3-206 | 3-206 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.
De heer Luc Willems (VLD). - Zoals aangehaald in een eerdere vraag om uitleg (nr. 3-1077), bestaat ook in België het probleem van de eer- en bloedwraak. Het gaat niet alleen om de verdediging van seksuele eer, maar vaak ook om zakelijke conflicten en uitgesproken beledigingen. Ook mannen zijn vaak het slachtoffer, soms met dodelijke afloop.
In Nederland wordt aan agenten onderwezen hoe zij eerwraak eerder kunnen signaleren. Door het verschijnsel eerwraak als verplichte module in de basisopleiding van politiemensen op te nemen, worden de mensen op het terrein gevoelig voor deze problematiek.
De minister van Justitie schreef begin 2006 een rondzendbrief aan de parketten waarin zij de procureurs-generaal vroeg een actieplan tegen huiselijk geweld uit te werken. Zij vond dat de parketten ook aandacht moesten besteden aan de vaststellingen van eerwraak. Na een onderzoek kunnen de parketten bepaalde feiten dan als eerwraak kwalificeren.
Hebben de parketten nu aandacht voor de vaststellingen van eerwraak, net als bij huiselijk geweld?
Bestaat er inzake eer- en bloedwraak een speciale code om dergelijke dossiers in de databanken van de parketten in te voeren? Zo ja, beschikt de minister over betrouwbare cijfers over het aantal gevallen van eerwraak in België voor het jaar 2006?
Hoe ver staat het met het actieplan tegen huiselijk geweld dat de minister begin 2006 vroeg uit te werken?
Is het fenomeen van de eerwraak een verplichte module in de basisopleiding van politiemensen? Indien dat niet het geval is, welke maatregelen zijn nodig om dat mogelijk te maken en op welke termijn kan dat als een verplichte module worden ingevoerd?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Justitie.
Ik bevestig dat het parket inderdaad aandacht heeft voor vaststellingen van eerwraak in het kader van het strafrechtelijk beleid inzake huiselijk geweld en partnergeweld.
Bovendien zullen er dankzij de eenvormige geïnformatiseerde codering van het fenomeen huiselijk geweld betrouwbare statistieken bestaan. Er bestaat geen specifieke codering voor bloed- en eerwraak. Volgens de federale politie zouden de voorbije zes jaar een paar eremoorden zijn gepleegd.
Op basis van de gemeenschappelijke richtlijnen van de minister van Justitie en het college van procureurs-generaal (COL 3/2006 over de definitie van intrafamiliaal geweld en 4/2006 over het strafrechtelijk beleid in verband met intrafamiliaal geweld) kreeg het actieplan vorm. In alle parketten werden referentiemagistraten aangesteld en actieplannen uitgewerkt met het oog op de bestrijding van het huiselijk geweld in ieder arrondissement.
Momenteel wordt de rondzendbrief geëvalueerd door de dienst Strafrechtelijk Beleid. Uit een eerste analyse blijkt dat het voorgestelde beleid inderdaad op het terrein wordt toegepast. De dienst Strafrechtelijk Beleid zal na de volledige analyse de best practices opstellen zodat deze kunnen worden verspreid in alle arrondissementen.
Het fenomeen van de eerwraak is geen verplichte module in de basisopleiding van politiemensen. In de opleiding politietechnieken krijgen ze echter wel informatie over cultuurverschillen. Deze problematiek komt voorts aan bod in de basisopleiding, met name waar het gaat om misdrijven tegen personen en in het kader van het thema huiselijk geweld, dat wel expliciet in de basisopleiding is vervat.