3-214

3-214

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de minister van Buitenlandse Zaken over ęhet RwandaprocesĽ (nr. 3-1503)

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Allicht is dit de laatste mondelinge vraag die ik de minister als senator kan stellen.

Het verheugt me dat de minister en ik dezelfde bekommernis delen over de situatie in Palestina, Kosovo en Congo, en over de situatie van de Koerden in Turkije. Alleszins hoop ik dat BelgiŽ, eventueel onder zijn bevoegdheid, de volgende twee jaar in de Veiligheidsraad kan meewerken aan het herstel van de vrede in deze gebieden en overal waar oorlog dreigt.

Bij de aanvang van deze legislatuur heb ik een bezoek gebracht aan Kigali. De kazerne waar de Belgische para's werden vermoord maakte een diepe indruk. Vandaar ook mijn blijvende zorg om in het reine te komen met het verleden in verband met de tragedie in Rwanda.

Vandaag gaat het Rwandaproces voor het Brusselse Hof van Assisen van start. De hoofdverdachte van de moord op de tien Belgische para's op 7 april 1994 is een voormalige Rwandese majoor.

De belangrijkste ooggetuige in deze zaak is de Rwandese kolonel Laurent Nubaha. Hij leeft al dertien jaar ondergedoken in Congo en is enkele dagen geleden naar Kinshasa gebracht door een Belgische advocaat. Destijds was kolonel Nubaha bevelhebber in het Kamp Kigali waar de Belgen vermoord zijn. Volgens getuigen heeft hij gedaan wat hij kon om de Belgen te redden.

De man staat op de lijst van getuigen voor het assisenproces, maar krijgt vooralsnog niet de nodige documenten om naar BelgiŽ te komen. Als verklaring hiervoor hoorde ik in het VRT-nieuws van maandag 16 april dat hij volgens Buitenlandse Zaken geen paspoort heeft en dat er geen haast bij is.

De advocaat van de verdediging vreest voor het leven van de kolonel en weigert hem dan ook in Kinshasa alleen achter te laten.

Waarom krijgt Laurent Nubaha niet de nodige documenten om bij de start van het assisenproces aanwezig te zijn? Is het niet raadzaam dat hij wegens zijn belangrijke rol het proces in zijn geheel bijwoont?

Hoe schat de minister de veiligheidssituatie van kolonel Nubaha in? Krijgt hij in Kinshasa bescherming van de Belgische overheid?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Vorige week heb ik in Rwanda namens ons land een krans neergelegd in kamp Kigali bij het monument ter nagedachtenis van de tien para's, die er in beestachtige omstandigheden werden vermoord. Ik ga akkoord met de heer Vandenberghe dat dit een zeer diepe indruk nalaat.

Laurent Nubaha beschikt niet over documenten waarmee hij zijn identiteit kan aantonen, noch over een paspoort. In die omstandigheden kan onze ambassade niet ambtshalve een visum afgeven, maar moet zij het akkoord van de Dienst Vreemdelingenzaken vragen om zowel een vrijgeleide als een visum uit te reiken.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het migratierisico, aangezien de heer Nubaha clandestien in Congo verblijft en er dus niet zal kunnen terugkeren. Aangezien hij niet beschikt over een verblijfsstatuut of een paspoort kan hij na afloop van zijn getuigenis al evenmin naar een ander land vertrekken.

Bovendien was de getuigenis van de heer Nubaha pas voor 30 mei gepland, zodat de zaak niet spoedeisend was. Pas gisteren werd deze datum vervroegd.

Toen de heer Nubaha zich samen met zijn advocaat op het consulaat aanmeldde, voerde de advocaat aan dat hij de man de volgende dag naar BelgiŽ moest kunnen meenemen. Hij kon niet alleen achterblijven en er werd voor zijn leven gevreesd. Onze consulaire diensten hebben de passagierslijsten van de vluchten Kinshasa-Brussel gecheckt en noch advocaat De Temmerman, noch de heer Nubaha waren daarop terug te vinden. U begrijpt dat een dergelijke leugen, al dan niet om bestwil, niet meteen een goede indruk maakt.

Ik kan slechts akte nemen van het feit dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten de heer Nubaha aanvankelijk hebben opgeroepen om op 30 mei als getuige te verschijnen op het proces Ntuyahaga. Ik ben niet bevoegd om me uit te spreken over de opportuniteit van zijn aanwezigheid gedurende het hele proces. We stellen ook vast dat de heer Nubaha al geruime tijd in Congo leeft en we hebben geen reden om aan te nemen dat zijn leven daar nu in gevaar zou zijn.

Indien de heer Nubaha toch van mening is dat hij bescherming nodig heeft, kan hij zich hiervoor alleen richten tot de Congolese autoriteiten en niet tot de Belgische. De heer Nubaha heeft niet de Belgische nationaliteit en onze ambassade in Kinshasa kan dus niet ingrijpen of consulaire bijstand bieden. Uiteraard heeft onze ambassade in Congo geen politiŽle bevoegdheid.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik weet dat dit een zeer moeilijke situatie is, maar het is belangrijk dat de man op het proces komt getuigen. Zijn getuigenis is vervroegd, maar weet men wanneer hij wordt gehoord?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - De Dienst Vreemdelingenzaken moet advies geven en onze consulaire diensten zullen dat advies dan uitvoeren. Uit mijn antwoord hebt u toch wel begrepen dat indien hij komt, hij zal blijven?

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Dat kan ook met de andere getuigen gebeuren. Zij kunnen ook asiel aanvragen.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ja, maar hij kŠn niet terug.