(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Wie lang gestudeerd heeft, komt niet altijd aan voldoende loopbaanjaren om zelf een behoorlijk wettelijk pensioen op te bouwen. Daarom bestaat sinds lang de mogelijkheid om met eigen stortingen de studiejaren te laten gelijkstellen met jaren van effectieve beroepsbezigheid. In het stelsel van de werknemers moet dit overigens binnen een periode van tien jaar gebeuren. In vele gevallen dient de regularisatie derhalve te gebeuren op een moment dat men nog geen goed zicht heeft op de pensioenloopbaan.
De financiële inspanning voor deze regularisatie van studieperiodes kan zwaar doorwegen. Betaalde regularisatiebijdragen kunnen ook niet terugbetaald worden, ook als nadien blijkt dat ze geen extra pensioenrechten opleveren, bijvoorbeeld omdat iemand meer dan een volledige pensioenloopbaan heeft. Dit lijkt zeker te gebeuren in geval van een gemengde loopbaan, door de werking van het principe van de eenheid van loopbaan.
Zo kan het gebeuren dat een aantal jaren van zelfstandige arbeid wordt afgeroomd, net die jaren waarvoor de zelfstandige uit eigen zak bijbetaald heeft.
Graag kreeg ik daarom een antwoord op de volgende vragen :
1. Vindt u dit billijk ?
2. Wil u maatregelen nemen opdat dergelijke « overbodige » bijdragen zouden kunnen worden terugbetaald ?
Antwoord : Artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers voorziet niet in de terugbetaling van de regulartsatiebijdragen.
Het tijdstip van de aanvraag om regularisatie van een studieperiode moet gebeuren binnen een termijn van tien jaar na het stopzetten van de studies. Dit impliceert voor het merendeel van de dossiers dat de regularisatie gebeurt voor loopbaanjaren die zich in het begin van de loopbaan situeren. De regularisatie wordt derhalve meestal uitgevoerd dertig tot veertig jaar voor de normale pensioenleeftijd.
Gelet op het tijdstip van de regularisatie wordt uitdrukkelijk de aandacht van de aanvrager gevestigd op het feit dat het regulariseren van studiejaren niet noodzakelijk een verhoging van het pensioen tot gevolg heeft omwille van de toepassing van berekenings- en cumulatieregels.
Derhalve beschikt de aanvrager over voldoende informatie over de eventuele gevolgen van de regularisatie van de studieperioden en bestaat er in hoofde van de aanvrager inderdaad een berekend risico.
Gelet op het feit dat de aanvrager correct en tijdig voldoende geïnformeerd is over de eventuele gevolgen van een regularisatie, lijkt het mij niet aangewezen de reglementering terzake te wijzigen.