Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-74

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-3635 van de heer Destexhe d.d. 25 oktober 2005 (Fr.) :
Telepolitiesysteem. — Evaluatie. — Nieuwe installaties. — Subsidies aan de politiezones.

Dankzij het Telepolitiesysteem kunnen handelaars bij een overval onmiddellijk telefonisch contact opnemen met de politiezone via een soort telefoon met afstandsbediening.

De politie wordt dus onmiddellijk verwittigd en kan de overvaller ongemerkt beluisteren. Zo kan de politie zich een beeld vormen van de toestand en passend reageren.

Telepolitie bestaat in heel wat steden, bijvoorbeeld in Brussel, Luik en Nijvel, en heeft zijn sporen verdiend als instrument van misdaadvoorkoming en — bestrijding.

Het probleem voor de invoering van een dergelijk systeem is de kostprijs ervan. Men moet voorzien in een investeringsbudget van ongeveer 50 000 euro per 50 handelaars en vervolgens in een jaarlijks budget van ongeveer 7 500 euro.

Wat is de regering voornemens met het Telepolitiesysteem ?

Hebt u de bestaande systemen al geëvalueerd ? Is de installatie van een dergelijk systeem in de verschillende politiezones rendabel ?

Wil u de zones die dat systeem wensen te installeren, ook subsidiëren ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hierna het antwoord op zijn vraag.

Ik ben uiteraard bewust van het feit dat het systeem « telepolitie » in feite een toevluchtsmiddel is. Een middel dat toelaat de politiediensten te contacteren in geval van extreme dringendheid, zoals de dienst « 101 ».

Maar ik heb toch een bepaalde vrees.

In de eerste plaats dient men een onderscheid te maken tussen het huidige « telepolitie »-systeem — dus enkel gelinkt aan bepaalde handelstypes — en een gelijkaardig systeem dat ten dienste van alle burgers gesteld zal worden. Deze twee systemen hebben zonder enige twijfel een verschillend beheer nodig, zij het dan enkel omwille van technische redenen. Inderdaad, het huidige « telepolitie »-systeem heeft de inplanting van een « terminal » nodig, waar de « stille oproepen », beheerd door de politiediensten, toekomen.

Het blijkt dat één enkele terminal, waarvan de aankoopkost niet te verwaarlozen is, maximum 180 à 200 verbindingen kan beheren.

Zij heeft een permanent — 24u/24u — beheer door een politieagent nodig aangezien zij tot drie gelijktijdige oproepen kan ontvangen. Het is omwille van deze reden dat, vanaf het begin, dit systeem gelimiteerd werd tot bepaalde typen van handel, de zogenaamde « risicovolle ». Bijvoorbeeld : de apothekers, de juweliers, de krantenwinkels en de tankstations, in het bijzonder ten prooi aan gewapende overvallen. Het is vanzelfsprekend dat de « stille oproepen », gelinkt aan de terminal « telepolitie », bij hoogdringendheid behandeld worden en in alle gevallen, zoals voor de « oproepen zonder antwoord » die toekomen via de dienst « 101 ».

Op algemeen vlak zo'n systeem ter beschikking stellen van de burger brengt niet enkel technische problemen met zich mee.

Het kan ook problemen veroorzaken, zoals wij die ook gekend hebben bij de inbraakalarmsystemen. Ook holdupknoppen veroorzaken in de praktijk valse alarmen. Bijvoorbeeld doordat een bediende in een bank onbewust de holdupknop activeert. Een sterke uitbreiding van het systeem kan dan ook leiden tot een toename van het aantal « valse » alarmoproepen. En iedere patrouille die uitrijdt voor een valse alarmoproep, kan inmiddels niet ingezet worden bij andere « echte » alarmoproepen.

Overigens kan men stellen dat zo'n systeem, dat ter beschikking wordt gesteld van de burger, slechts een variant van het systeem « 101 » zou zijn en compleet de politiediensten zou overstelpen.

Daarom heb ik mijn diensten gevraagd deze problematiek van nabij te volgen.

Indien op zeker ogenblik zou blijken dat de politiediensten overstelpt worden, zal ik zeker bepaalde maatregelen overwegen, zoals de mogelijkheid om bepaalde oproepen te laten filtreren en beheren door een alarmcentrale in functie van de risico's.

De ervaring met de inbraaksystemen heeft trouwens geleerd dat een voorafgaande verificatie door een vergunde bewakingscentrale geenszins leidt tot « tijdverlies ». Integendeel. Dergelijke centrales hebben een ruime ervaring en expertise inzake het onderscheiden van valse en echte alarmen. Zij zijn hier technisch optimaal voor uitgerust en kunnen de alarmoproepen onmiddellijk linken aan alle nuttige basisgegevens. Over wie gaat het ? Op welk adres ? Welke activiteit wordt er uitgeoefend ? Welk risico is er ? Wie staat er precies aan het risico bloot ?

Dankzij deze informatie kan de politie haar interventie afstemmen op het precieze noodgeval en efficiënt optreden.

Bovendien wordt in het kader van de provinciale oproepkamers (Astrid) nagegaan hoe de communicatie tussen de alarmcentrales en de politiediensten nog kan worden versneld.

Wat de openbare financiering van het telepolitiesysteem betreft, wordt er, in het kader van de federale dotatie, geen specifiek budget toegekend voor een dergelijk systeem.