4-43/1

4-43/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2007

12 JULI 2007


Wetsvoorstel tot inrichting van een basisdienstverlening inzake verzekeringen

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 23 juli 2003 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-125/1 — BZ 2003).

In september 2002 vernamen de consumenten dat de regering niet van plan was om de verzekeraars toe te staan de tarieven van hun BA-autoverzekeringspremies met 15 % te verhogen, zoals sommige maatschappijen hadden gevraagd. Hoewel verschillende verzekeringsmaatschappijen het slechte beursklimaat en niet-renderende beleggingen als argumenten hadden aangevoerd, werd hun verzoek gelukkig « ongerechtvaardigd » geacht. Niet alleen zijn de consumenten niet verantwoordelijk voor het beheer van de verzekeringsmaatschappijen, maar bovendien zouden overdreven verhogingen van de premies nieuwe bestuurders ertoe kunnen aanzetten om zonder de nodige verzekering achter het stuur te kruipen.

Momenteel kunnen slachtoffers van een ongeval waarbij een niet-verzekerde bestuurder betrokken is, gedeeltelijk worden vergoed door het Waarborgfonds. Het aantal niet-verzekerde bestuurders groeit echter gestaag. Veel bestuurders vinden immers geen maatschappij die bereid is om hun voertuig te verzekeren. Uit de cijfers blijkt dat de overgrote meerderheid van de 100 000 niet-verzekerde voertuigen van het Belgische wagenpark, eigendom zijn van bestuurders aan wie een verzekering is geweigerd.

Soms volstaat het dat iemand tweemaal in één jaar bij een ongeval betrokken is, zelfs zonder een fout te hebben begaan, opdat de verzekeringsmaatschappijen weigeren deze persoon nog te verzekeren. Vooral bejaarden en jongeren hebben het moeilijk omdat maar weinig verzekeringsmaatschappijen hun voertuig willen verzekeren en dan alleen nog tegen exorbitante premies, die zij gewoon niet kunnen betalen.

De oprichting van een tariferingsbureau terzake is een interessante oplossing. Bedoeling is de risico's die bepaalde personen met zich meebrengen, te spreiden over alle maatschappijen samen. Dat bureau, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de verzekeringsmaatschappijen en van de consumenten, moet aanvaardbare tarieven vaststellen bindend voor de maatschappijen voor automobilisten die al drie maal geweigerd zijn of die drie voorstellen hebben gekregen met tarieven die vier tot vijf keer hoger liggen dan de goedkoopste premie voor een vergelijkbaar geval.

De verzekeraars bieden vandaag de dag een fundamentele dienst aan de consument, net als de banken. In navolging van het wetsvoorstel met betrekking tot de banken, moet nu een initiatief worden genomen met betrekking tot de basisdienstverlening op het vlak van de verzekeringen.

Tegelijk kan ook het probleem worden geregeld van een eventuele weigering voor andere producten dan het meest in het oog springende, namelijk de autoverzekering.

De consument moet zich immers ook tegen andere risico's kunnen verzekeren, zoals bijvoorbeeld brand.

Met dit wetsvoorstel moet de consument in staat zijn om te onderhandelen over een verzekeringsproduct dat hij hetzij krachtens de wet, hetzij krachtens een overeenkomst moét nemen.

In het eerste geval denkt men onmiddellijk aan de WAM-verzekering, in het tweede geval aan de brand- of de levensverzekering, die men moet nemen krachtens een huurovereenkomst of krachtens een hypothecaire leningsovereenkomst, gesloten naar aanleiding van de aankoop van een onroerend goed. Het wetsvoorstel heeft ook betrekking op de privé-BA-overeenkomsten, gewoonlijk de « familiale verzekering » genoemd.

Behalve om ernstige redenen kan geen enkele maatschappij nog weigeren om een meerderjarige persoon die daarom vraagt, te verzekeren tegen een redelijke premie en tegen de voor het gevraagde product gebruikelijke voorwaarden, uiteraard voor zover die maatschappij het betrokken product aanbiedt.

Dit voorstel behoudt het idee van een tariferingsbureau maar versoepelt de toegangsvoorwaarden ervan om tegemoet te komen aan de opmerkingen van bepaalde consumentenverenigingen aangaande de oprichting van een tariferingsbureau met betrekking tot de BA-autoverzekering. Dit bureau, dat ook een controlefunctie uitoefent, wordt uitgebreid tot andere verzekeringsproducten die van essentieel belang zijn voor alle consumenten (brandverzekering, levensverzekering in het kader van een hypothecaire lening, burgerrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het privé-leven). Het wordt paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de verzekeringsmaatschappijen en uit personen die de belangen van de consumenten kunnen verdedigen.

Philippe MAHOUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten daarbij, wordt verstaan onder :

1º « basisdienstverlening inzake verzekeringen » : elke verzekeringsovereenkomst die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt inzake motorrijtuigen of brand en die de eenvoudige risico's en aanverwante gevaren betreft, elke levensverzekeringsovereenkomst verbonden aan een hypothecaire lenings-overeenkomst en elke overeenkomst die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het privé-leven dekt;

2º « consument » : elke natuurlijke of rechtspersoon die uitsluitend voor privé-doeleinden een verzekeringsovereenkomst sluit.

Art. 3

Verzekeringsondernemingen mogen niet weigeren om, tegen een redelijke premie en tegen normale voorwaarden, een overeenkomst aan te bieden aan een consument die basisdienstverlening inzake verzekeringen wenst, noch zo'n overeenkomst ontbinden, behalve :

1º wanneer de verzekeringsnemer de verzekerde of de begunstigde schuldig zijn bevonden aan verzekeringsfraude;

2º bij een abnormaal hoog aantal ongevallen;

3º wanneer de verzekeringspremies systematisch niet worden betaald.

Art. 4

De consument kan zich wenden tot het tariferingsbureau bedoeld in hoofstuk IIbis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen wanneer zijn verzoek om basisdienstverlening inzake verzekeringen geweigerd is, of wanneer zijn overeenkomst is ontbonden in andere omstandigheden dan die bedoeld in artikel 3.

Met een weigering wordt gelijkgesteld een voorstel met een premie of een vrijstelling die hoger liggen dan de door de Koning vastgestelde maxima.

Het tariferingsbureau stelt de premie en eventueel de voorwaarden vast waaronder de verzekeringsondernemingen de consumenten moeten verzekeren.

De Koning stelt de procedureregels voor het tariferingsbureau vast.

Art. 5

Deze wet treedt in werking op de door de Koning vastgestelde datum en uiterlijk de eerste dag van de vierde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Deze wet is niet van toepassing op overeenkomsten die nog geldig zijn op de datum van inwerkingtreding.

12 juli 2007.

Philippe MAHOUX.