4-411/1

4-411/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

22 NOVEMBER 2007


Voorstel van resolutie voor een ware alliantie voor werkgelegenheid en leefmilieu

(Ingediend door de dames Joëlle Kapompolé en Olga Zrihen)


TOELICHTING


De indiening van dit voorstel van resolutie gaat uit van de vaststelling dat het aandeel van energie in het gezinsbudget de laatste jaren aanzienlijk is toegenomen. Men stelt tevens vast dat deze stijging in het bijzonder de laagste inkomens treft. Deze vaststelling werd onlangs bevestigd door een studie die werd uitgevoerd op verzoek van Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen.

Er zijn reeds verschillende maatregelen genomen om de consumenten te helpen. Het gaat hierbij om rechtstreekse steunmaatregelen zoals het Sociaal Fonds Energie, het Sociaal Stookoliefonds (permanente maatregelen) en de energiecheques (winter 2006).

Er werden tevens andere zogenaamde structurele verminderingsmaatregelen genomen. De oprichting van FEDESCO (Federal Energy Service Company), die belast is met de verbetering van de energie-efficiëntie van openbare gebouwen via de techniek van de zogenaamde derde-investeerder, ligt in die lijn. De oprichting van het FRGE (Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost), dat beschikt over een leningsvermogen van 100 miljoen, draagt eveneens bij tot de verbetering van ons leefmilieu door leningen met een gunstige rentevoet toe te kennen aan particulieren die de energie-efficiëntie van hun woning willen verbeteren of door de techniek van de zogenaamde derde-investeerder toe te passen bij de kwetsbaarste personen. Het FRGE heeft al gepland om 10 proefprojecten in 10 gemeenten op te zetten.

Dit is echter niet voldoende om de gezinnen — en dan vooral die met de laagste inkomens — in staat te stellen te bezuinigen op hun energiefacturen en bij te dragen tot de bescherming van het milieu (vermindering van de CO2-uitstoot). Het is dus noodzakelijk om nog een stap verder te gaan.

Dit voorstel van resolutie wil de nodige middelen vrijmaken voor de uitvoering van energiebesparende werkzaamheden, en dit op grond van een bestaand, maar onvoldoende uitgebouwd mechanisme.

De doelstelling van dit voorstel van resolutie is bijgevolg tweevoudig : enerzijds ervoor zorgen dat de mechanismen voor de toekenning van goedkope leningen worden ingezet voor de ondersteuning van projecten ter verbetering van de energie-efficiëntie of de productie van alternatieve energie en anderzijds een groter deel van de middelen van het Fonds voor de ontmanteling van de kerncentrales (Synatom-fonds) beschikbaar maken voor de ondersteuning van deze projecten.

Ter herinnering : dit fonds is opgericht met het oog op de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales. Deze ontmanteling zou in theorie van start moeten gaan in 2015, zoals bepaald in de wet op de sluiting van de kerncentrales. Dit fonds wordt gefinancierd met financiële provisies die worden gestort door de kernexploitanten.

De wet bepaalt dat 75 % van de middelen van het Synatom-fonds kan worden gebruikt voor leningen aan de kernexploitanten zelf. Het saldo (25 %) wordt door de kernprovisievennootschap belegd in activa buiten de kernexploitanten, met aandacht voor een voldoende diversificatie. Deze resterende 25 % moet bijgevolg worden geïnvesteerd in activa buiten de kernexploitanten, onder de verantwoordelijkheid van Synatom en onder het toezicht van het Opvolgingscomité.

De mogelijkheid werd evenwel geboden om het voormelde financiële evenwicht te regelen alsook een deel van de middelen (10 % van 25 %) toe te kennen aan projecten van rechtspersonen die de energie-efficiëntie of de productie van hernieuwbare energie bevorderen, terwijl de beschikbaarheid van de middelen voor de nucleaire voorzieningen te allen tijde wordt gewaarborgd.

In afwachting van de ontmanteling van de kerncentrales is het immers zinvol die middelen in te zetten om het energieverbruik te verminderen of de productie van alternatieve energie te waarborgen.

10 % van 25 % van de middelen die op dit moment beschikbaar zijn in het Synatom-fonds voor de ondersteuning van duurzame projecten op het gebied van energie, worden evenwel nog steeds niet gebruikt. Indien men een reëel effect van dit beleid wil ondervinden, moet dit bedrag, dat op dit moment beperkt is tot 100 miljoen €, bovendien aanzienlijk worden verhoogd.

Er dient te worden opgemerkt dat dit voorstel het Synatom-fonds niet wil opgebruiken, maar middelen wil vrijmaken om terugbetaalbare leningen toe te kennen. De middelen van het fonds die bedoeld zijn voor de ontmanteling blijven beschikbaar, terwijl er toch een bijdrage wordt geleverd aan de vermindering van onze energieafhankelijkheid. Het kan niet de bedoeling zijn het Synatom-fonds deze middelen te ontnemen en de consumenten een tweede keer te laten betalen wanneer er met de ontmanteling van de kerncentrales wordt gestart.

De eerste doelstelling van deze resolutie is de regering te vragen de Commissie voor nucleaire voorzieningen de opdracht te geven een advies te verlenen over de vraag in hoeverre het gegrond is goedkope leningen toe te kennen met name aan het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost en aan FEDESCO ter ondersteuning van hun activiteiten.

De tweede doelstelling bestaat erin ervoor te zorgen dat de totaliteit van het deel van het fonds dat diversificatie in acht moet nemen in de eerste plaats zou worden toegewezen aan projecten van rechtspersonen die energiebesparing of de productie van hernieuwbare energie bevorderen. Het is dus de bedoeling om te komen van 10 % van 25 % van het fonds tot 100 % van 25 %, dit wil zeggen van +/- 100 miljoen euro tot +/- 1 miljard euro.

De in het kader van dit voorstel van resolutie vrijgemaakte bedragen moeten passen in een algehele logica van een energiebesparend programma.

Het ABVV pleit voor de oprichting van een « alliantie voor werkgelegenheid en leefmilieu », die banen creëert en aanzienlijke verbeteringen van het energetisch rendement van gebouwen en woningen oplevert.

Parallel met de verhoging van de middelen die Synatom kan inzetten om de energie-efficiëntie en de productie van hernieuwbare energie te bevorderen, zou België « een ware alliantie voor werkgelegenheid en leefmilieu » moeten opzetten. Naar het voorbeeld van Duitsland kan overheidssteun voor energiebesparende werkzaamheden de gezinnen in staat stellen hun eigen verbruik te doen dalen en daarenboven reële kansen bieden om kwaliteitsvolle werkgelegenheid in de bouwsector te creëren.

Deze sector zou zich organiseren om de burger een duidelijk forfaitair tarief te bieden voor de meest gangbare werken zoals de kostprijs van isolatie per m2 met isolatiemateriaal van een bepaalde dikte, de vervanging van een verwarmingsketel, de plaatsing van nieuwe ramen en dubbele beglazing, enz. Het FRGE-fonds zou trouwens gedeeltelijk kunnen dienen voor de voorafgaande financiering van deze werkzaamheden.

Een dergelijke « alliantie voor werkgelegenheid en leefmilieu » moet hiertoe worden uitgewerkt in overleg met de sectoren (architecten, bouwsector, fabrikanten van huishoudtoestellen, enz.), de sociale partners en de opleidingssector.

Bovendien ligt dit voorstel tevens in de lijn van het voorstel van de minister van Ambtenarenzaken om de fondsen voor rechtstreekse steun samen te voegen en een betere synergie tot stand te brengen met de maatregelen die helpen bij het uitvoeren van werkzaamheden in woningen.

Om ervoor te zorgen dat deze maatregel geheel doeltreffend is, moet men de andere bevoegde bestuursniveaus zoals de gewesten erbij betrekken, zodat de samenhang met de andere reeds bestaande instrumenten behouden blijft.

Joëlle KAPOMPOLÉ.
Olga ZRIHEN.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Vaststellende dat het aandeel van energie in het budget van de gezinnen de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen;

B. Vaststellende dat deze stijging in het bijzonder de laagste inkomens treft;

C. Overwegende dat de verschillende eenmalige of structurele maatregelen die reeds werden genomen de goede richting uitgaan, maar ontoereikend zijn;

D. Overwegende dat het absoluut noodzakelijk is dat eenieder bijdraagt tot de strijd tegen klimaatverandering en met name de zwaksten onder ons;

E. Overwegende dat men zich beter baseert op wat reeds bestaat;

F. Overwegende dat het zinvol is om vanaf nu de middelen vrij te maken die op termijn moeten dienen voor de ontmanteling van de kerncentrales om de projecten van rechtspersonen die de energie-efficiëntie of de productie van alternatieve energie bevorderen, te steunen;

G. Vaststellende dat deze mogelijkheid momenteel niet wordt benut;

H. Vaststellende dat slechts 2,5 % van de middelen van het Synatom-fonds potentieel voor dit doel zou kunnen worden ingezet;

I. Overwegende dat er tegelijk een ware alliantie voor werkgelegenheid en leefmilieu moet worden opgezet om alle inspanningen in de strijd tegen klimaatverandering te stroomlijnen;

J. Overwegende dat deze alliantie moet kunnen steunen op belangrijke financieringsmechanismen in die zin;

K. Overwegende dat de verruiming van deze energiebesparende maatregelen ook de mensen uit de laagste inkomensklassen ten goede moet komen;

L. Overwegende dat er tevens andere bestuursniveaus bestaan die eveneens over eigen instrumenten inzake energiebesparing beschikken;

Vraagt de regering :

1. de Commissie voor nucleaire voorzieningen de opdracht te geven een advies te verlenen over de vraag in hoeverre het gegrond is goedkope leningen toe te kennen met name aan het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost en aan FEDESCO ter ondersteuning van hun activiteiten;

2. een kwart van de middelen van het Synatom-fonds te bestemmen voor de toekenning van leningen onder de marktwaarde ten behoeve van projecten die de energie-efficiëntie of de productie van hernieuwbare energie bevorderen;

3. te voorzien in een halfjaarlijkse evaluatie van de werking van de Commissie voor nucleaire voorzieningen, teneinde zich te vergewissen en op de hoogte te blijven van de evolutie van de toekenning van projecten die de energie-efficiëntie of de productie van hernieuwbare energie bevorderen;

4. ervoor te zorgen dat deze toewijzing van middelen ten goede kan komen aan projecten die oplossingen aanreiken voor mensen uit de laagste inkomensklassen, met name via de zogenaamde techniek van de derde-investeerder.

25 oktober 2007.

Joëlle KAPOMPOLÉ.
Olga ZRIHEN.