4-257/1 | 4-257/1 |
9 OKTOBER 2007
Dit wetsvoorstel neemt met enkele wijzigingen de tekst over van een voorstel dat reeds op 12 oktober 2004 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-863/1 - 2004/2005).
Het voorstel past in het ruimere kader van de strijd tegen de mensenhandel, een doelstelling van heel wat internationale instrumenten, zoals bijvoorbeeld:
— De verklaring goedgekeurd op de tweede top van de Raad van Europa (oktober 1997), waarin de staatshoofden en de regeringsleiders van de lidstaten van de Raad van Europa beslissen « gemeenschappelijke antwoorden te zoeken op de uitdaging van de verspreiding [...] van de georganiseerde misdaad [...] over het hele continent » en hun vastberadenheid bevestigen « om geweld tegen vrouwen en elke vorm van seksuele uitbuiting van vrouwen te bestrijden » (vertaling);
— Het bijkomende protocol ter voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de internationale georganiseerde misdaad, dat in december 2000 in Palermo ondertekend werd;
Volgens het protocol wordt met mensenhandel bedoeld : « het ronselen, vervoeren of doorvoeren, verbergen of opvangen van personen, door middel van bedreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, met ontvoering, arglist, bedrog, misbruik van gezag of van een toestand van kwetsbaarheid, of door het betalen of aanvaarden van geld of voordelen om instemming te verkrijgen van een persoon die gezag uitoefent over een ander persoon met het oog op diens exploitatie. Het moet ten minste om de uitbuiting van iemands prostitutie-activiteiten gaan of om andere vormen van seksuele uitbuiting, dwangarbeid en dienstverlening onder dwang, slavernij of daaraan verwante praktijken ». (Vertaling)
— Het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 inzake de bestrijding van mensenhandel (1) ;
— Conclusies van de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2003 inzake de bestrijding van mensenhandel;
— Aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2003 over de verbetering van de methoden van preventie en operationeel onderzoek bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in verband met mensenhandel;
— actieplan ter bestrijding van mensenhandel, in december 2003 goedgekeurd door de ministerraad van de OSVE. In juli 2005 is aan dit actieplan een addendum toegevoegd met betrekking tot de specifieke noden van kinderen die het slachtoffer zijn van mensenhandel;
— richtlijn 2004/81/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie (2) ;
— het Verdrag van de Raad van Europa van Warschau van 16 mei 2005 ter bestrijding van mensenhandel.
Dit voorstel wil de prostitutie laten vervolgen wanneer er ernstige vermoedens bestaan dat ze in handen is van criminele netwerken die gebruik maken van dwang en die geweld tegen hun slachtoffers niet schuwen.
Het gaat er dus niet om personen die zich prostitueren aan te pakken, maar de vorm van slavernij, die een gevolg kan zijn van prostitutie. Zoals bekend is prostitutie steeds vaker een zaak van buitenlandse slachtoffers in een kwetsbare, of zelfs illegale toestand, die hierdoor het slachtoffer worden van netwerken (3) .
Het is dan ook niet de bedoeling alle seksuele betrekkingen tussen vrije en instemmende volwassenen te bestraffen, ongeacht of ze al dan niet in de privésfeer plaatsvinden, maar wel de prostituant wanneer die wetens en willens misbruik maakt van de zeer precaire toestand van een persoon wegens zijn of haar onderwerping aan een netwerk voor gedwongen prostitutie of van een misdaadorganisatie. Het is immers onaanvaardbaar dat een persoon seksuele betrekkingen heeft, terwijl hij weet dat zijn partner onder dwang staat en diens toestemming dus een gebrek vertoont. De maatschappij moet bepaalde bakens uitzetten om de waardigheid en de integriteit van de mens te beschermen.
Het Belgisch strafrecht bestraft de pooier met gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar (artikel 380, § 1, van het Strafwetboek) en nog zwaarder met dwangarbeid van tien tot vijftien jaar indien de dader misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie van een persoon (artikel 380, § 3). Het strafrecht gaat evenwel achteloos voorbij aan de klanten van de pooier, tenzij er minderjarigen bij betrokken zijn.
Bijgevolg wil dit voorstel een nieuwe bepaling in het Strafwetboek invoegen om het bewust gebruikmaken van seksuele diensten van een persoon die het slachtoffer is van mensenhandel strafbaar te stellen.
Zo houdt de kwalificatie van het misdrijf rekening met de individuele positie van het slachtoffer. De definitie van het begrip mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting is overgenomen uit aanbeveling R(2000)11 van de Raad van Europa.
Overigens kan niet voldoende worden beklemtoond dat politie en gerecht de nodige middelen moeten krijgen om de netwerken van gedwongen prostitutie te ontmantelen door eerst wie zich schuldig maakt aan en wie baat heeft bij die vorm van uitbuiting aan te pakken.
Artikel 2
Dit artikel voegt een nieuwe bepaling in het Strafwetboek in om het gebruiken van diensten van seksuele aard geleverd door een slachtoffer van mensenhandel te bestraffen. Bij de kwalificatie van het misdrijf wordt zo steeds rekening gehouden met de persoonlijke positie van het slachtoffer.
De definitie van het begrip mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting, komt uit aanbeveling R(2000)11 van het ministercomité van de Raad van Europa van 19 mei 2000, die mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting veroordeelt als een schending van de rechten van de menselijke persoon en van de waardigheid en de integriteit van de mens.
| Isabelle DURANT. Josy DUBIÉ. Vera DUA. Freya PIRYNS. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In het Strafwetboek wordt een artikel 380quater ingevoegd luidende:
« Art. 380quater. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die door het overhandigen, het aanbieden of het beloven van een materieel of financieel voordeel seksuele betrekkingen heeft verkregen met een persoon van wie hij wist of had moeten weten dat die het slachtoffer is van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting het werven door één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen, of het organiseren van de exploitatie van het vervoer of de legale of illegale migratie van personen, zelfs met hun instemming, met het oog op hun seksuele uitbuiting, in voorkomend geval door middel van enige vorm van dwang, in het bijzonder geweld of bedreiging, misbruik van vertrouwen, misbruik van gezag of misbruik van de kwetsbare positie. »
12 juli 2007.
| Isabelle DURANT. Josy DUBIÉ. Vera DUA. Freya PIRYNS. |
(1) PB L 203 van 1 augustus 2001, blz. 1.
(2) PB L 261 van 6 augustus 2004, blz. 19.
(3) Zie hierover het verslag van de Senaat namens de subcommissie « Mensenhandel en prostitutie », Senaat, nr. 2-152, 1999-2000.