3-205

3-205

Sťnat de Belgique

Annales

JEUDI 1er MARS 2007 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Fauzaya Talhaoui au vice-premier ministre et ministre de l'Intťrieur sur ęl'expulsion d'une femme tchťtchŤne par l'Office des ťtrangersĽ (nļ 3-1430)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Mijn vraag gaat over een Tsjetsjeense familie die deze week door mensensmokkelaars op de E313 werd gedropt, na zes dagen van ontbering tijdens hun tocht naar BelgiŽ.

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft geoordeeld dat de Tsjetsjeense vrouw, die een moeder heeft die in Torhout woont die zelf asiel heeft aangevraagd in BelgiŽ, het land moest verlaten. De vrouw was vergezeld van haar twee kinderen en vier broertjes en zusjes, allen minderjarig.

De vier broertjes en zusjes zijn ondergebracht in het Centrum van Steenokkerzeel, hoewel niet-begeleide minderjarigen niet in gesloten centra worden opgesloten maar via de dienst Voogdij van de FOD Justitie aan een voogd die over hun welzijn waakt, worden toevertrouwd.

De Tsjetsjeense vrouw heeft een uitwijzingsbevel gekregen. Bij mijn weten is TsjetsjeniŽ nog altijd ťťn van de onveiligste landen in de wereld. Hoe kan die vrouw, met twee kinderen in haar kielzog, vier broertjes en zusjes die elders zijn ondergebracht en een in Torhout wonende moeder, ons land verlaten? De mensensmokkelaars zijn trouwens nergens te vinden. Heeft ze niet net als haar moeder het recht een asielaanvraag in te dienen, samen met haar minderjarige kinderen en haar broertjes en zusjes, in plaats van koudweg een bevel te krijgen het land te verlaten? Ze heeft geen enkel middel om naar TsjetsjeniŽ te gaan.

Is Steenokkerzeel wel een geschikte plaats om kinderen onder te brengen? Kunnen ze niet aan een voogd, of gewoon aan hun moeder in Torhout, worden toevertrouwd?

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik verwijs eerst en vooral naar het reglement van de Senaat. Ik kan onmogelijk ingaan op vragen over individuele dossiers.

Voor vreemdelingen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of -smokkel werd een bijzonder beschermingsstatuut in het leven geroepen, in het raam waarvan ze een verblijfsrecht kunnen verwerven. Daartoe is wel vereist dat de vreemdeling als slachtoffer kan worden beschouwd en dat hij meewerkt met het gerecht.

Meerderjarige personen die niet in het bezit zijn van de vereiste verblijfstitels ontvangen overeenkomstig artikel 7 van de vreemdelingenwet een bevel om het land te verlaten. Indien de vreemdeling weigert gevolg te geven aan dat bevel, kan de Dienst Vreemdelingenzaken eventueel overgaan tot een administratieve vrijheidsberoving met het oog op de gedwongen verwijdering van betrokkene.

Minderjarige vreemdelingen die niet door hun ouders of door een wettelijke voogd worden begeleid, genieten een bijzondere bescherming waarbij ze een voogd in BelgiŽ krijgen toegewezen om hun belangen te behartigen. De dienst Vreemdelingenzaken zoekt actief mee naar een oplossing in het belang van het kind. In principe is de hereniging met de ouders in BelgiŽ of in het land van herkomst hier de meest wenselijke oplossing.

Een vreemdeling die naar BelgiŽ afreist om hier een beschermingsstatuut te bekomen, hetzij de bescherming krachtens het Verdrag van GenŤve, hetzij de subsidiaire bescherming, dient daartoe een aanvraag in te dienen. Als er geen aanvraag is ingediend, wordt uiteraard ook geen tijdelijk verblijf toegestaan.

De wet biedt tal van mogelijkheden aan vreemdelingen die hulp en bescherming nodig hebben. De administratie kan die wettelijke bepalingen echter alleen toepassen als de betrokken vreemdeling zelf enig initiatief neemt of de vereiste medewerking verleent.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn volledige antwoord.

Ik was uiteraard op de hoogte van de verschillende beschermingsstatuten. Toch komt de uitwijzing van een moeder met twee kinderen naar TsjetsjeniŽ, terwijl de Tsjetsjeense grootmoeder in BelgiŽ verblijft in het kader van een asielaanvraag, over als een koude administratieve beslissing. We vroegen ons gewoon af of die familie niet beter een gezamenlijke asielaanvraag kon indienen in het raam van een gezinshereniging dan volledig uit elkaar te worden gerukt. Misschien komt de grootmoeder nog wel in aanmerking voor het statuut van politiek vluchteling. Hierover wenste ik meer zekerheid.