4-391/1 | 4-391/1 |
14 NOVEMBER 2007
In februari 2005 heb ik een wetsvoorstel ingediend tot regeling van het toezicht op werknemers door middel van een monitoringsysteem verbonden met het GPS-navigatiesysteem van dienstwagens, overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens (stuk Senaat, nr. 3-1044/1).
Dit voorstel had tot doel de Belgische wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van werknemers te vervolmaken door rekening te houden met de specifieke kenmerken van werknemers in het kader van lokalisatietechnieken.
Ik ging er dus vanuit dat voor de bewaking een akkoord van de paritaire comités vereist was, hetzij van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten, hetzij van de organen die bevoegd waren krachtens het stelsel van de collectieve arbeidsbetrekkingen.
In september 2005 heeft de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een gunstig advies uitgebracht. Volgens de Commissie moet het akkoord tussen de sociale partners ook beantwoorden aan de beginselen van finaliteit, proportionaliteit en transparantie.
Het klopt dat werkgevers hun werknemers altijd al hebben geobserveerd, gelokaliseerd en bewaakt. Zij hebben het recht om de werkinstrumenten en het gebruik ervan door de werknemer in het kader van de uitvoering van zijn contractuele verbintenissen te controleren, op voorwaarde dat ze het recht van de werknemers op de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer in het kader van hun arbeidsbetrekkingen eerbiedigen. Nieuw is de mogelijkheid voor de werkgever om, dankzij de ontwikkeling van de technologie en het opduiken van nieuwe vormen van arbeidsorganisatie, zijn werknemers virtueel en op ieder ogenblik te controleren.
Wanneer het gaat om callcenters, meen ik dat rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van de sector wat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer betreft.
Een callcenter is een platform, gevestigd in de onderneming of daarbuiten, dat ermee belast is de gebruikers bij te staan. Het callcenter staat de klanten bij in het kader van de dienst naverkoop (DNV), biedt technische bijstand, doet aan televerkoop of begeleidt het personeel van een onderneming bij het gebruik van een instrument of bij hun dagelijkse taken. Een callcenter dat zich met technische ondersteuning bezighoudt, wordt ook wel helpdesk of hotline genoemd.
Op internationaal en op Europees vlak is er al veel aandacht besteed aan de invoering van regels ter bescherming van persoonsgegevens.
De Raad van bestuur van de Internationale Arbeidsorganisatie heeft tijdens zijn 267e zitting van november 1996 een gedragscode inzake de bescherming van de persoonsgegevens van werknemers aangenomen.
Op Europees vlak kan worden verwezen naar artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens dat het beginsel vaststelt dat eenieder recht op eerbieidiging van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. Daarnaast is er ook nog richtlijn nr. 95/46 van het Europees Parlement van 24/10/95 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens. Ook op nationaal vlak zijn er een aantal instrumenten die het recht van personen op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer rechtstreeks beschermen :
— artikel 22 van de Grondwet;
— de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waarvan artikel 109 D de geheimhouding van telecommunicatie beschermt;
— de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens;
— collectieve arbeidsovereenkomst nr. 81 van 26 april 2002 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werkenemers ten opzichte van de controle op de elektronische onlinecommunicatiegegevens (bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaard).
Deze collectieve arbeidsovereenkomst bevestigt de beginselen van de voornoemde wet van 8 december 1992. Zij bepaalt hoe de finaliteits-, proportionaliteits- en transparantiebeginselen (procedure van informatie en raadpleging) in het kader van de dienstbetrekking moeten worden toegepast, in de eerste plaats ten aanzien van de installatie van de controle.
Wanneer we nu kijken naar de specifieke kenmerken van de arbeidsbetrekkingen in een callcenter, moeten we vaststellen dat de hierboven genoemde collectieve overeenkomst uiteraard niet alle aspecten van de bescherming van de persoonsgegevens dekt. In dit kader kan de werknemer bijna voortdurend worden geobserveerd doordat wordt meegeluisterd naar zijn telefoongesprekken.
In de betrokken collectieve overeenkomst wordt overigens geen onderscheid gemaakt naargelang de controle tijdelijk dan wel voortdurend plaatsvindt. De overeenkomst bevat de nodige regels om ervoor te zorgen dat de persoonlijke levenssfeer van de werknemer wordt geëerbiedigd bij het verzamelen van elektronische onlinecommunicatiegegevens op de werkplek om ze te controleren, maar dit zijn slechts basisnormen die op sector- en/of ondernemingsniveau kunnen worden verduidelijkt, aangevuld en/of aangepast rekening houdend met de specifieke situatie. Welke zijn in de callcentra de respectieve rechten en plichten van werkgever en werknemer op het vlak van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als de werknemer wordt geobserveerd tijdens zijn werkzaamheden aan de telefoon ? Het specifieke kenmerk van deze sector is uiteraard dat de hoofdbezigheid het systematische gebruik van de telefoon (of soms van internet) als werkinstrument veronderstelt.
Dit wetsvoorstel strekt ertoe enkele basisprincipes vast te stellen inzake de arbeidsbetrekkingen in de sector van de callcenters. Het heeft ook tot doel het debat op gang te brengen om op langere termijn te komen tot een sectorale regeling die aanvaardbaar is voor personen die beroepshalve klantendiensten verlenen én voor de callcenters. In dat opzicht moeten minstens de finaliteits-, proportionaliteits-, transparantie- en informatiebeginselen nauwgezet in acht worden genomen.
Het valt bijvoorbeeld moeilijk te ontkennen dat een voortdurende bewaking van de betrokken werknemers door mee te luisteren naar hun telefoongesprekken onverenigbaar is met de eerbiediging van de menselijke waardigheid. Het principe van de « voortdurende bewaking » wordt overigens genoemd in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van camerabewaking op de arbeidsplaats. In de toelichting bij mijn wetsvoorstel over de lokalisatie van werknemers staat het al : deze collectieve overeenkomst is algemeen bindend verklaard bij koninlijk besluit van 20 september1998 (Belgisch Staatsblad van 2 oktober 1998).
| Philippe MAHOUX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet, wordt verstaan onder :
1º « callcenter » : een belcentrum, gevestigd in de onderneming of daarbuiten (bijvoorbeeld bij de werknemer thuis), dat ermee belast is de gebruikers bij te staan via de telefoon of via internet;
2º « finaliteitsbeginsel » :
— het voorkomen van ongeoorloofde of lasterlijke feiten, feiten die strijdig kunnen zijn met de goede zeden of de waardigheid van een andere persoon kunnen schaden;
— de veiligheids- en/of de goede technische werking van de netwerkapparaten van de onderneming, met inbegrip van de controle op de kosten die ermee gepaard gaan alsook de fysieke bescherming van de installaties van de onderneming;
— het te goeder trouw naleven van de regels en beginselen inzake het gebruik van de netwerktechnologie van de onderneming;
— controle op de economische, handels- en financiële belangen van de onderneming die vertrouwelijk zijn alsook het tegengaan van ermee in strijd zijnde praktijken;
3º « proportionaliteitsbeginsel » : de in de zin van deze wet ingevoerde observatie mag geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer van de betrokken werknemer tot gevolg hebben;
4º « transparantiebeginsel » : het transparantiebeginsel impliceert dat de betrokken werknemer weet dat hij geobserveerd wordt of kan worden doordat zijn telefoongesprekken worden afgeluisterd.
Art. 3
De werkgever van een callcenter die zijn werknemers wil controleren door een systeem voor het afluisteren van hun telefoongesprekken te installeren licht de ondernemingsraad daarover in, of bij ontstentenis daarvan, het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis daarvan, de werknemers.
Art. 4
Observatie van de werknemers van een callcenter door middel van het afluisteren van hun telefoongesprekken is alleen toegestaan als de finaliteits-, proportionaliteits- en transparantiebeginselen, zoals vastgesteld in artikel 2, in acht worden genomen.
Art. 5
Indien in het kader van de observatie van werknemers door middel van het afluisteren van hun telefoongesprekken, gegevens zijn opgenomen, kunnen die enkel worden gebruikt in het kader van of voor de doeleinden van de controle.
Art. 6
Observatie van werknemers van een callcenter door middel van het afluisteren van hun telefoongesprekken kan enkel occasioneel en nooit voortdurend plaatshebben.
Art. 7
De betrokken werknemer heeft toegang tot de opgenomen gegevens in het kader van de in de zin van deze wet uitgevoerde controle en kan vergissingen rechtzetten.
Art. 8
De opnames die zijn gebeurd in het kader van de observatie van werknemers in de zin van deze wet, worden na een periode van maximum één jaar vernietigd.
Art. 9
Overtredingen van deze wet worden gestraft overeenkomstig de strafbepalingen van hoofdstuk VIII van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Art. 10
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin hij in het Belgisch Staatsblad is bekend gemaakt.
9 oktober 2007.
| Philippe MAHOUX. |