Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-82

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Middenstand en Landbouw

Vraag nr. 3-6263 van de heer Steverlynck d.d. 9 november 2006 (N.) :
Zelfstandigen. — Sociale bijdragen. — Berekening.

De sociale bijdragen van zelfstandigen worden berekend op hun netto-bedrijfsinkomsten van drie jaar geleden. Dat is een pragmatische regeling, omdat het sociaal verzekeringsfonds de bijdragen moet kunnen berekenen op een definitief inkomen en daarvoor afhankelijk is van de inlichtingen die via de fiscale administratie worden meegedeeld. Daardoor zit er een relatief lange tijd tussen het jaar waarin de inkomsten verdiend worden en het jaar waarin die inkomsten als basis genomen worden voor de berekening van de sociale bijdragen.

Deze regeling speelt in het voordeel van de zelfstandige, zolang diens inkomsten een stijgende trend vertonen, maar is nadelig wanneer het inkomen daalt. In dat laatste geval betaalt de zelfstandige sociale bijdragen die berekend zijn op een inkomen dat hoger ligt dan het inkomen dat hij op dat moment verdient. En dat kan aanleiding geven tot financiële moeilijkheden.

Dit gegeven is reeds meermaals aan bod gekomen in allerhande parlementaire vragen. Op een vraag van kamerlid Trees Pieters hieromtrent in de kamercommissie voor het Bedrijfsleven van 3 mei 2006 (vraag nr. 11472, zie Parl. St., Kamer, nr. CRIV 51 COM 945, blz. 1-3) liet de geachte minister weten dat zij een aantal pistes ter verbetering zou laten onderzoeken. Één van hen betrof de mogelijkheid om, zoals in de Franse landbouwsector, de bijdragen te laten berekenen op een gemiddeld inkomen van de laatste 3 jaren. Ze kondigde aan dat zij zich tot doel zou stellen « om in de herfst te komen tot de samenstelling van een werkgroep belast met het onderzoek van de hervormende pistes, en tot een eerste, globale evaluatie ».

Graag kreeg ik daarom een antwoord op de volgende vragen :

1. Werd de aangekondigde werkgroep reeds samengesteld ? Zo ja, wie maakt er deel van uit ? Zo neen, wanneer zal dit gebeuren en wie zal er deel van uitmaken ?

2. Werd reeds een eerste, globale evaluatie gemaakt ?

3. Zijn er concrete plannen om de berekeningsbasis van de sociale bijdragen voor zelfstandigen te wijzigen en, zo ja, wat houden die plannen in ?

Antwoord : 1 en 2. Mijn kabinet heeft reeds een globaal verslag van mijn studiereis in Frankrijk opgemaakt. Op basis hiervan, werd een reeks fiches opgesteld. Elke fiche bevat een voorstel tot maatregel dat, over het algemeen, gebaseerd is op het Franse sociale Zekerheidsstelsel van de niet-loontrekkenden (landbouwer en niet-landbouwer), alsook een evaluatie van zowel de maatregel als van een omzetting ervan binnen het Belgisch stelsel van de zelfstandigen.

Deze fiches maken momenteel het voorwerp uit van een overleg tussen mijn kabinet en de DG van de Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid. Uit zorg voor doeltreffendheid en samenhang, meen ik inderdaad dat het wenselijk is dat de evaluatie van mijn studiereis in de eerste plaats overlegd wordt met mijn administratie (die hieraan heeft deelgenomen) alvorens tijdens een uitgebreide werkgroep te worden besproken.

Na het bovenvermelde, wil ik deze uitgebreide werkgroep oprichten van zodra de besprekingen met de DG van de Zelfstandigen afgelopen zullen zijn.

3. Zes fiches baseren zich op voorstellen die de berekeningswijze van de bijdragen in kruissnelheid willen wijzigen. Deze baseren zich zowel op het Franse stelsel inzake de sociale Zekerheid van de niet-loontrekkenden (zie techniek van de gelijkmaken), alsook op aanpassingen van het huidige stelsel (zie basisberekening op N-2 in plaats van N-3).

Zoals bovenvermeld, zijn deze pistes echter nog niet definitief aangezien ze nog met de DG van de Zelfstandigen worden besproken.