving eventueel aanpassen?

Wie is bevoegd voor de controles op het verbod van de verkoop van alcohol aan minderjarigen? Werden dergelijke controles de voorbije jaren uitgevoerd? Wat waren de resultaten van die controles?

Is de regering van plan op korte termijn strengere controles uit te voeren?

Welke andere maatregelen zal de regering nemen om de illegale alcoholverkoop aan minderjarigen tegen te gaan?

De heer Charles Michel, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Het verheugt me dat de discussie over het problematische alcoholgebruik in onze samenleving wordt gevoerd. De risico's van een problematisch alcoholgebruik worden al te vaak onderschat. Een grote groep probleemgebruikers wordt momenteel niet behandeld. Jongeren consumeren op steeds jongere leeftijd alcohol, wat het risico op een problematisch alcoholgebruik op latere leeftijd doet toenemen. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese unie hebben hun bezorgdheid geuit. We moeten dan ook actie ondernemen. Maar hoe?

Ten eerste moeten we problematisch of riskant alcoholgebruik voorkomen en bestrijden met het oog op de volksgezondheid. Ten tweede vereist een alcoholbeleid een geïntegreerde en dynamische aanpak: preventie, detectie en interventie in een vroeg stadium, zorgverlening, duidelijke regels over reclame en marketing, maar ook over de verkoop en beschikbaarheid van alcoholhoudende dranken, moeten in een totaalpakket worden opgenomen. Ten derde moet een alcoholbeleid de juiste aandacht hebben voor risicogroepen, zoals jongeren, en risicosituaties, zoals alcohol in het verkeer of op het werk.

Mijn vertegenwoordigers werken al enkele maanden nauw samen met de bevoegde ministers van de gemeenschaps- en gewestregeringen aan een gemeenschappelijke visie en strategie rond alcohol. Zij worden hierin ondersteund door experts. Op de interministeriële conferentie Volksgezondheid van 11 maart wens ik een gemeenschappelijk standpunt te bereiken over een toekomstig beleid, wat een krachtig en belangrijk signaal zou betekenen voor alle betrokkenen.

Bij de uitwerking en de implementatie van die standpunten zal uiteraard rekening moeten worden gehouden met eenieders bevoegdheden.

Samen met de bevoegde gemeenschapsministers wordt gewerkt aan een gemeenschappelijke strategie, die alle onderdelen van het alcoholbeleid omvat. Ik geef er dan ook de voorkeur aan nu nog geen definitief standpunt in te nemen over punctuele onderdelen van een mogelijk alcoholbeleid. We hebben echter vastgesteld dat de huidige wetgeving op de verkoop van alcoholhoudende dranken zeer onduidelijk is en ook weinig gecontroleerd wordt. Een duidelijke reglementering en effectieve controles zijn kernelementen van een goed beleid. Op de conferentie zal ik dan ook pleiten voor een globale verbetering en een efficiënte toepassing van de wetgeving.

De controles worden door twee wetten geregeld. De eerste is de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank. De politiediensten en de ambtenaren van de administratie douanen en accijnzen staan in voor de controle op de toepassing van die wet. De tweede relevante wet is de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap. Voor de controle op de toepassing van die wet zijn de politiediensten bevoegd. Voor de controles zijn dus de ministers van Binnenlandse zaken en Financiën bevoegd.

Ik zal op de interministeriële conferentie verdedigen dat een aanpassing van de wetgeving een essentieel onderdeel is van een alcoholbeleid. Om de illegale verkoop tegen te gaan is ook een duidelijke communicatie over de reglementering belangrijk. Hoewel de controles niet tot mijn bevoegdheden behoren, zal ik met mijn collega's nagaan hoe ze kunnen worden versterkt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V-N-VA). - Het antwoord toont nog maar eens aan waar het probleem ligt. Er zijn wettelijke regels, maar de controlebevoegdheid is over zovele diensten verspreid dat er geen controles worden uitgevoerd.

De wetgeving moet worden aangepast zodat het preventiebeleid inzake alcoholmisbruik aan één minister wordt toegewezen. Nu gaat de ene minister ervan uit dat de andere bevoegd is, met als gevolg dat er de afgelopen jaren geen controles waren op het alcoholgebruik door minderjarigen.