4-102/1 | 4-102/1 |
17 JULI 2007
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 26 april 2007 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-2447/1 — 2006/2007).
Het heeft tot doel het systeem van tax shelter dat thans van toepassing is op film- en audiovisuele producties uit te breiden tot letterkundige werken.
De Belgische regering heeft op 2 augustus 2002 in een programmawet (uitgevoerd door het koninklijk besluit van 3 mei 2003) een reeks maatregelen genomen die investeringen van ondernemingen in de audiovisuele sector onder bepaalde voorwaarden fiscaal vrijstellen.
Deze nieuwe regeling is beter bekend onder de Engelse benaming tax shelter. Deze maatregel betreft lange fictiefilms, documentaires, animatieseries en fictiefilms voor televisie. De tax shelter-regeling is dus een fiscale stimulans ter bevordering van investeringen in Belgische of Europese audiovisuele producties, hetgeen het nettorendement positief beïnvloedt.
Met uitzondering van televisieomroepen en vennootschappen die audiovisuele werken produceren, kan elke binnenlandse vennootschap (met inbegrip van Belgische dochterondernemingen van buitenlandse ondernemingen) maximaal 20 % van haar belastbare gereserveerde winst, tot een bedrag van 300 000 euro per jaar investeren. Deze investering geeft recht op een quotum van de inkomsten die voortspruiten uit de exploitatie van de film.
Indien de vennootschap geen kredietinstelling is, kan deze investering ook in vorm van lening gebeuren. De terugbetaling van deze lening wordt gewaarborgd voor een bedrag dat overeenkomt met 2/3 van de geïnvesteerde gelden (maximum ratio toegestaan door de wet), of maximaal 200 000 euro. De investering in vorm van een lening is echter beperkt tot 40 % van de geïnvesteerde sommen.
Het totaal van de uitgeleende en geïnvesteerde bedragen (of maximaal 500 000 euro) is fiscaal aftrekbaar tot een bedrag van 150 %, waarbij het maximum vrijgesteld bedrag per jaar 750 000 euro is of 50 % van de belastbare gereserveerde winst.
Het is ook belangrijk te vermelden dat vennootschappen die het fiscaal voordeel genieten enerzijds een raamovereenkomst met het bedrijf dat de productie van het audiovisueel werk zal uitvoeren dienen af te sluiten en anderzijds het bewijs moeten leveren dat 150 % van de geïnvesteerde bedragen in België zal worden uitgegeven.
Boekhoudtechnisch kan men zeggen dat de in de audiovisuele sector geïnvesteerde bedragen onder de tax shelter-regeling van een belastingschuld op het passief van de balans omgezet worden in een investering in de audiovisuele sector op het actief van de balans.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel het tax shelter-systeem uit te breiden tot de boekensector en meer bepaald tot de ontwikkeling en de productie van letterkundige werken. Laten wij niet vergeten dat deze sector de belangrijkste cultuurindustrie in de Franse Gemeenschap is.
Overigens heeft de Conseil du livre in zijn advies van maart 2007 (« mieux soutenir la création en Communauté française ») alternatieve financieringsvormen zoals tax shelter aangeprezen.
De uitbreiding tot letterkundige werken van een regeling die reeds haar nut in de audiovisuele sector heeft bewezen zou een buitengewone troef betekenen in de verdere ontplooiing van Belgische uitgeverijen zowel in Frankrijk als in Nederland.
Artikel 1
Dit artikel bevat de gebruikelijke bepaling met betrekking tot de grondwettelijke grondslag.
Artikel 2
Dit artikel bevestigt de uitbreiding van het systeem van tax shelter tot letterkundige werken. Het omschrijft eveneens wat men onder letterkundig werk verstaat. Het verduidelijkt dat het om een origineel werk moet gaan. Men gaat er gewoonlijk van uit dat een werk origineel is als het de uitdrukking vertegenwoordigt van een intellectuele inspanning van de auteur die het gemaakt heeft en/of als het de persoonlijke stempel draagt van deze laatste.
In zover het bestaande systeem van tax shelter aanvankelijk ontworpen werd voor de audiovisuele productie is het nodig om dit systeem aan te passen om het te kunnen uitbreiden tot de sector van de aanmaak en productie van letterkundige werken ten einde rekening te houden met de kenmerken die eigen zijn aan die sector. De Koning voorziet in deze uitbreiding via koninklijk besluit.
Artikel 3
Dit artikel bepaalt de datum van inwerkingtreding van de wet.
| Philippe MAHOUX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 194ter van het Wetboek der inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van 2 augustus 2002, vervangen door de wet van 22 december 2003 en gewijzigd door de wetten van 17 mei 2004 en 3 december 2006, wordt aangevuld met een § 7, luidende :
« § 7. — Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op binnenlandse vennootschappen die als voornaamste doel de ontwikkeling en productie van letterkundige werken hebben. Onder letterkundig werk wordt verstaan alle producties op letterkundig, wetenschappelijk en artistiek gebied, origineel in geschreven vorm uitgedrukt.
De Koning regelt de uitbreiding van de onderhavige regeling tot de sector van de ontwikkeling en productie van letterkundige werken. ».
Art. 3
Deze wet treedt in werking de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
12 juli 2007.
| Philippe MAHOUX. |