3-2413/1

3-2413/1

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

18 APRIL 2007


Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet met betrekking tot de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de federale kamers, de constitutieve autonomie en de overname van de provinciale bevoegdheden en financiën door de Duitstalige Gemeenschap

(Ingediend door de heer Berni Collas)


TOELICHTING


De indiener stelt vast :

— dat de drie gemeenschappen van het land op basis van artikel 2 van de Grondwet gelijkwaarbij zijn en bijgevolg gelijk moeten worden behandeld;

— dat de bevolking van het Duitse taalgebied op basis van haar historische en taalkundig-culturele eigenheid klaarblijkelijk als een nationale minderheid als bedoeld in de Europese kaderovereenkomst ter bescherming van de nationale minderheden moet worden beschouwd;

— dat deze bevolking zich ook als zulke minderheid beschouwt;

— dat haar derhalve in het federale staatssysteem van België een speciale status moet worden toegekend;

— dat het aan het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap als wettelijke en democratisch verkozen vertegenwoordiger van deze bevolking toekomt om zoals in het verleden de denkbeelden met betrekking tot deze speciale status te formuleren;

— dat deze speciale status, in een geest van verdraagzaamheid, respect en samenwerking gebaseerd federalisme de autonomie en de gelijkwaardigheid van de bevolking van het Duitse taalgebied en haar institutionele vertegenwoordiging ten opzichte van de andere taalgemeenschappen van het land moet garanderen.

1. Gewaarborgde vertegenwoordiging van de bevolking van het Duitse taalgebied in de Kamer van volksvertegenwoordigers

Met verwijzing naar de aangehaalde principiële overwegingen;

Gelet op de resoluties en standpunten van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, waarin de wens van een gewaarborgde vertegenwoordiging van de Duitstalige bevolking op federaal niveau werd geuit en in het bijzonder op basis van de resoluties van 10 juni 2002 en 17 februari 2003;

Gelet op het feit dat het Duitse taalgebied reeds een eigen kieskring vormt voor de verkiezing van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, voor het Europees Parlement alsmede voor de Provincieraad;

stelt het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap aan de federale wetgevende macht voor :

hoofdstuk I van titel III van de Grondwet in de verklaring tot herziening van de Grondwet op te nemen om daarin nieuwe bepalingen in te voegen die voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers voorzien in een gewaarborgde vertegenwoordiging van de bevolking van het Duitse taalgebied in de vorm van ten minste 2 mandaten en aan deze vertegenwoordiging dezelfde rechten als aan de overige kamerleden toekennen.

2. Vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de Senaat en haar statuut

Gelet op de in de preambule aangehaalde principiële overwegingen;

Gelet op het feit dat de Duitstalige Gemeenschap een gelijkwaardig constitutief bestanddeel van de Belgische federale staat is en ze daarom in de Senaat adequaat en voldoende vertegenwoordigd moet zijn;

Gelet op de vaststelling dat de senaat zich tot een federale kamer van de gemeenschappen en gewesten ontwikkelt;

stelt het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap aan de federale wetgevende macht voor

hoofdstuk I van titel III van de Grondwet in de verklaring tot herziening van de Grondwet op te nemen om daarin bepalingen in te voegen, die voorzien in een vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de vorm van ten minste twee mandaten en aan deze vertegenwoordiging dezelfde rechten als aan de overige senatoren toekennen.

3. Toekenning van constitutieve autonomie

Gelet op de in de preambule aangehaalde principiële overwegingen;

Gelet op het feit dat de Duitstalige Gemeenschap een gelijkwaardig constitutief bestanddeel van de Belgische federale staat is en ze daarom over dezelfde organisatorische mogelijkheden dan de andere gemeenschappen zou moeten beschikken;

Gelet op het feit dat momenteel over vrijwel alle voorstellen tot wijziging met betrekking tot de verkiezingen, de samenstelling en de werkwijze van de organen van de Duitstalige Gemeenschap door de federale wetgevende macht een beslissing moet worden genomen;

stelt het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap aan de federale wetgevende macht voor

de artikelen 118 en 123 van de Grondwet in de verklaring tot herziening van de Grondwet op te nemen om deze door een nieuwe bepaling aan te vullen, die aan de Duitstalige Gemeenschap in dezelfde mate als aan de andere Gemeenschappen constitutieve autonomie toekent en de gewone wetgever met de uitvoering van deze bepaling belast.

4. Overname van de provinciale bevoegdheden en financiën

Gelet op de resoluties en standpunten van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, waarin de wens van een overname van de bevoegdheden en financiën van de provincie werd geuit en in het bijzonder op basis van de Nota van 26 oktober 1998;

Gelet op het feit dat de provincie Luik overwegend in sectoren actief is, die tot de bevoegdheden van de boven haar staande Gemeenschap behoren (toezicht op de gemeenten, onderwijs, toerisme, sociale aangelegenheden, cultuur, ...) en dat die toestand door het afsluiten van een zogenaamde partnerschapsovereenkomst met het Waals Gewest nog is bekrachtigd;

Gelet op de vaststelling dat de beschreven toestand ertoe bijdraagt dat de provincie slechts op ontoereikende wijze in het Duitse taalgebied kan actief worden, indien men wil voorkomen dat bepaalde diensten twee maal worden aangeboden;

Gelet op de vaststelling dat derhalve door de bundeling van de hieromtrent beschikbare middelen in de handen van de Gemeenschap een meer effectieve en efficiënte politiek in het Duitse taalgebied gevoerd zou kunnen worden;

Gelet op het feit dat de Duitstalige Gemeenschap sinds begin 2005 het gewone toezicht op de gemeenten van het Duitse taalgebied die organiseert en uitoefent in plaats van het Waals Gewest en dat de overname van de provinciale bevoegdheden ertoe kan bijdragen het bevoegdheidspakket met betrekking tot de ondergeschikte besturen nog homogener en eenvoudiger te organiseren;

Gelet op het feit dat het Duitse taalgebied zowel territoriaal als demografisch relatief klein is, dat de betrekkingen tussen de bevolking met de gemeenten enerzijds en met de Gemeenschap anderzijds nauwe banden onderhoudt en dat de inschakeling van een « tussenoverheid » (zoals de provincie er een is) weinig zinvol lijkt, in het bijzonder tegen de achtergrond van de daarnet beschreven bevoegdheidsoverlappingen;

Gelet op het feit dat het inschakelen van deze anderstalige tussenoverheid een tot dure en tijdrovende administratieve inspanning tot gevolg heeft, die vooral door vertaalwerk wordt teweeggebracht;

Gelet op de vaststelling dat het overnemen van de provinciale bevoegdheden door de Duitstalige Gemeenschap tot een wezenlijke vereenvoudiging van het administratief apparaat en de administratieve inspanningen zou leiden, die ten slotte de burger ten goede zou komen;

Gelet op het feit dat het om juridische redenen raadzaam is een bepaling in de grondwet op te nemen, die de Duitstalige Gemeenschap in staat stelt alle bevoegdheden van de verkozen provinciale organen in het Duitse taalgebied te behartigen;

stelt het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap aan de federale wetgevende macht voor :

hoofdstuk VIII van titel III van de Grondwet in de verklaring tot herziening van de Grondwet op te nemen om er een nieuwe bepaling op te nemen, die aan de Duitstalige Gemeenschap de uitoefening van alle bevoegdheden van de verkozen provinciale organen in het Duitse taalgebied en de daarmee verbonden financiële mogelijkheden overdraagt en de gewone wetgever met de uitvoering van deze bepaling belast;

— bovendien de artikelen 5, 41, 151, 156, 162 en 170 in de verklaring op te nemen om door een formele aanpassing de coherentie van de grondwet te bewaren.

Berni COLLAS.

VOORSTEL VAN VERKLARING


De Kamers verklaren, dat er redenen zijn tot herziening van :

— hoofdstuk I van titel III van de Grondwet om daarin nieuwe bepalingen in te voegen die voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers voorzien een gewaarborgde vertegenwoordiging van de bevolking van het Duitse taalgebied in de vorm van ten minste 2 mandaten en aan deze vertegenwoordiging dezelfde rechten als aan de overige kamerleden toekennen.

— hoofdstuk I van titel III van de Grondwet om daarin bepalingen in te voegen, die voorzien een vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in de vorm van ten minste twee mandaten en aan deze vertegenwoordiging dezelfde rechten als aan de overige senatoren toekennen.

— de artikelen 118 en 123 van de Grondwet om deze door een nieuwe bepaling aan te vullen, die aan de Duitstalige Gemeenschap in dezelfde mate als aan de andere Gemeenschappen constitutieve autonomie toekent en de gewone wetgever met de uitvoering van deze bepaling belast.

— hoofdstuk VIII van titel III om een nieuwe bepaling in te voegen, die aan de Duitstalige Gemeenschap de uitoefening van alle bevoegdheden van de verkozen provinciale organen in het Duitse taalgebied en de daarmee verbonden financiële mogelijkheden overdraagt en de gewone wetgever met de uitvoering van deze bepaling belast;

— de artikelen 5, 41, 151, 156, 162 en 170 van de Grondwet om door een formele aanpassing de coherentie van de Grondwet te bewaren.

17 april 2007.

Berni COLLAS.