3-1968/2

3-1968/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

11 DECEMBER 2006


Wetsvoorstel inzake het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het bezit van submunitie


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER MAHOUX

Opschrift

Het opschrift van het voorstel vervangen als volgt : « Wetsvoorstel tot opstelling van een publieke lijst van bedrijven waarvan de activiteiten verband houden met antipersoonsmijnen en/of submunitie ».

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe het opschrift van het wetsvoorstel te vervangen teneinde er in op te nemen dat een lijst wordt opgesteld van bedrijven die systematisch activiteiten uitoefenen die verband houden met antipersoonsmijnen en/of submunitie.

In antwoord op een parlementaire vraag (CRIV 51 COM 859, nr. 10256) over de problemen bij het uitoefenen van controle op de wet van 20 juli 2004 die ICBE's verbiedt participaties te hebben in bedrijven waarvan de activiteiten verband houden met antipersoonsmijnen, meende de minister van Financiėn dat « het gebrek aan een centrale databank met alle geļncrimineerde vennootschappen de efficiėntie van deze controle beperkt. Ik ben dus bereid om tot zo'n databank te komen. »

Deze wijziging wenst ook tegemoet te komen aan de opmerkingen van de minister van Financiėn.

Nr. 2 VAN DE HEER MAHOUX

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Artikel 8 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wordt aangevuld als volgt :

« Eveneens verboden is de financiering van een onderneming naar Belgisch recht of naar buitenlands recht, met als activiteit de vervaardiging, het gebruik, het herstel, het te koop stellen, het verkopen, het uitdelen, invoeren of uitvoeren, het opslaan of vervoeren van antipersoonsmijnen en/of submunitie in de zin van deze wet, en met het oog op de verspreiding ervan.

De Koning zal met dit doel, ten laatste op de eerste dag van de dertiende maand volgend op de maand waarin deze wet wordt bekendgemaakt, een publieke lijst opstellen

i) van de ondernemingen waarvan is aangetoond dat zij een activiteit bedoeld in het vorige lid uitoefenen;

ii) van de ondernemingen die voor meer dan de helft aandeelhouder zijn van een onderneming bedoeld in i) en;

iii) van de instellingen voor collectieve belegging die houder zijn van financiėle instrumenten van een onderneming bedoeld in i) en ii).

Hij bepaalt eveneens de nadere regels voor de publicatie van deze lijst.

Met financiering van een in de lijst opgenomen onderneming worden alle vormen van financiėle steun bedoeld, namelijk kredieten, bankgaranties alsook het verwerven voor eigen rekening van de door de onderneming uitgegeven financiėle instrumenten.

Als een onderneming waarvoor reeds een financiering is toegekend, opgenomen is in de lijst, dient deze financiering volledig te worden stopgezet voor zover dit contractueel mogelijk is.

Dit verbod is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan het beleggingsbeleid, overeenkomstig hun statuten of beheersreglement, tot doel heeft de samenstelling te volgen van een welbepaalde aandelen- of obligatie-index.

Het financieringsverbod geldt evenmin voor welomschreven projecten van een op de lijst voorkomende onderneming, voor zover de financiering geen van de activiteiten beoogt als vermeld in dit artikel. De onderneming dient dit in een schriftelijke verklaring te bevestigen. »

Verantwoording

Algemeen

Artikel 47 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens heeft de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wetten van 30 januari en 5 augustus 1991, 9 maart 1995, 24 juni 1996, 18 juli 1997, 10 januari 1999 en 30 maart 2000 opgeheven.

We moeten niet de wet van 3 januari 1933 wijzigen maar de nieuwe wet van 8 juni 2006, in het bijzonder het artikel 8 van die wet die gaat over de handelingen met verboden wapens.

Eerste lid

Aanpassing van de Nederlandse tekst aan de Franse tekst. De vertaling van de jaren'30 is niet langer correct, wat het gebruik verklaart van « uitvoeren » en « vervoeren ». Wellicht kan ook het opschrift van de wet worden aangepast.

De toevoeging « met het oog op de verspreiding ervan is noodzakelijk om de financiering mogelijk te maken van ondernemingen die zich bezighouden met de ontmanteling van de antipersoonsmijnen. Vervoer en opslag bijvoorbeeld zijn in dat geval noodzakelijke activiteiten van zulke ondernemingen.

2e lid

Aangezien de kredietinstellingen niet zelf de betrokken activiteiten uitoefenen, is het meestal onmogelijk met enige zekerheid te weten of de gefinancierde onderneming al dan niet betrokken is bij een dergelijke activiteit. Transport en opslag bijvoorbeeld zijn hoogstens nevenactiviteiten waarop de kredietinstellingen, zonder bewijs van het tegendeel, totaal geen zicht kunnen hebben op het ogenblik van de financiering Bovendien mag hier niet worden vergeten dat het reeds bestaande wettelijk verbod op de bedoelde handelsactiviteiten slechts van toepassing is op activiteiten in Belgiė, terwijl de nieuwe bepalingen betreffende de financiering ook zullen slaan op ondernemingen buiten Belgiė. Om de rechtszekerheid te garanderen is een lijst dus noodzakelijk. Indien een bedoelde activiteit publiek bewezen en bekend zou zijn, bijvoorbeeld via het onderzoek van Netwerk Vlaanderen, is het financieringsverbod van toepassing op de betrokken onderneming

Het lijkt ook aangewezen een termijn te bepalen binnen welke het uitvoeringsbesluit met de lijst moet worden uitgevaardigd. Twaalf maanden lijkt een redelijke termijn.

Wat betreft de toevoeging over de ondernemingen die aandeelhouder zijn :

— in de praktijk worden activiteiten die verband houden met anti-persoonsmijnen en submunitie dikwijls ondergebracht bij filialen. Als de wetgeving alleen de financiering van de moedermaatschappij betreft, is zij niet waterdicht. De dochteronderneming kan dan immers steeds via de moedermaatschapij aan geld geraken. Dit achterpoortje wordt deels gesloten door ook de financiering van de moedermaatschappij uit te sluiten van investeringen wanneer zij voor meer dan 50 % aandeelhouder is. Vanaf dat percentage is men ontegensprekelijk mee verantwoordelijk voor het beleid van de dochteronderneming;

— het dossier van Netwerk Vlaanderen bevatte een landmijnenproducent die voor 100 % dochteronderneming is van een door Belgische banken gefinancierd beursgenoteerd bedrijf. Zowat alle grote banken hebben die investering intussen geweigerd. Zonder de wijziging van de tekst had dit niet gemoeten. Dat zou onaanvaardbaar zijn;

— de Noorse regering heeft een commissie van deskundigen laten onderzoeken of een financiering van de hierboven genoemde moedermaatschappij een overtreding zou inhouden van het verdrag van Ottawa dat elke vorm van steun aan de antipersoonsmijnenindustrie verbiedt. De conclusie van de commissie was ondubbelzinning : de financiering van de moedermaatschappij (van welke aard dan ook) door de Noorse overheid houdt een overtreding van het verdrag in.

3e lid

Het uitgangspunt van de wet is dat alle financieringen van zulke ondernemingen door institutionelen of particulieren verboden zouden moeten zijn. Het verdrag van Ottawa verbiedt immers elke vorm van steun en het maakt voor een slachtoffer van een mijn echt niet uit via welk financieel instrument die mijn nu gefinancierd werd. In de geest van de wet wordt van het verbod de regel gemaakt en wordt expliciet opgesomd wat wel toegestaan wordt.

Een duidelijk verbod sluit ook aan bij de recente resolutie van het Europees Parlement (van 7 juli 2005, on a mine-free world) die aandringt op een verbod op directe en indirecte financiering, zowel van antipersoonsmijnen als van clusterbommen.

4e lid

Het is evident dat een bedrijf dat wordt opgenomen op de lijst, niet meer kan worden gefinancierd of dat de financiering overeenkomstig de contractuele bepalingen gaandeweg moet worden stopgezet. Dit laatste is belangrijk, aangezien het onaanvaardbaar zou zijn te eisen dat de kredietinstellingen met onmiddellijke ingang de financiering zouden stopzetten Men zou hen aldus opzadelen met het betalen van schadevergoedingen voor contracten die volledig rechtsgeldig zijn afgesloten. Door de territoriale gelding van de Belgische wet kan de wet ten overstaan van deze laatste ondernemingen uiteraard niet worden ingeroepen als rechtsgrond voor een onmiddellijke stopzetting van de financiering.

5e lid

Behoud van de in de Senaat aangenomen bepaling betreffende de indexfondsen.

6e lid

Deze uitzondering moet het mogelijk maken om te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Ottawa, namelijk geen steun verlenen aan de anti-persoonsmijnenindustrie en aan de submunitie-industrie, zonder de betrokken « verboden bedrijven » volledig van financiering uit te sluiten

Nr. 3 VAN DE HEER MAHOUX

Art. 3

In dit artikel de woorden « submunitie inbegrepen » vervangen door de woorden « met inbegrip van antipersoonsmijnen en/of submunitie ».

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe het dispositief van artikel 3 uit te breiden tot de antipersoonsmijnen.

Philippe MAHOUX.