4-91/1 | 4-91/1 |
17 JULI 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 19 maart 2004 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-577/1 — 2003/2004).
Pijn wordt al zeer lang als onvermijdelijk beschouwd. Dankzij de vooruitgang van de wetenschap beschikken we nu echter over doeltreffende middelen die de pijn van de patiënten grotendeels kunnen wegnemen.
Het Franse ministerie van Volksgezondheid denkt al een paar jaar na over een betere zorgverlening aan de patiënten. Er is een plan voor pijnbestrijding ontworpen dat op de volgende pijlers rust :
— het ontwikkelen van de pijnbestrijding binnen de sectoren van gezondheid en zorgverlening;
— het ontwikkelen van de opleiding en de informatie van professionele gezondheidswerkers met betrekking tot het inschatten en het behandelen van pijn;
— het in acht nemen van de wensen van de patiënt en het informeren van het publiek.
De eerste krachtlijn houdt in dat elke verzorgingsinstelling in staat moet zijn de pijnbehandeling van haar patiënten op zich te nemen zoals bepaald in de Franse Code de la Santé publique. Het is absoluut noodzakelijk de dagelijks ervaren pijn te evalueren. Het Franse plan voor pijnbestrijding heeft tevens tot doel het voorschrijven en ter beschikking stellen van alle pijnstillende middelen, in het bijzonder van verdovende middelen, te vergemakkelijken. De Franse overheid heeft de ziekenhuizen precieze aanwijzingen gegeven over de manier waarop zij de verzorgingsprotocollen voor pijnbestrijding moeten opstellen. Enerzijds doet men aanbevelingen aan de verzorgingsteams, opdat zij de behandeling van acute pijn met een multidisciplinair team beter kunnen aanpakken. Anderzijds worden diezelfde verzorgingsteams aangespoord om protocollen op te stellen en passende organisatiemodellen vast te leggen.
De tweede krachtlijn van het Franse beleid is erop gericht de opleiding met betrekking tot pijnbehandeling uit te breiden, zowel voor de artsen als voor de paramedici. Ook voor ziekenhuisdirecteurs zijn er inzake pijnbehandeling bewustmakingsprogramma's gepland. Pijnbehandeling was in 1998 het voornaamste thema van de bijscholing voor artsen.
De derde krachtlijn ten slotte stelt met het pijnbestrijdingsplan de patiënt centraal binnen het verzorgingssysteem. Er worden een aantal maatregelen ingevoerd die rechtstreeks betrekking hebben op de patiënt, zoals het pijnboekje, de uitgebreide en systematische verdeling van « meetinstrumentjes » voor de pijn, alsook een vragenlijst aan de hand waarvan men de tevredenheid van de patiënten kan nagaan.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de tevredenheid over de pijnbestrijding in de dagelijkse verzorgingspraktijk weinig is geëvolueerd. Talrijke verslagen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noteren dat slechts 40 tot 50 % van de ziekenhuispatiënten zeggen afdoende tegen pijn behandeld te worden ondanks de nieuwe behandelingstechnieken die in 90 tot 95 % van de gevallen verlichting zouden moeten brengen.
Een kwaliteitsvolle benadering van de problematiek van de pijn houdt volgens specialisten de oprichting in, binnen het ziekenhuis, van een « centrum » of « kliniek » voor pijnbehandeling. Dat centrum dient de volgende kenmerken te hebben :
— de werking is multidisciplinair,
— er is een aparte eenheid (een plaats, een consultatieruimte),
— de artsen krijgen verantwoordelijkheid,
— er worden een dossier en een protocol opgesteld betreffende de pijnbehandeling,
— er bestaat een samenwerkingsverband,
— er is gespecialiseerd personeel.
Pijnbehandeling in een apart centrum binnen het ziekenhuis dient tot doel te hebben :
— de pijn optimaal te behandelen;
— de medische hulpverleners bewust te maken en bij te scholen op het gebied van pijnbestrijding;
— pijn veroorzaakt door technische handelingen, te voorkomen;
— chronische pijn op een coherente manier te bestrijden.
In België dient in ieder ziekenhuis een bekwaam, interdisciplinair team en een daaraan verbonden netwerk te worden opgericht. Idealiter zou dat team, naast de verwijzende arts-anesthesist, moeten bestaan uit ten minste een arts die bekwaam is in de pijnbestrijding, een verpleegkundige en een psycholoog. Dit voorstel is voornamelijk gebaseerd op de ervaring die men in bepaalde ziekenhuizen in België al heeft opgedaan.
Het beleid inzake pijnbehandeling dient ook een preventief onderdeel te bevatten, dat uitgaat van verschillende invalshoeken :
1. het evalueren van de prevalentie van pijn in onze ziekenhuizen, door middel van enquêtes. Zo kan de situatie objectief worden bekeken en kan men nagaan hoe de pijn als gevolg van de behandeling evolueert;
2. het opstellen van protocollen opdat men de pijn veroorzaakt door technische handelingen kan voorkomen : plaatselijke verdoving van de slijmvliezen voor een endoscopie, precieze procedures voor het plaatsen van blaassondes, mondverzorging, aanbrengen van een verdovende crème voor het inbrengen van een infuus, frequenter gebruik van gasmengelingen bij het verrichten van pijnlijke handelingen. Vooral de kinderafdelingen dienen betrokken te worden bij het voorkomen van pijn door technische handelingen;
3. het systematisch toepassen van een pijnstillende behandeling bij handelingen waarvan men de pijnlijke gevolgen kent : het gebruik van morfinepompjes dient te worden aangemoedigd, peridurale catheters dienen te worden geplaatst en pijnstillers dienen systematisch te worden voorgeschreven bij postoperatieve verzorging;
4. chronische pijn dient op een coherente wijze te worden aangepakt als een deel van de gehele ziektetoestand, door een optimaal gebruik van opiaten en andere geneesmiddelen.
De oprichting van gespecialiseerde medische teams dient vergezeld te gaan van een vlottere erkenning en registratie van pijnstillende geneesmiddelen, een betere terugbetaling en de subsidiëring van de eenheden voor pijnbehandeling in de ziekenhuizen. Daarbij dienen de specifieke kosten van de gespecialiseerde teams in rekening te worden gebracht.
De patiënten moeten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om hun pijn te laten behandelen en om de pijn veroorzaakt door technische handelingen te voorkomen. Op die manier wordt pijn niet meer beschouwd als een onvermijdelijk deel van het ziekenhuisverblijf.
Diagnostische onderzoeken en behandelingen kunnen pijn veroorzaken. Soms weigeren patiënten daarom de behandeling of het diagnostisch onderzoek voort te zetten.
Pijnbehandeling bij kinderen is een bijzonder aangrijpend onderwerp. Tot ver in de jaren » 80 werden premature baby's met gewone kalmeermiddelen geopereerd, zonder werkelijk verdoofd te worden.
Vaak wordt het feit dat de patiënt niet klaagt over pijn, omdat hij oud is of mentaal in een zwakkere toestand verkeert, geïnterpreteerd als een teken dat hij geen pijn lijdt.
Pijnbehandeling dient binnen de sector van volksgezondheid een prioritair onderwerp te worden. Pijn is overigens niet zonder gevolgen voor de arbeidsongeschiktheid en de overconsumptie van geneesmiddelen.
De weerslag van ontoereikende pijnbehandeling bij de patiënten is veelzijdig.
Pijn veroorzaakt een duidelijk ongemak voor de patiënten en hun naasten. Het menselijke aspect overheerst hier, maar pijn heeft ook een invloed op de levenskwaliteit, die op haar beurt een belangrijke rol speelt bij de genezing of de verbetering van de gezondheidstoestand.
Pijn kan ook negatieve gevolgen hebben voor het herstel na een operatie.
Wat de gevolgen voor het budget betreft is het opvallendste voorbeeld dat van de postoperatieve pijn, die volgens vele studies leidt tot langer ziekenhuisverblijf.
In onze moderne samenleving wordt pijn niet meer zoals vroeger beschouwd als een « straf » of een « loutering ». Toch wordt pijn soms nog gewaardeerd om morele redenen. Heeft pijn echter, naast haar rol als alarmsignaal, wel een functie ?
Dit wetsvoorstel strekt ertoe binnen de ziekenhuizen een dienst te organiseren die gespecialiseerd is op het gebied van de pijnbehandeling. Het zou zeker nuttig zijn deze aanpak uit te breiden tot de ambulante gezondheidszorg, waarbij de ziekenhuizen en de huisartsen nauwer gaan samenwerken.
Tot slot is het absoluut noodzakelijk dat pijn en pijnbehandeling een onderdeel worden van de opleiding van de verschillende gezondheidswerkers.
| Philippe MAHOUX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Elk ziekenhuis moet binnen zijn structuur een pijnkliniek oprichten. Elke pijnkliniek moet bestaan uit ten minste een arts, een verpleegkundige en een psycholoog.
12 juli 2007.
| Philippe MAHOUX. |