4-6

4-6

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 8 NOVEMBRE 2007 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Proposition de résolution sur la position de la Belgique concernant la date butoir des négociations des accords de partenariat économique (APE) entre l'Union européenne et les pays ACP (de Mme Sabine de Bethune et consorts, Doc. 4-314)

Suite de la discussion

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V-N-VA). - De senaatscommissie heeft deze week efficiënt vergaderd over deze problematiek en wil een eenparig advies geven aan de regering van lopende zaken, die op de Europese Raad van 19 en 20 november wellicht haar standpunt moet bepalen. Wij vragen de regering om bij de Europese Commissie te pleiten voor een meer flexibele houding ten aanzien van de ACS-landen in de EPA-onderhandelingen en meer rekening te houden met de ontwikkelingsdimensie van dit dossier.

De EPA's zijn regionale vrijhandelsakkoorden met zes regio's uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan met als doel deze landen geleidelijk te integreren in de wereldhandel, conform de regels van de WTO en conform de Doharonde. Dit idee was ook al vervat in het Cotonou-akkoord, maar de bepalingen van dit akkoord zijn enigszins in strijd met de wereldhandelsorganisatie, omdat er een preferentieel regime wordt toegestaan aan de ACS-landen. De uitzondering die de WTO heeft toegestaan vervalt einde dit jaar. In de toekomst moeten de ACS-landen in de samenwerking met de Europese landen ofwel volledig aan de WTO-norm tegemoetkomen ofwel moeten we via de lopende EPA-onderhandelingen een nieuw soort preferentieel akkoord onderhandelen dat dan wel in de lijn ligt van de regels van de WTO.

Nu beseffen de ontwikkelingslanden, maar ook de verschillende Europese staten die het dossier van nabij volgen en zeker het middenveld in het zuiden en hier, dat de EPA's tegen het einde van dit jaar niet kunnen worden afgerond.

Er moet dus een oplossing worden gevonden om vóór het einde van het jaar meer ruimte te maken voor de ACS-landen. Onze fractie staat volledig achter de vraag van de senaatscommissie dat Europa meer inhoudelijke flexibiliteit aan de dag zou leggen ten opzichte van de ACS-landen, meer bepaald met betrekking tot de oorsprongsregels, die ervoor moeten waken dat producten wel degelijk in het exporterende ontwikkelingsland werden geproduceerd, met betrekking tot de lengte van de overgangsperiode voor bepaalde producten zoals rijst en suiker, met betrekking tot de beschermingsmechanismen die het mogelijk moeten maken bepaalde producten op de eigen markt te beschermen tegen goedkopere ingevoerde producten en met betrekking tot de mate van de marktopening die van de ACS-landen wordt gevraagd.

Enkele dagen gelden heeft de Europese Commissie een nieuwe strategie vooropgesteld om tegen het einde van het jaar bilaterale akkoorden te sluiten met individuele ontwikkelingslanden en af te stappen van de globale regionale akkoorden. Wij pleiten ervoor om de regionale economische integratie in de ACS-landen niet te doorkruisen door snel dergelijke bilaterale akkoorden te sluiten.

Dit punt kan op termijn een zware hypotheek betekenen voor de toekomst van die ACS-landen en hun integratie in een geliberaliseerde wereldmarkt.

Ten slotte pleiten we ervoor om in het verlengde van deze onderhandelingen het groeipad naar de 0,7% van het BNI aan te houden. Opdat ontwikkelingslanden zich zouden kunnen ontwikkelen en meestappen in een geliberaliseerde markt, moeten ze immers over voldoende capaciteit beschikken en vandaag is dat voor heel veel ACS-landen nog niet het geval.

Ik dank alle collega's voor het interessante debat dat we hierover hebben gehad zodat we dit signaal naar de regering kunnen sturen.