(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
De voorbije jaren worden steeds meer vrouwen getroffen door HIV/aids.
Veel vrouwen kunnen niet steeds beslissen op welk ogenblik, met wie en, in voorkomend geval, met welke bescherming ze seksuele betrekkingen hebben.
Die onmacht op het vlak van beslissingen is in het bijzonder voelbaar in de ontwikkelingslanden, waar HIV het meest voorkomt en waar de epidemie zich snel uitbreidt.
Met betrekking tot HIV/aids hebben vrouwen dus het meest nood aan een preventiemethode waarover ze zelf controle hebben.
De ideale microbicide is dus een crème, een gel of een zetpil die discreet in de vagina kan worden ingebracht vóór de seksuele betrekkingen. In het ideale geval doodt dat microbide het HIV of remt het de verspreiding ervan af, en vernietigt het ook de agentia die verantwoordelijk zijn voor andere seksueel overdraagbare ziekten.
De microbicide lijkt veelbelovend in het kader van de strijd tegen aids.
We stellen evenwel vast dat er op internationaal vlak onvoldoende onderzoek over dit thema plaatsvindt.
Kunt u me zeggen of België onderzoeksprojecten over microbiciden financiert ? Voor welk bedrag ?
Kunt u me zeggen wat de regeringsplannen op dit vlak zijn ?
Bent u van plan de projecten over de « new preventive technologies » te steunen ?
Antwoord : Het belang van preventie in de strijd tegen HIV/AIDS is essentieel. Dat is de reden waarom de ontwikkelingssamenwerking een bijzonder belang hecht aan de ontwikkeling van nieuwe methodes.
In het bio-medische domein zijn vaccins en microbiciden het voorwerp van onderzoeken die jammer genoeg nog niet tot resultaten hebben geleid. Volgens de informatie verzameld bij wetenschappelijke experten maar ook bij het privé-publiek partnerschap IAVI (International Aids Vaccine Initiative), is het weinig waarschijnlijk, rekening houdend met de complexiteit van het virus, dat een vaccin de volgende jaren zal beschikbaar zijn.
De kwestie is volledig anders wat betreft de microbiciden gezien, na jaren van onderzoeken en mislukkingen, het lijkt dat de wetenschappelijke gemeenschap voldoende vertrouwen heeft om een microbicide te ontwikkelen waarvan de doeltreffendheid binnen 5 à 6 jaar zal bewezen zijn.
Zoals u weet heeft België zich van bij het begin verbonden aan de onderzoeken gevoerd door het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in het domein van de microbiciden. Van 1996 tot 1998 hebben we een omvangrijk meerlandenproject gesteund voor onderzoek ten voordele van het op punt stellen van een microbicide, en dit door een vrijwillige bijdrage aan UNAIDS van 750 000 euro per jaar. In 2002 hebben we een enveloppe toegekend van meer dan 3,7 miljoen euro aan het ITG voor de ontwikkeling van haar steunprogramma aan het onderzoek betreffende HIV/AIDS in Afrika waarvan uiteraard een deel werd besteed aan klinische testen van één of meerdere microbiciden. Deze klinische testen hebben jammer genoeg nog niet tot resultaten geleid.
De actuele wetenschappelijke informatie lijkt aan te tonen dat nieuwe hoop voor de ontwikkeling van een microbicide reëel is.
Het is in dit perspectief van vooruitgang dat ik heb beslist om onze financiële steun te hernemen via het internationale partnerschap voor microbiciden (International Partnership for Microbicides ou IPM). Gesticht in 2002, is het IPM een privé/publiek partnerschap zonder winstoogmerk voor de ontwikkeling van microbiciden. Het IPM beschikt over een bureau in Brussel sinds 2004. Het IPM heeft als missie de ontwikkeling te versnellen van zekere, doeltreffende, toegankelijke en betaalbare microbiciden bestemd voor de vrouwen van ontwikkelingslanden om de overdracht van HIV te verhinderen. Het IPM wordt geleid door een internationale raad van beheer samengesteld uit eminente experten uit de publieke en privé-sectoren en gefinancierd door meerdere regeringen (Canada, Denemarken, Verenigde Staten, Ierland, Noorwegen, Nederland, Verenigd Koninkrijk alsook de Europese Commissie), de Wereldbank, het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) en de Rockefeller Stichting.
In het kader van de voorbereiding van het budget 2007, heb ik een krediet ingeschreven van één miljoen euro aan het IPM, via het UNFPA.
Bovendien zetten we besprekingen voort met de Wereldbank met het oog op de financiering van programma's voor de aanpassing van de openbare gezondheidssystemen aan deze nieuwe preventiewijze.
De beslissing om de activiteiten van het IPM te steunen werd genomen rekening houdend met de reële kansen om de klinische testen vrij snel tot resultaten te zien komen (met een gehoopte doeltreffendheid van 60 %), rekening houdend met het ethisch charter dat de klinische testen omringt uitgevoerd door het IPM en haar partners in Afrika, een ethisch kader dat de volledige zorgopneming impliceert van de geteste vrouwen, met name door informatie en raadplegingen met de lokale gemeenschappen, testen voor het opsporen van seksueel overdraagbare aandoeningen, de verdeling van condooms, gratis vaststelling van de behandeling en zorgen voor getroffen vrouwen en hun familie.