3-194

3-194

Sťnat de Belgique

Annales

JEUDI 14 D…CEMBRE 2006 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Annemie Van de Casteele au ministre de l'Emploi sur ęles suites des licenciements chez Volkswagen ForestĽ (nļ 3-1333)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het dossier Volkswagen Vorst heeft al heel wat reacties losgeweekt, niet alleen bij de werknemers en op straat, maar ook in het Parlement.

Reeds 1.700 werknemers hebben zich aangemeld om gebruik te maken van de royale ontslagvergoeding die wordt aangeboden bij vrijwillig vertrek. Wat aanvankelijk een sociaal bloedbad leek te worden, lijkt nu een omgekeerd effect te genereren. Door de massale uittocht kan voor de toekomst van de fabriek gevreesd worden, zeker op korte termijn en waarschijnlijk ook bij de productie van de Audi, als die doorgaat.

Die toch wel bizarre omwenteling neemt niet weg dat een jaar na het sluiten van het Generatiepact, een woord dat de minister in commissie gisteren naar eigen zeggen niet durft te gebruiken in aanwezigheid van de vakbonden, de vertrekregeling bij Volkswagen Vorst een eerste grote test vormt voor de wetgeving die door het pact tot stand kwam.

Volgens het pact moet een herstructurering gefaseerd verlopen. In een eerste fase moet een begeleidingsplan worden opgemaakt. Graag zouden wij nagaan hoever men staat ten opzichte van wat de regering had vooropgesteld.

Heeft Volkswagen Vorst al een officiŽle aanvraag ingediend om tot collectief ontslag over te gaan en erkend te worden als bedrijf in herstructurering?

Het begeleidingsplan van de regering vermeldt als eerste punt eventuele alternatieve oplossingen, zoals arbeidsherverdeling - ik neem aan dat dit hier niet onmiddellijk zal worden toegepast - en afscheidspremies. Over dit laatste leven er toch heel wat vragen, ook bij de betrokkenen zelf. Daarom kregen we daarover ook graag enige duidelijkheid.

Volgens het Generatiepact moet allereerst worden bepaald wie er vandaag eventueel in aanmerking komt voor brugpensioen. Er kunnen niet meer, zoals vroeger, `wachtkamers' worden gecreŽerd. Al wie bij Volkswagen Vorst de juiste leeftijd heeft voor brugpensioen zou dus al geÔdentificeerd moeten zijn. Voor ons is het niet duidelijk of dit inderdaad al gebeurd is en of die mensen ook in de rij staan voor de afscheidspremies. Heeft de minister er al zicht op hoeveel mensen in aanmerking komen voor brugpensioen? Uiteraard is het de bedoeling van het Generatiepact het aantal brugpensioenen zoveel mogelijk te beperken, omdat we vooral een activerend beleid willen voeren.

Als er brugpensioenen worden toegekend, spreekt het voor zich dat Volkswagen Vorst een verplichte tewerkstellingscel moet oprichten en dus ook outplacement moet aanbieden aan wie niet in aanmerking komt voor brugpensioen, maar wel ouder is dan 45 jaar en ten minste 1 jaar anciŽnniteit heeft. Hier rijst de vraag of we de royale vertrekpremies niet moeten zien als het afkopen van outplacement, een techniek die als not done moet worden beschouwd en zeker moet worden ontraden. Als Volkswagen Vorst bepaalde mensen geen outplacement aanbiedt, dan kan het theoretisch worden verplicht een bijdrage te storten aan de RVA voor elke werknemer ouder dan 45 jaar en met ten minste 1 jaar anciŽnniteit die is ingegaan op de royale vertrekpremie. Of heb ik het verkeerd? Bepaalde persberichten melden dat het bedrijf door het toekennen van een vertrekpremie kan ontsnappen aan de outplacementprocedure en de kosten ervan. Dat zou ook verklaren waarom die vertrekpremies zo hoog zijn.

Heeft de minister tot slot met zijn collega's overlegd over het fiscaal en parafiscaal statuut van de vertrekpremie, zowel voor de werknemer, als voor de werkgever. Ook daarover doen in de pers allerlei verhalen de ronde. Het lijkt me dringend nodig dat de werkgever, maar vooral de werknemers weten waar ze aan toe zijn.

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Er is geen officiŽle aanvraag tot collectief ontslag ingediend bij mij of mijn administratie. Dat is echter ook niet verplicht. Enkel bij sluiting moeten de RVA, de FOD en de sociaal bemiddelaar op de hoogte worden gebracht van de intentie tot sluiting. Bij een collectief ontslag ingevolge een herstructurering, zoals bij Volkswagen, moet in de eerste fase enkel de bevoegde bemiddelingsdienst, in dit geval de BGDA, op de hoogte worden gebracht van de intentie tot collectief ontslag. Dat is in elk geval wel gebeurd. Indien later, na de uitwerking van het sociaal plan, de onderneming een beroep wenst te doen op brugpensioen op verlaagde leeftijd, in toepassing van afdeling 3 of 3bis van het koninklijk besluit van 7 december 1992, dan moet uiteraard wel een erkenningsdossier worden ingediend bij de federale minister van Werk.

In antwoord op de tweede vraag kan ik meedelen dat er nog geen dossier werd ingediend. Het sociaal overleg is volop bezig.

Wat de derde en de vierde vraag betreft, zal VW inderdaad een tewerkstellingscel moeten oprichten als het gebruik wil maken van brugpensioen op lagere leeftijd.

Een andere mogelijkheid van het koninklijk besluit van 9 maart 2006, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 november 2006, is dat de betrokken werkgever actief deelneemt aan een tewerkstellingscel die door de openbare bemiddelingsdiensten wordt opgericht.

Maar ook die concrete invulling zal worden behandeld op het sociaal overleg. Het koninklijk besluit van 9 maart 2006, dat van algemene orde is, bepaalt uitdrukkelijk dat de tewerkstellingscel de deelnemers outplacementbegeleiding moet aanbieden. De werkgever moet de 45-plussers die geen kandidaat bruggepensioneerde zijn, en die dus voor deelname aan de cel of voor outplacementbegeleiding kunnen opteren, alleszins op de hoogte brengen van het recht op outplacementbegeleiding. Door de in het kader van het Generatiepact gewijzigde artikelen 51-53 van het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991, is de werknemer ouder dan 45 jaar trouwens uitdrukkelijk verplicht van dit recht gebruik te maken. Ook de toekenning van het brugpensioen op verlaagde leeftijd is onmogelijk zonder deelname aan de tewerkstellingscel die, zoals gezegd, per definitie outplacementbegeleiding moet verstrekken.

Het afkopen van het recht op outplacementbegeleiding, of het niet gebruiken van dit recht, is dus reglementair onmogelijk.

Afdeling 3bis van het koninklijk besluit van 7 december 1992, zoals ingevoegd ingevolge het Generatiepact, bepaalt trouwens dat de aanvraag voor erkenning tot het bekomen van brugpensioen op lagere leeftijd, een advies van de regionale minister van Werk moet bevatten. Het advies moet gaan over het activerend karakter van het sociaal plan.

In mijn contacten met de vakbonden en de directie van VW Vorst heb ik al herhaaldelijk gewezen op de noodzakelijkheid van voldoende activerende elementen in het sociaal plan om mijn goedkeuring te kunnen krijgen voor brugpensioen op verlaagde leeftijd.

Voor wat betreft de vijfde vraag, heeft mijn beleidscel vergaderd met vertegenwoordigers van de RSZ, de RVA en de beleidscel FinanciŽn. Ze hebben onderzocht hoe vertrekpremies en opzegvergoedingen fiscaal en parafiscaal behandeld worden en wat de eventuele impact is op het recht op werkloosheidsuitkeringen. Aangezien de precieze modaliteiten van de toekenning van die vergoedingen nog niet bekend zijn, is het voorbarig nu al definitieve uitspraken te doen. Zodra de details duidelijk zijn, zullen we die voor iedereen toelichten.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het antwoord van de minister is ontgoochelend. Hij weet nog niet hoeveel er zal worden uitbetaald, hoeveel werknemers er zullen afvloeien, hoeveel er in aanmerking zullen komen voor brugpensioen. Ik denk wel dat de minister officieus meer weet dan hij vandaag wil zeggen, vooral wat de brugpensioenleeftijd betreft. Het verontrust me dat de minister spreekt over `vijfenveertigplussers die geen kandidaat zijn als bruggepensioneerde.' Ik ga ervan uit dat vijftig jaar de minimale leeftijd is om op brugpensioen te kunnen gaan en dat vijfenveertigplussers gewoon niet meer in aanmerking kunnen komen voor een brugpensioen.

De minister zegt dat hij vandaag niet kan oordelen over het activerende karakter van het sociaal plan, aangezien dat nog niet bestaat. Dat is nochtans een belangrijk element als hij moet uitmaken of het bedrijf al dan niet een bedrijf in herstructurering is. Jammer genoeg vernemen we in de media heel veel over afscheidspremies en dergelijke, maar bijna niets over de activerende maatregelen waarover het sociaal overleg ook zou moeten handelen. Want een van de belangrijkste doelstellingen van het generatiepact bestond er precies in om bij drama's als nu bij Vorst, mensen opnieuw naar werk te begeleiden. Nu krijgt de publieke opinie de indruk dat het vooral om centen draait, althans bij Volkswagen Vorst, want bij de toeleveranciers kunnen de werknemers, net als bij de vele andere kleine bedrijven, niet rekenen op een gulle Sinterklaas of Kerstman. Om alle misverstand te voorkomen, wij gunnen de VW-werknemers deze premies. Alleen betreuren we dat er nu een verkeerd signaal gegeven wordt en dat activering in dit dossier nog amper aan bod komt. Dat moet nochtans de eerste bekommernis zijn.

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Senator Van de Casteele zegt dat mijn antwoord haar ontgoochelt, maar haar reactie ontgoochelt mij evenzeer. In feite vraagt ze de minister van Werk dat hij op de feiten vooruitloopt en dat hij vandaag al zegt of hij brugpensioen op vijftig jaar zal toekennen of niet. Dat zijn niet de regels van het spel. Vandaag moet het sociaal overleg kunnen werken zonder dat de minister van Werk zich daarmee moeit. Als dat leidt tot een sociaal plan, zal het bedrijf mij mogelijk een vraag stellen over brugpensioen, maar dat is nog lang niet gebeurd. Met andere woorden, de senator vraagt mij in feite dat ik een antwoord geeft op een vraag die mij nog niet is gesteld.

Als minister kan ik hoogstens de nieuwe procedureregels uitleggen, maar ik ben hoegenaamd niet van plan me te mengen in het overleg tussen directie en vakbonden over het sociaal plan dat ze moeten uitwerken. Wel heb ik bij herhaling zowel de directie als de vakbonden gewaarschuwd dat ik op een vraag naar vervroegd brugpensioen niet zal ingaan, als hun sociaal plan niet voldoende activerende maatregelen bevat.

Uiteraard komen werknemers van 45 jaar nooit in aanmerking voor vervroegd brugpensioen. Als ik me daarover wat slordig heb uitgedrukt, is dat bij deze rechtgezet. Het Generatiepact maakt vervroegd brugpensioen ten vroegste op 50 jaar mogelijk, maar ook daar is de voorwaarde dat het sociaal plan voldoende activerende maatregelen bevat en het de betrokken werknemers voldoende begeleidt naar een nieuwe job.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Uiteraard moet de minister niet op de feiten vooruitlopen, maar hij heeft wel de plicht om aan alle sociale partners uit te leggen wat in het Generatiepact staat en hen erop te wijzen dat ze daar in hun sociaal overleg rekening mee moeten houden. Het sociaal overleg over het Generatiepact heeft ons op dat gebied niet echt gerustgesteld.