Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-80

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 3-6096 van de heer Steverlynck d.d. 16 oktober 2006 (N.) :
Economische wetgeving. — Evaluatie.

De mondialisering van de economie leidde tot een uitgebreide internationale marktreglementering en akkoorden. In België wordt evenwel het economisch recht nog steeds geregeld door heel wat oude wetteksten die in een totaal andere context werden goedgekeurd. Enerzijds dient onze wetgeving te worden aangepast aan de regels van de buitenlandse handel om een omgekeerde discriminatie van ondernemingen en transacties te voorkomen. Anderzijds moet een « update » er ook voor zorgen dat de positie van de nationale markt ten opzichte van internationale markten versterkt wordt.

In het overzicht 2005 van de FOD Economie staat te lezen dat een aantal eminente economisten, academici en rechtsgeleerden (onder leiding van de FOD) van start is gegaan met een omvangrijke systematische evaluatie van de economische wetgeving. Het zou gaan om een studie van de economische en maatschappelijke efficiëntie, de interne logica, de verstaanbaarheid, het up-to-date zijn en de vergelijking van de structuur ervan met die van andere landen op basis van een grondige « bench-marking ».

Dit initiatief past in het kader van « Better Regulation » van de Europese Commissie, een belangrijk aspect van de Lissabon-strategie dat gericht is op het analyseren van de impact van de wetgeving in het kader van de economische groei.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Wanneer is de evaluatie effectief van start gegaan ? Hoe wordt ze concreet georganiseerd ? Wie neemt eraan deel ? Welke planning zal worden gevolgd ? Wanneer wordt de evaluatie afgesloten en hoe zal die worden opgevolgd ?

2. Zijn er al tussentijdse resultaten of bevindingen sinds de start van de evaluatie ? Indien ja, welke ?

Antwoord : Als antwoord op de twee vragen van het geachte lid deel ik hem het volgende mee.

1. De evaluatiewerkzaamheden zijn effectief in april 2006 begonnen.

Verschillende eminente persoonlijkheden nemen ijverig deel aan dit groots plan. De heer Lambert Verjus, voorzitter van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, is de drijvende kracht van de werkzaamheden waaraan de heer Ivan Verougstraete, voorzitter van het Hof van Cassatie, de professoren André Sapir, Jean-Claude Koeune en Jacques Steenbergen, evenals de heren Luc Coene, minister van Staat en vice-gouverneur van de Nationale Bank van België, Michel Jadot, erevoorzitter van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de heer Robert Geurts, directeur-generaal van de algemene directie Regulering en organisatie van de markt en voorzitter van de Raad voor het verbruik, deelnemen.

De werkzaamheden worden voorbereid en ondersteund door een multidisciplinaire projectgroep binnen de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie die bestaat uit vijftien hooggespecialiseerde ambtenaren.

De werkzaamheden vinden één keer per maand plaats in een plenaire vergadering en er wordt minstens één groot thema van economisch recht aangesneden.

Rekening houdend met de intensiteit van de werkzaamheden en de huidige kwaliteit van de tussenresultaten van die uitgebreide evaluatie, is het toegestaan optimistisch te zijn en te hopen dat tegen de lente van 2007 tot een geïntegreerd eindverslag zal komen.

Die werkzaamheden zullen leiden tot hervormingsvoorstellen die vervolgens in voorontwerpen van wet dienen te worden omgezet.

2. Momenteel is het te vroeg om de tussenresultaten van de tot nu toe gemaakte evaluaties bekend te maken. In dit stadium gaat het om voorstellen van conclusies die nog niet definitief zijn. Een aantal pistes moeten grondig worden onderzocht. Opties moeten nog worden getest en internationale vergelijkingen verfijnd, en vooral, de materies waaruit het economisch recht bestaat, blijken onderling sterk afhankelijk te zijn. Hieruit volgt inzonderheid dat de voorlopige evaluaties die tot nu toe werden gemaakt slechts na onderzoek van alle aangesneden thema's definitief zullen worden. Bovendien zullen de voorlopige conclusies ook afhangen van het onderzoek van de thema's die de komende maanden op de agenda zullen staan.