3-216

3-216

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jan Steverlynck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de uitvoering van de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut van de zelfstandigen» (nr. 3-2281)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Met ingang van 1 januari 2008 worden de kleine risico's in de gezondheidszorg geïntegreerd in het sociaal statuut van alle zelfstandigen. Zelfstandigen zijn dan via de betaling van hun sociale bijdragen verzekerd voor de grote én kleine risico's in de ziekteverzekering. De wet houdende diverse bepalingen met het oog op de integratie van de kleine risico's in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de zelfstandigen is inmiddels goedgekeurd.

De regering wil de zelfstandigen en de gepensioneerden daarvoor ook hogere sociale bijdragen laten betalen. De modaliteiten van die bijdrageverhoging zullen worden vastgelegd in een koninklijk besluit.

Dat besluit is er nog niet. Dat is eigenaardig, want de minister van Middenstand vroeg een hele tijd geleden aan de verschillende organisaties van zelfstandigen om, binnen de krijtlijnen die door de regering waren uitgezet, een advies te geven over de manier waarop die bijdrageverhoging moest worden doorgevoerd. De zelfstandigenorganisaties gaven ook een hele tijd geleden een eensgezind advies dat perfect in een koninklijk besluit kan worden gegoten. En toch is dat besluit nog altijd niet klaar. Naar verluidt zouden de coalitiepartners binnen de federale regering niet op dezelfde golflengte zitten en zou deze interne verdeeldheid de oorzaak zijn van het uitblijven van het bewuste koninklijk besluit.

In een interview in de krant De Standaard van 2 april 2007 stelde de gedelegeerd bestuurder van UNIZO, Van Eetvelt, dat het besluit klaar is, doch dat de beslissing niet valt omdat met name de PS, de partij van de minister, een en ander zou tegenhouden. Nochtans dringt de tijd want de instellingen die de wet met ingang van 1 januari 2008 moeten toepassen, dienen zich immers tijdig daarop te kunnen voorbereiden.

Waarom werd nog geen koninklijk besluit genomen inzake de verhoging van de sociale bijdragen voor actieve en gepensioneerde zelfstandigen om de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut te financieren?

Zal de regering het voorstel dat de organisaties voor zelfstandigen, binnen de door de regering opgestelde krijtlijnen, hebben uitgewerkt onverkort verwerken in het nog te nemen koninklijk besluit, of overweegt zij nog aanpassingen aan dit voorstel?

Heeft de regering reeds een standpunt ter zake ingenomen, of is er nog geen regeringsvoorstel? Welke verschillende opties liggen in dat geval op tafel?

Wanneer denkt de regering het koninklijk besluit te kunnen nemen?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister van Volksgezondheid.

Net zoals u betreur ik dat de financieringsmodaliteiten voor de integratie van de kleine risico's in het sociaal statuut van de zelfstandigen nog niet gedefinieerd zijn. Het zou inderdaad coherenter zijn geweest een akkoord te bereiken over alles: de aanpassing van de regels voor verzekerbaarheid en toekenning van de prestaties ten gevolge van de verdwijning van de notie van gunstiger regime, de toekomst van de financiële reserves van de diensten kleine risico's georganiseerd door de ziekenfondsen, de evaluatie van de kost voor de integratie van de kleine risico's maar ook de financieringswijze van deze integratie.

Comme vous le savez, le gouvernement ne s'est pas limité à soumettre au parlement cette importante réforme qui entrera en vigueur le 1er janvier 2008. Il a également introduit, via une modification de la loi sur le pacte de solidarité entre les générations, une réforme radicale du financement des soins de santé par la gestion globale des travailleurs salariés, d'une part, et des travailleurs indépendants, d'autre part.

Le résultat en est que les partenaires sociaux ont reçu tous leurs apaisements sur le caractère supportable dans le futur de la charge que représente le financement de l'assurance obligatoire soins de santé. Cependant, cela a aussi eu pour conséquence que le temps a manqué pour négocier, avec les organisations représentatives des travailleurs indépendants, les nécessaires adaptations aux taux des cotisations sociales.

Le 7 mars 2006, le ministre de l'Économie et moi-même avons invité les organisations représentatives des travailleurs indépendants à formuler notamment une proposition relative au financement de l'intégration des petits risques. La question a été posée en ces termes : quelles sont les modalités selon lesquelles la structure des cotisations peut être modifiée, de manière à respecter les principes d'équité et de solidarité ?

Une proposition unanime des organisations professionnelles a été présentée le 12 janvier 2007 aux représentants de nos deux cellules stratégiques. Cette proposition, dont je vous épargnerai les caractéristiques techniques, a pour conséquence que le supplément de cotisations sociales s'élèverait à 521 euros pour les revenus les plus bas, inférieurs à 10.000 euros par an, et à 1.194 euros pour les revenus les plus élevés, supérieurs à 65.000 euros par an.

Sachant que la déductibilité fiscale des cotisations sociales génère une récupération de 50% du montant supplémentaire pour les revenus les plus élevés, on en arrive à la conclusion que les montants nets à charge des plus bas revenus et des revenus les plus élevés sont pratiquement identiques, soit 521 euros dans le premier cas et 590 euros dans le second.

Nous constatons donc que la proposition formulée revient à instaurer une cotisation forfaitaire et ne rencontre dès lors pas l'exigence de respect des principes d'équité et de solidarité puisque la charge serait alors proportionnellement beaucoup plus élevée pour les indépendants les moins nantis. Tel est le message qui a été adressé la semaine dernière aux organisations professionnelles de travailleurs indépendants par les représentants de ma cellule stratégique.

Une concertation entre les partenaires gouvernementaux n'a pas davantage débouché sur une proposition alternative commune.

Mes représentants ont donc invité les organisations professionnelles de travailleurs indépendants à formuler une nouvelle proposition qui s'inscrive bien dans l'accord de gouvernement et qui soit plus équitable. Elle ne pourra évidemment plus être concrétisée sous cette législature, mais il me paraît néanmoins important de poursuivre les discussions en vue d'arriver à un accord qui pourrait, le cas échéant, être repris tel quel par le prochain gouvernement.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Het lange antwoord heeft geen duidelijkheid gebracht. Het is evident dat er zeker geen onenigheid zou zijn bij de organisaties. Het is binnen de regering dat men niet op dezelfde golflengte zit. De tijd dringt, want als deze regeling in voege moet treden op 1 januari en als men weet dat het parlement binnenkort ontbonden wordt, is de kans groot dat hierover een verkiezingsstunt wordt uitgehaald. Men belooft de kleine risico's te dekken voor iedereen, maar uiteindelijk is er in de realiteit niets, behalve een vage wettekst die niet is gerealiseerd via een uitvoeringsbesluit.