3-2362/4 | 3-2362/4 |
26 APRIL 2007
Nr. 36 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 15, § 2, tussen de woorden « de arbeidsbetrekking, de » en « eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden » het woord « onrechtvaardige » invoegen.
Verantwoording
Dit amendement komt tegemoet aan de opmerking van de dienst Wetsevaluatie van de Senaat, die opmerkt dat een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden niet altijd nadelig hoeft te zijn voor de werknemer. In sommige gevallen, zo stelt de dienst, is een wijziging zelfs gerechtvaardigd, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de overplaatsing van de werknemer naar een andere dienst, waar hij een vergelijkbare taak kan uitvoeren en hiermee ontkomt aan het discriminerend gedrag van zijn vorig diensthoofd.
Nr. 37 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 15, § 5, in het tweede lid het woord « onrechtvaardige » invoegen tussen de woorden « zonder opzegging of van de » en de woorden « eenzijdige wijziging ».
Verantwoording
Cf. amendement nr. 36.
Nr. 38 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In § 5 van het ontworpen artikel 18, het woord « juni » vervangen door het woord « januari ».
Verantwoording
In de vijfde paragraaf wordt verwezen naar de gecoördineerde wetten van 12 juni 1973 op de Raad van State. Deze verwijzing is niet correct. Het moet 12 januari 1973 zijn.
Nr. 39 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 20, 3º, in de Franse tekst het woord « visées » vervangen door het woord « visés ».
Verantwoording
Grammaticale fout.
Nr. 40 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 22 de woorden « van een maand tot een jaar en met een geldboete van vijftig tot duizend euro » vervangen door de woorden « van 8 dagen tot 6 maanden en met een geldboete van 26 tot 500 euro ».
Verantwoording
De dienst Wetsevaluatie van de Senaat vraagt zich af — in het licht van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel — waarom in het wetsontwerp identieke straffen worden ingevoerd voor het verspreiden van denkbeelden die gegrond zijn op rassuperioriteit of rassenhaat (artikel 21) en voor het behoren tot een vereniging die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie en segregatie wegens een van de beschermde criteria verkondigt (art. 22). Het behoren tot een discriminerende groep of vereniging kan immers actief zijn, maar kan ook passief zijn (bijvoorbeeld wanneer het lid niet deelneemt aan vergaderingen).
Nr. 41 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 23, eerste lid, de woorden « Met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar » vervangen door de woorden « Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een geldboete van 50 tot 1 000 euro of met één van die straffen alleen ».
Verantwoording
De dienst Wetsevaluatie merkt op dat de bestraffing van het misdrijf mogelijks dermate onsamenhangend is, dat ze leidt tot een kennelijk onredelijk verschil in behandeling tussen vergelijkbare misdrijven. Het Arbitragehof heeft hierover al verschillende uitspraken gedaan. Ook hier rijst het probleem. Terwijl de wet van 4 augustus 1996 betreffende de pesterijen in artikel 81, 1º, een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een geldboete van 50 tot 1 000 euro of één van die straffen alleen kent, voorziet dit wetsontwerp in een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar.
Volgens de dienst Wetsevaluatie straft dit wetsontwerp ambtenaren die zich schuldig maken aan discriminatie zwaarder dan ambtenaren die zich schuldig maken aan pesterijen of geweld op het werk, terwijl het om vergelijkbare problemen gaat, die elkaar gedeeltelijk overlappen en door het Europees recht gezamenlijk worden aangepakt. Dit amendement brengt de strafmaat op hetzelfde niveau van de wet van 4 augustus 1996.
Nr. 42 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 23 het vierde lid doen vervallen.
Verantwoording
Volgens de dienst Wetsevaluatie voegt deze bepaling, die ambtenaren ertoe verplicht de schuldige aan te geven, niets toe aan de algemene regel die in artikel 29 van het Wetboek van strafvordering staat.
Nr. 43 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 23 het vijfde lid doen vervallen.
Verantwoording
Volgens de dienst Wetsevaluatie heeft deze bepaling weinig nut, gezien artikel 194 van het Strafwetboek al bepaalt dat ambtenaren die zich schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschriften en gebruik ervan, worden gestraft met opsluiting van 10 tot 15 jaar.
Nr. 44 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW VAN DERMEERSCH
Art. 3
In het ontworpen artikel 26 de woorden « Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig tot duizend euro » vervangen door de woorden « Met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van 26 tot 500 euro ».
Verantwoording
Ook hier worden personen die zich schuldig maken aan discriminatie zwaarder gestraft dan zij die zich schuldig maken aan pesterijen of geweld op het werk, terwijl het om vergelijkbare problemen gaat, die elkaar bovendien gedeeltelijk overlappen. Cf. amendement nr. 41.
| Jurgen CEDER Anke VAN DERMEERSCH. |