4-16

4-16

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 14 FÉVRIER 2008 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Nele Lijnen au ministre de l'Intérieur sur «le vol de l'identité» (nº 4-87)

M. le président. - Mme Inge Vervotte, ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques, répondra.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Identiteitsdiefstal komt ook in ons land steeds vaker voor en bestaat in verschillende vormen en gradaties. Een belangrijke vorm is de digitale identiteitsdiefstal via het internet, waarbij gebruik gemaakt wordt van onze digitale leefomgeving om identiteitsgegevens van anderen te bemachtigen en te gebruiken. Naast de digitale diefstal is er ook de fysieke identiteitsdiefstal. Een bekende vorm is het valse gebruik van uniformen om het vertrouwen van de mensen te winnen. Nog een andere vorm is het namaken of stelen van identiteitskaarten en paspoorten.

In België heeft iedereen een unieke elektronische referentie-identiteit, gebaseerd op het Rijksregister. Bij een diefstal van de eID-kaart waarschuwt de politie dan ook de FOD Binnenlandse zaken om de betreffende kaart op non-actief te zetten. Buitenlanders die zich in België hebben laten registreren, beschikken echter niet over een unieke elektronische referentie-identiteit, zodat het valse gebruik van hun gegevens moeilijker kan worden opgespoord. In België wordt het systeem van biometrische bewijsstukken, bijvoorbeeld vingerafdrukken, niet gehanteerd.

In een hoorzitting van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van de Senaat bleek vorig jaar dat de overheid zich wel degelijk bewust is van het probleem van de identiteitsdiefstal. Daar werd de invoering aangekondigd van een computersysteem dat een vervalst of gestolen document op een eenvoudige manier kan herkennen. Dat systeem is gebaseerd op het succesvolle Nederlandse Verificatie Informatie Systeem (VIS).

Ik wens de minister hierover enkele vragen te stellen.

Hoeveel eID-kaarten werden sinds de invoering van de eID-kaart op non-actief gezet? Hoeveel controles op valse identiteitskaarten werden sindsdien jaarlijks door de politie gedaan? Hoeveel personen werden daarbij betrapt met een valse identiteitskaart? Graag cijfers per jaar en opgesplitst in de drie gewesten.

Bij een aangifte van verlies, diefstal of vernietiging van een identiteitskaart geeft het gemeentebestuur of het politiebureau een vervangend attest. Hoeveel attesten werden vorig jaar uitgereikt? Met welke procedure kan worden onderzocht of de aanvrager van een dergelijk attest geen valse identiteit voorwendt? Is die procedure sluitend?

Is er een significant verschil tussen het aantal diefstallen van identiteitsgegevens van Belgen en van die van geregistreerde buitenlanders? Werden maatregelen genomen om de identiteitsgegevens van geregistreerde buitenlanders beter te beschermen? Welke?

De opname van een biometrisch gegeven, bijvoorbeeld een vingerafdruk, zou het valse gebruik van identiteitskaarten bemoeilijken. Hoe staat de minister tegenover het gebruik van biometrische gegevens als extra beveiliging van identiteitskaarten?

Hoe staat het met de aangekondigde invoering van het systeem tegen identiteitsdiefstal? Wie zal hier gebruik van kunnen maken? Wat is de timing ter zake?

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van minister Dewael.

Het Register van de identiteitskaarten geeft voor 2006 volgende cijfers voor de op non-actief gestelde identiteitskaarten: 39.590 wegens diefstal en 100.328 wegens verlies. Voor 2007 waren dat er 38.821 wegens diefstal en 103.365 wegens verlies. Hierbij kan worden opgemerkt dat iedere Belg vanaf 12 jaar - dus ongeveer 8,2 miljoen inwoners - tegen einde 2009 een elektronische identiteitskaart (eID-kaart) ter vervanging van het huidige model van identiteitskaart moet hebben. Op het einde van 2006 waren al 4.304.669 eID-kaarten geactiveerd en einde 2007 waren dat er 6.243.803. Tegen het huidige tempo van vervanging van de identiteitskaarten zal iedere betrokken Belg tegen einde 2009 en binnen de voorziene termijn een eID-kaart in zijn bezit hebben.

De elektronische identiteitskaart is een sterk beveiligd en betrouwbaar identiteitsdocument. De kaart bevat een groot aantal visuele en ingebouwde beveiligingselementen, wat namaak en fraude uiterst moeilijk maakt. Volgens de federale politie zijn tot op heden nog maar enkele pogingen tot vervalsing opgedoken. De federale politie beschikt niet over cijfers die uitsluitend betrekking hebben op het aantal controles op valse identiteitskaarten.

De federale politie heeft wel gegevens over het aantal personen dat met een valse identiteitskaart werd betrapt. Die cijfers hebben niet alleen betrekking op de identiteitskaarten, maar ook op alle identiteitsdocumenten, bijvoorbeeld paspoorten en verblijfsdocumenten van vreemdelingen, en zijn afkomstig uit politiële criminaliteitsstatistieken. De federale politie wenst te benadrukken dat de cijfers betrekking hebben op de geregistreerde feiten die door de politiediensten werden vastgesteld, en dus niet op de totale criminaliteit. Ik zal die cijfers schriftelijk meedelen.

Bij verlies of diefstal van een identiteitskaart wordt telkens een vervangend attest afgegeven. Het aantal attesten stemt dus overeen met het aantal verloren of gestolen identiteitskaarten uit de eerste vraag. Bij verlies, diefstal of vernietiging van een identiteitskaart moet de houder ervan zo snel mogelijk aangifte doen bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats of bij het dichtstbijzijnde politiebureau. Om zeker te zijn dat de aanvrager geen valse identiteit opgeeft, wordt gebruik gemaakt van de directe toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen en het Register van de identiteitskaarten.

Met enkele gerichte vragen - in de zin van: wat is de voornaam van uw vader/moeder of uw vorig adres - wordt dit meestal geverifieerd. Binnenkort wordt eveneens de databank met de foto's die gebruikt worden voor de aanmaak van de elektronische identiteitskaart, ter beschikking gesteld van de lokale besturen.

Niet alleen het Rijksregister kan worden gebruikt om een identiteit te bewijzen, maar dit moet ook kunnen op `eender welke wijze', overeenkomstig artikel 34 van de wet op het politieambt. Dus ook het rijbewijs, via de databank met rijbewijzen, klantenkaarten, en andere kunnen in aanmerking komen. De politie- of gemeentelijke ambtenaar die de klacht van verlies of diefstal noteert, heeft dus verschillende mogelijkheden om de identiteit te controleren.

Gedurende de vernieuwingsperiode voor een nieuwe identiteitskaart ontvangt de burger een attest van bewijs van aangifte van verlies, diefstal of vernietiging van een identiteitskaart. Dit voorlopig identiteitsdocument heeft een beperkte geldigheidsduur van één maand, namelijk de periode nodig om een nieuwe identiteitskaart aan te maken, en bevat naast de identiteitsgegevens van de burgers eveneens verplicht een foto, die aan dezelfde voorwaarden moet voldoen als de foto op een elektronische identiteitskaart. Bovendien wordt de foto gedeeltelijk bedekt met de stempel van de overheid die het attest uitreikt. Wanneer dit attest wordt afgegeven door een andere overheid dan de bevolkingsdienst of de politiedienst waar de burger is ingeschreven, wordt aan de gemeentelijke diensten van de gemeente waar de burger verblijft onmiddellijk een exemplaar van dit attest toegestuurd. De burger moet het attest teruggeven aan het gemeentebestuur wanneer zijn verloren of gestolen identiteitskaart wordt teruggevonden of wanneer de bevolkingsdienst hem een nieuwe elektronische identiteitskaart geeft.

Vervalsing van dit tijdelijke attest is moeilijk wanneer de lokale besturen de richtlijnen goed naleven. Wanneer bepaalde gemeentebesturen of politiediensten de foto niet vergelijken met de burger in kwestie, geen foto aanbrengen, geen navraag doen naar de identiteit van de betrokkene zelf of niet zorgvuldig de identiteit controleren met hun databanken bij het afgeven van dit attest, is identiteitsvervalsing veel gemakkelijker. De ambtenaren van de administratie die werden aangesteld voor het afgeven van de elektronische identiteitskaart, sensibiliseren geregeld de gemeentebesturen in dit verband. De administratie zal binnenkort ook de lokale diensten nogmaals wijzen op de naleving van al de formaliteiten bij het afgeven van dit attest.

Er is zeker een significant verschil tussen het aantal diefstallen van identiteitsgegevens van Belgen en buitenlanders. De identiteitsdocumenten voor buitenlanders worden het meest gestolen omdat het nog klassieke identiteitskaarten zijn en niet de sterk beveiligde elektronische identiteitskaarten. De identiteitsdocumenten van geregistreerde buitenlanders werden bovendien tot nu toe niet centraal uitgereikt en de gebruikte documenten waren niet voldoende beveiligd. Binnenkort zal dit veranderen, want deze identiteitsdocumenten, zoals verblijfsdocumenten voor geregistreerde buitenlanders, zullen ook centraal worden uitgereikt en zullen een gelijkaardig concept hebben als de elektronische identiteitskaart voor Belgen. De Ministerraad heeft immers op 1 februari 2008 beslist dat het huidige model van verblijfskaarten voor vreemdelingen de komende twee jaar ook wordt vervangen door een elektronische identiteitskaart. Deze elektronische identiteitskaarten voor vreemdelingen krijgen dezelfde veiligheidselementen als de identiteitskaarten voor Belgen. Dit is een verbetering, zowel wat de kwaliteit van het document als de afgifteprocedure betreft. Op de kaart voor de vreemdelingen zal bovendien ook zichtbaar worden vermeld om het hoeveelste duplicaat het gaat.

De opname van biometrische gegevens op identiteitsdocumenten kan zeker bijdragen tot de beveiliging van de identiteitsdocumenten. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat de procedure in dat geval aan de basis sluitend moet zijn en ervoor moet worden gezorgd dat de opgenomen biometrische gegevens niet overeenkomen met een valse of verkeerde identiteit.

De aangekondigde invoering van het BVS (Belgian Verification System) wordt thans ontwikkeld en zal in de loop van dit jaar normaliter in werking treden. In juni 2008 wordt een eerste testfase gepland. Het is de bedoeling de toegang tot het BVS zo ruim mogelijk te maken, maar dit vergt nog een degelijk juridisch onderzoek met alle betrokken administratieve en justitiële instanties.