3-199

3-199

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 18 JANVIER 2007 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur «les cambriolages dans les habitations» (nº 3-2028)

M. le président. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Uit cijfers van de politiediensten blijkt dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om de 57 minuten inbrekers in een woning binnendringen. Nadat het aantal woninginbraken in 2004 daalde, steeg het in 2005 met tien procent. Deze stijging heeft zich in 2006 doorgezet. In 2006 werden bijna 6.000 inbraken genoteerd tegenover een kleine 4.500 het jaar voordien. In 2006 werd ook op nationaal niveau een stijging van het aantal woninginbraken met vijf procent genoteerd tegenover 2005. Niettegenstaande minister van staat Tobback in de stad Leuven de orde probeert te handhaven, stellen we ook in het arrondissement Leuven spijtig genoeg vast dat het aantal woninginbraken stijgt en dat de tactiek van de inbrekers erin bestaat in de namiddag of in de vooravond toe te slaan in plaats van 's nachts.

Deze vaststellingen zouden in de lijn liggen van een aantal werkhypothesen die binnen de federale politie worden onderzocht. Een van die hypothesen is dat het werkgebied van de rondtrekkende dievenbendes die een groot deel van de woninginbraken plegen, zich verplaatst van het platteland naar de grootsteden en hun randgemeenten. Zij verkiezen bovendien almaar meer appartementen boven gewone huizen en villa's, wellicht omdat de sociale controle er minder groot is. De inbrekers stelen vooral juwelen, geld, videotoestellen, computers en kleine elektronica.

Welke conclusies trekt de minister uit deze cijfergegevens?

Zijn er duidelijke aanwijzingen en gegevens die de hypothese van de verplaatsing van het werkgebied van de rondtrekkende dievenbendes bevestigen?

Acht de minister het wenselijk maatregelen te treffen om het aantal woninginbraken te doen dalen?

Acht de minister het wenselijk met de verschillende actoren overleg te plegen om ervoor te zorgen dat de mensen hun woningen beter beveiligen?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken.

Het aantal woninginbraken in ons land is in de periode 2002-2005 gevoelig gedaald. In 2002 registreerden de politiediensten over het hele land ongeveer 70.000 woninginbraken. In 2005 waren dat er ongeveer 50.000. Vanaf 2005 neigt deze dalende trend tot stabilisering. Voor 2006 wordt een stijging met ongeveer 5 procent in het vooruitzicht gesteld. Uit analyse blijkt dat die stijging in grote mate toe te schrijven is aan een toename van het aantal diefstallen in de grote agglomeraties.

De stijging van het aantal diefstallen in de grootstad kan door verschillende factoren worden verklaard. Rondtrekkende daders houden zich op in de grootstad. De verschuiving kan het gevolg zijn van een verhoogde sociale waakzaamheid op het platteland met de buurtinformatienetwerken, de FIPA-controles op de toegangswegen en doorgedreven gerechtelijk onderzoek.

Sinds enige tijd komen meer en meer minderjarigen in beeld die diefstallen plegen in de grootstad of in de onmiddellijke omgeving ervan. Zij worden bewust ingezet door een bepaald type van daders.

De bestaande criminele populatie binnen de grootstad pleegt meer en meer diefstallen voor drugs, omdat dit een gemakkelijke manier is om aan geld te komen.

Het is momenteel nog te vroeg om een eenduidige oorzaak van deze stijging te geven.

Om de stijging ongedaan te maken, moet zowel de lokale als de federale overheid maatregelen nemen.

Aan de federale politie heb ik opdracht gegeven het probleem van de minderjarigen in kaart te brengen en mij maatregelen voor te stellen. Ik zal ook overleg plegen met mijn collega van Justitie om na te gaan welke bijkomende maatregelen federaal nog mogelijk zijn.

Inbraakpreventie blijft voor mij een prioriteit en geniet mijn volle aandacht. Omdat inbraak een van de belangrijkste criminaliteitsvormen in België is, werd een nationaal overleg met privé- en publieke partners in het leven geroepen. Deze taskforce Inbraakpreventie werkt aan een nationaal actieplan voor inbraakpreventie.

Om particulieren aan te moedigen hun woning te beveiligen, wordt vanaf 1 januari 2007 een belastingvermindering doorgevoerd voor investeringen in brand- en inbraakbeveiliging.

Daarnaast is en blijft mijn preventiebeleid steunen op de objectieve veiligheidsadviezen die door specifiek daartoe opgeleide technopreventieve adviseurs worden gegeven. Op eenvoudig verzoek geven zij iedereen kosteloos advies inzake de beveiliging van woningen, beroepslokalen en bedrijfsterreinen.