Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-70

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-5347 van de heer Van Overmeire d.d. 2 juni 2006 (N.) :
Turkije. — Openstelling van zee- en luchttransport vanuit Cyprus.

Vorig jaar, in augustus 2005, stemde Turkije ermee in — weliswaar onder grote druk van Europa — om het zogenaamde Ankara-akkoord uit te breiden tot de tien nieuwe lidstaten, waaronder Cyprus. Dit was één van de voorwaarden vooraleer de toetredingsgesprekken met Ankara in oktober van start kunnen gaan. Hiermee is Turkije verplicht zijn zee- en luchthavens open te stellen voor zee- en luchttransport vanuit Cyprus. Ankara liet evenwel onmiddellijk en in een officiële verklaring weten dat dit protocolakkoord geen erkenning van Cyprus inhoudt en dat zij enkel de Turkse Republiek van Noord-Cyprus blijft erkennen.

In een gesprek tussen de Turkse onderhandelaar Babacan en de Europees commissaris voor Uitbreiding Rehn in Brussel op 19 mei, blijkt nu echter ook dat over het protocolakkoord de meningen uiteen lopen. Babacan verklaarde zelfs dat de Turkse visie over het akkoord duidelijk verschilt van die van de Europese Commissie. Turkse diplomaten verwachten eerst dat er directe handelsrelaties worden toegestaan tussen de Europese Unie (EU) en Noord-Cyprus, vooraleer zij hun havens openzetten voor de Cyprioten. Turkije verwijst daarbij naar het referendum uit 2004, waarbij de Griekse Cyprioten het « Plan Annan » terug naar af wezen, en er bijgevolg eerst een nieuw vredesplan noodzakelijk is. De Europese commissaris stelt daarentegen dat hij verwacht dat Turkije zich houdt aan de overeenkomst en er van een dergelijke koppeling geenszins sprake kan zijn en dat dit de onderhandelingsgesprekken zal belemmeren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoe staat de geachte minister tegenover het feit dat Ankara nog steeds geen inspanningen leverde om zijn havens en luchthavens open te stellen voor de Cypriotische vloot ?

2. Hoe staat hij tegenover de bijkomende voorwaarde die Turkije momenteel eist ?

Antwoord : Zoals gesteld in de verklaring van de Europese Unie van 21 september 2005, rekenen wij op een volledige en niet-discriminerende uitvoering van het bijkomende protocol bij het Douaneakkoord tussen de EU en Turkije, en dus op de opheffing van alle hindernissen inzake het vrij verkeer van goederen, inbegrepen het lichten van de beperkingen opgelegd aan de transportmiddelen. Turkije moet zonder enige reserve het protocol toepassen op het geheel van de lidstaten van de Unie.

Er werd overeengekomen dat de EU in 2006 zal overgaan tot een evaluatie om na te gaan of het protocol volledig werd uitgevoerd. Wij wachten dus op de evaluatie van de Commissie alvorens onze toekomstige houding te bepalen.

We herinneren eraan dat de EU in bovenvermelde verklaring benadrukt heeft dat de opening van de onderhandelingen over de pertinente hoofdstukken afhangt van het eerbiedigen door Turkije van zijn contractuele verplichtingen ten opzichte van alle lidstaten. Het al dan niet eerbiedigen door Turkije van zijn verplichtingen zal een invloed hebben op de vooruitgang van de onderhandelingen. Over de uitvoering van het Protocol dat het Douane-akkoord uitbreidt tot alle lidstaten van de Unie zal niet kunnen onderhandeld worden. Turkije heeft terzake engagementen genomen en moet deze eerbiedigen.

Wat betreft het reglement op de directe handel tussen de EU en het noordelijk deel van Cyprus, toonde de Raad zich op zijn vergadering van 26 april 2004 vastbesloten om een einde te stellen aan het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap en om de hereniging van Cyprus te bevorderen door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap aan te moedigen, meer bepaald door het organiseren van de directe handel. Wat dit betreft, willen wij tot een consensus komen binnen de EU.

Niettemin mag er geen verband gelegd worden tussen beide dossiers. Turkije moet zijn verplichtingen nakomen die het genomen en ondertekend heeft in het kader van het Douaneakkoord en van het bijkomend protocol. Van zijn kant, moet de Unie alle mogelijke inspanningen doen om te komen tot een akkoord over de goedkeuring van een reglement dat de directe handel toelaat.