4-422/1 | 4-422/1 |
26 NOVEMBER 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 6 april 2007 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-2384/1 - 2006/2007).
Het verlaagde BTW-tarief ten gunste van een aantal welbepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten betreft in feite de BTW op de kosten (aankoop, herstelling, onderhoud, enz.) van de auto die zij als persoonlijk vervoermiddel gebruiken.
De personen die deze voordelen kunnen genieten zijn uitsluitend :
— militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van minstens 50 pct. genieten;
— personen die volledig blind zijn;
— personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen;
— personen wier bovenste ledematen zijn geamputeerd (met inbegrip van personen wier beide handen vanaf de pols zijn geamputeerd);
— personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 pct. bedraagt.
Personen met beperkte mobiliteit die het verlaagd BTW-tarief genieten op de aankoop van een auto, genieten hetzelfde verlaagd tarief (momenteel 6 %) voor onderhouds- en herstellingswerken aan dit voertuig en voor het toebehoren gebruikt bij de uitvoering van die werken.
Hoewel deze personen de teruggave van de betaalde belasting op de aankoop van het voertuig (6 %) kunnen verkrijgen, is de betaalde BTW van 6 % voor het onderhoud of de herstelling van dit voertuig echter niet terugbetaalbaar.
Het verlaagde tarief mag slechts voor één auto tegelijk gevraagd worden en veronderstelt dat de koper de auto drie jaar lang gebruikt vanaf de eerste dag van de maand waarin hij ingevoerd, intracommunautair verworven of verkregen is.
Vreemd genoeg zijn de diensten van een keuringcentrum onderworpen aan het volle tarief (momenteel 21 %), terwijl hetzelfde technisch nazicht enige uren eerder in de garage onderworpen is aan het verlaagde tarief.
Het verlaagde tarief moet dus ook toegepast worden door de erkende centra, die uiteindelijk slechts privé-garages zijn die over een monopolie beschikken. Dit vergt een aanpassing van koninklijk besluit nr. 20 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
Koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 stelt de tarieven vast van de belasting over de toegevoegde waarde en deelt de goederen en de diensten bij die tarieven in. Tabel A die als bijlage bij het koninklijk besluit gevoegd is, somt de goederen en diensten op die onderworpen zijn aan het tarief van 6 %.
Artikel 2 van dit wetsvoorstel voegt in rubriek XXVI van tabel A van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit de vermelding in van de diensten van keuringcentra die betrekking hebben op de goederen die zijn opgenomen in titel XXII, namelijk de automobielen voor personenvervoer en de uitrusting ervan.
| Marc ELSEN. Georges DALLEMAGNE. Francis DELPÉRÉE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In rubriek XXVI van tabel A van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
« De diensten van de keuringcentra die betrekking hebben op de goederen opgesomd in rubriek XXII. »
14 november 2007.
| Marc ELSEN. Georges DALLEMAGNE. Francis DELPÉRÉE. |