4-381/1 | 4-381/1 |
12 NOVEMBER 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 9 juli 2003 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-63/1 — BZ 2003).
Zonder de hele opzet van onze wetgeving inzake familie- en echtscheidingsrecht overhoop te willen halen, strekt dit voorstel ertoe technische verbeteringen aan te brengen in de bepalingen van het Burgerlijk en van het Gerechtelijk Wetboek over deze materie, teneinde de procedures te versnellen en te vereenvoudigen, de kostprijs ervan te verlagen en de toegankelijkheid voor de betrokken families te verhogen.
Bovendien worden een aantal bepalingen gewijzigd teneinde deze materies, waar de openbaarheid van de debatten door de families vaak wordt aangevoeld als een schending van hun waardigheid en hun privé-leven, met gesloten deuren te laten behandelen.
Artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek voorziet in een eenvoudige, snelle en goedkope procedure om, met eerbiediging van het privé-leven, echtelijke conflicten te regelen wanneer de echtgenoten een vordering instellen met betrekking tot hun wederzijdse rechten en verplichtingen en tot hun huwelijksvermogenstelsel. Het gaat dan met name om vorderingen gegrond op de artikelen 214, 215, 216, 221, 223, 1420, 1421, 1426, 1442, 1463 en 1469 van het Burgerlijk Wetboek. De rechter wordt geadieerd bij verzoekschrift, de echtgenoten verschijnen persoonlijk in raadkamer, een vordering tot wijziging bij eenvoudig verzoekschrift is mogelijk in geval van wijziging van de omstandigheden ...
Twee elementen uit die procedure zouden moeten gelden voor alle procedures in familiezaken :
— inleiding van de vordering bij verzoekschrift : zo spaart men de kosten van de gerechtsdeurwaarder uit die verbonden zijn aan een dagvaarding;
— de vertrouwelijkheid van de debatten : het onderzoek van de zaak in raadkamer biedt een betere bescherming voor het privé-leven van individuen, dat in het gedrang kan komen bij betwistingen in familiezaken.
Dit wetsvoorstel laat zich dan ook inspireren door deze procedure om :
1º de kostprijs van de procedure te beperken en de procedure te vereenvoudigen door in bepaalde gevallen de dagvaarding bij deurwaardersexploot te vervangen door een verzoekschrift en de betekening van het exploot door de deurwaarder te vervangen door de kennisgeving door de griffier.
Om het gerecht toegankelijker te maken voor de families moeten de gerechtskosten die met name verbonden zijn aan procedures die een optreden van de gerechtsdeurwaarder veronderstellen, immers worden gedrukt. Daarom strekt dit voorstel ertoe :
— de vordering tot echtscheiding wegens bepaalde feiten niet langer door dagvaarding bij deurwaardersexploot te laten inleiden, maar bij verzoekschrift;
— toe te staan dat vorderingen in kort geding in familiezaken bij verzoekschrift worden ingeleid : zo sparen de families de kosten van een deurwaarder uit (dagvaarding) en gelden voor hen beperkte rolrechten;
— de betekening van de beschikking door de gerechtsdeurwaarder te vervangen door de kennisgeving door de griffier, in het kader van artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek : dit artikel verleent de voorzitter van de rechtbank dezelfde bevoegdheden als die welke de vrederechter uitoefent krachtens artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek.
Echter, wanneer de vrederechter de sommen- of loondelegatie toestaat, kan zijn vonnis worden tegengeworpen aan alle derden-schuldeisers na kennisgeving door de griffie op verzoek van de eiser. De beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg daarentegen kan worden ingeroepen tegen alle derden-schuldeisers nadat zij hun door de gerechtsdeurwaarder is betekend op verzoek van een van de partijen.
2º de debatten in familiezaken zoveel mogelijk met gesloten deuren te laten plaatsvinden.
Daarom strekt dit voorstel ertoe :
— artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek te herzien zodat vorderingen in kort geding in familiezaken voortaan in raadkamer worden behandeld en de debatten over zo'n delicate materies niet meer openbaar moeten gebeuren;
— artikel 1253quater te wijzigen opdat een eventueel beroep tegen een beschikking gewezen op basis van dit artikel ook in raadkamer wordt behandeld;
— vele bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek over familiezaken voorzien in de behandeling van de zaak door de jeugdrechtbank in raadkamer. Dat geldt bijvoorbeeld voor adoptie (artikel 350, § 3 : homologatie van adoptie; artikel 353, § 3 : weigering van de toestemming voor adoptie; artikel 367, § 3 en § 6 : herroeping van adoptie). In andere gevallen wordt hierin niet voorzien. Artikel 387bis van het Burgerlijk Wetboek met name bepaalt dat de jeugdrechtbank in het belang van het kind alle beschikkingen met betrekking tot het ouderlijk gezag kan opleggen of wijzigen. Deze zaken worden in openbare terechtzitting behandeld. Wij menen dat ook hier de behandeling met gesloten deuren moet worden opgelegd, teneinde het privé-leven van de families te vrijwaren.
Ten slotte wordt de procedure van echtscheiding met onderlinge toestemming vereenvoudigd doordat de tweede verschijning van de partijen voor de rechter facultatief wordt. Uit de praktijk blijkt immers dat in vele gevallen die tweede persoonlijke verschijning van de echtgenoten volstrekt nutteloos is.
Het voorstel behoudt het principe van de dubbele verschijning maar geeft de rechter de mogelijkheid om de echtgenoten daarvan vrij te stellen. Hij beoordeelt de wenselijkheid van een tweede verschijning op basis van de complexiteit van de situatie en van de kwaliteit van de overeenkomst tussen de echtgenoten.
Artikel 2
Artikel 387bis van het Burgerlijk Wetboek verleent de jeugdrechtbank de bevoegdheid om in het belang van het kind alle beschikkingen met betrekking tot het ouderlijk gezag op te leggen of te wijzigen. Deze zaken worden in openbare terechtzitting behandeld. Wij willen hier de behandeling met gesloten deuren invoeren om het privé-leven van de families te vrijwaren.
Artikel 3
Dit artikel maakt het mogelijk om vorderingen in kort geding in familiezaken in te leiden bij verzoekschrift op tegenspraak.
Artikel 4
Dit artikel wijzigt artikel 1253quater en bepaalt dat een beroep tegen een beschikking gewezen op basis van dit artikel ook in de raadkamer moet worden behandeld.
Artikel 5
De vordering tot echtscheiding wegens bepaalde feiten wordt niet meer ingeleid bij dagvaarding met deurwaardersexploot maar bij verzoekschrift.
Artikel 6
Dit artikel strekt ertoe de betekening van de beschikking door de gerechtsdeurwaarder te vervangen door een kennisgeving door de griffier in het kader van artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek : dit artikel verleent de voorzitter van de rechtbank dezelfde bevoegdheden als die welke de vrederechter uitoefent krachtens artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de vrederechter echter de sommen- of loondelegatie toestaat, is zijn vonnis tegenwerpbaar aan alle derden-schuldeisers na kennisgeving door de griffier op verzoek van de eiser. De beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg daarentegen is tegenwerpbaar aan derden-schuldeisers nadat zij hun, op verzoek van een van de partijen, door de gerechtsdeurwaarder is betekend.
Bovendien wordt artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek herzien zodat vorderingen in kort geding in familiezaken voortaan in de raadkamer worden behandeld en de debatten over zo'n delicate materies niet meer openbaar moeten gebeuren.
Artikelen 7 en 8
De procedure voor echtscheiding met onderlinge toestemming wordt vereenvoudigd doordat de tweede verschijning van de partijen voor de rechter facultatief wordt. Uit de praktijk blijkt immers dat in vele gevallen die tweede persoonlijke verschijning van de echtgenoten volstrekt nutteloos is. Het voorstel behoudt het principe van de dubbele verschijning maar geeft de rechter de mogelijkheid om de echtgenoten daarvan vrij te stellen. Hij beoordeelt de wenselijkheid van een tweede verschijning op basis van de complexiteit van de situatie en van de kwaliteit van de overeenkomst tussen de echtgenoten.
| Jean-Paul PROCUREUR. Georges DALLEMAGNE. Francis DELPÉRÉE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 387bis van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 1995, wordt aangevuld als volgt :
« De terechtzitting heeft plaats in raadkamer ».
Art. 3
In het Gerechtelijk Wetboek wordt een artikel 1037bis ingevoegd, luidende :
« Art. 1037bis. Vorderingen in kort geding met betrekking tot een uitkering tot levensonderhoud kunnen worden ingesteld bij verzoekschrift. De artikelen 1034bis tot 1034sexies zijn van toepassing. »
Art. 4
Artikel 1253quater, d), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1976, wordt aangevuld als volgt :
« Het hoger beroep wordt behandeld in raadkamer. »
Art. 5
Artikel 1254 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1254. — § 1. Behoudens de in deze afdeling gestelde uitzonderingen, wordt de zaak ingeleid bij verzoekschrift, overeenkomstig de artikelen 1034bis tot 1034sexies. Zij wordt in de gewone vorm behandeld en beslecht.
§ 2. Het verzoekschrift bevat naast de vermeldingen bepaald in artikel 1034ter, op straffe van nietigheid, een omstandige opgave van de feiten en, in voorkomend geval, de opgave van de identiteit van de minderjarige ongehuwde en niet-ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, van de kinderen die zij hebben geadopteerd alsmede van de kinderen van een hunner die de ander heeft geadopteerd.
Het verzoekschrift kan ook eisen bevatten betreffende de voorlopige maatregelen met betrekking tot de persoon, het levensonderhoud en de goederen van zowel de partijen als hun kinderen.
In dat geval kan de in artikel 1034sexies bedoelde oproeping de vermelding bevatten van de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting in kort geding.
Op straffe van nietigheid wordt overeenkomstig artikel 1034quater bij het verzoekschrift een getuigschrift van woonplaats gevoegd.
§ 3. De eiser legt uiterlijk op de inleidingszitting de volgende stukken neer :
1º een uittreksel uit de akte van het huwelijk;
2º een uittreksel uit de akten van de geboorte van de kinderen bedoeld in § 2;
3º een bewijs van nationaliteit van elk van de echtgenoten.
Wanneer de stukken ontbreken of onvolledig zijn, wordt de zaak naar de rol verzonden. »
Art. 6
Artikel 1280 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 28 januari 2003, wordt gewijzigd als volgt :
A. in het eerste lid worden de woorden « in raadkamer » ingevoegd tussen de woorden « van de procureur des Konings », en het woord « kennis »;
B. in het zesde lid de woorden « nadat zij hun, op verzoek van een van de partijen, door een gerechtsdeurwaarder zal zijn betekend » vervangen door de woorden « nadat de griffier hen er kennis van heeft gegeven ».
Art. 7
In artikel 1294, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juni 1994 en laatst gewijzigd bij de wet van 27 april 2007, worden de woorden « of ingeval van toepassing van artikel 1296bis » ingevoegd tussen de woorden « artikel 1293 », en de woorden « verschijnen de echtgenoten ».
Art. 8
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1296bis ingevoegd, luidende :
« Art. 1296bis. De rechter kan de partijen vrijstellen van de in artikel 1294 bedoelde verschijning.
In dat geval wijst hij een beschikking binnen een maand nadat drie maanden verlopen zijn te rekenen van het proces-verbaal bedoeld in artikel 1292. De termijn van drie maanden wordt geschorst zolang, in voorkomend geval, de rechtspleging bepaald in artikel 931, derde tot zevende lid, of in artikel 1290, vierde lid, niet tot een einde is gebracht.
Zijn beschikking houdt in dat over een en ander door hem binnen drie dagen aan de rechtbank in raadkamer verslag zal worden uitgebracht, op de schriftelijke conclusie van de procureur des Konings, aan wie de griffier de stukken te dien einde meedeelt. »
23 oktober 2007.
| Jean-Paul PROCUREUR. Georges DALLEMAGNE. Francis DELPÉRÉE. |