3-190

3-190

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 23 NOVEMBRE 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Jan Steverlynck au vice-premier ministre et ministre des Finances et au secrétaire d'État à la Simplification administrative sur «la modification du système d'enregistrement des entrepreneurs dans la perspective, notamment, d'une condamnation imminente par "l'Europe"» (nº 3-1878)

Demande d'explications de M. Luc Willems au ministre de l'Économie, de l'Énergie, du Commerce extérieur et de la Politique Scientifique sur «la réglementation belge en ce qui concerne les entrepreneurs étrangers» (nº 3-1913)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

Mme Els Van Weert, secrétaire d'État au Développement durable et à l'Économie sociale, adjointe au ministre du Budget et des Entreprises publiques, répondra.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik heb deze vraag ingediend toen ons land veroordeeld dreigde te worden. Intussen is België veroordeeld en werd de vraag op verzoek van de staatssecretaris uitgesteld.

In het onderdeel `Competitiviteit en koopkracht' van de beleidsverklaring van de federale regering lezen we dat `de complexe en tijdrovende registratieprocedure voor aannemers ingrijpend wordt vereenvoudigd'. Die maatregel wordt opgehangen aan de visie dat de federale regering `het ondernemerschap verder wil aanmoedigen door het eenvoudiger te maken.'

Er was evenwel nog een andere en meer dwingende reden. België dreigde door Europa te worden veroordeeld. Op 9 november heeft het Europees Hof van Justitie België daadwerkelijk veroordeeld omdat zijn systeem van registratie van aannemers om het zwartwerk in de bouw te beperken buitenlandse aannemers benadeelt.

Daarnaast blijven ons vanuit het veld alarmerende berichten bereiken over de werking van de provinciale registratiecommissies voor aannemers. Zo moeten meerdere ondernemers vele maanden wachten op een registratienummer. Zolang een aannemer niet over een registratienummer beschikt kan hij in feite niet aan de slag. Zo kan bijvoorbeeld een particulier die wil bouwen of verbouwen immers alleen een beroep doen op overheidspremies of op een verlaagd BTW-tarief als hij een beroep doet op een aannemer die geregistreerd is.

Daarnaast zou het ook bijzonder lang duren voordat het registratienummer van aannemers die niet meer voldoen aan de voorwaarden, wordt ingetrokken. Dat komt de eerlijke concurrentie niet ten goede.

Reeds in december 2005 lanceerde de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging het idee om de registratiecommissies administratief eenvoudiger te laten functioneren. Er vond toen overleg plaats met verschillende beroepsorganisaties. Bovendien werd het voorstel van de administratieve vereenvoudiging voor de registratie van aannemers aan de buitenwereld bekendgemaakt. Tien maanden later staat de regering nog geen stap verder.

Er werd nog altijd geen concreet voorstel bekendgemaakt. Intussen is België door Europa veroordeeld. De regering maakt hiervan in haar beleidsverklaring 2006 geen melding en laat bovendien uitschijnen dat haar voorstel tot administratieve vereenvoudiging van de registratie van aannemers een nieuw idee zou zijn.

Graag had ik dan ook van de minister vernomen of de regering erkent dat de dreigende veroordeling door Europa een belangrijk element van motivatie was om het registratiesysteem te hervormen?

Hoe staat de regering tegenover de conclusies van de advocaat-generaal?

Waarom heeft de regering in de beleidsverklaring geen melding gemaakt van de dreigende veroordeling?

Waarom heeft de regering sinds de aankondiging in december tot op heden nog geen concreet voorstel bekendgemaakt?

Heeft de minister weet van de lange wachttijden voor het verkrijgen van een registratienummer? Wat zijn de oorzaken van deze lange wachttijden?

Beschikken de provinciale registratiecommissies over voldoende personeel en logistieke middelen om hun opdracht binnen een redelijke termijn te kunnen vervullen?

Wanneer is de regering van plan om de aanvraagprocedure voor een registratienummer te vereenvoudigen?

Beschikt de regering reeds over een voorstel tot hervorming van de erkenning en zo ja, wat zijn de krachtlijnen?

Wanneer zal de regering haar voorstel bekendmaken en wanneer zal de nieuwe regeling in werking treden?

De heer Luc Willems (VLD). - Mijn vraag sluit volledig aan bij die van collega Steverlynck.

Ik wil er wel nog één ding aan toevoegen.

Mocht men die maatregelen in het licht van de Europese regelgeving herzien, kunnen er dan voorstellen worden uitgewerkt die te verzoenen zijn met de strijd tegen de fiscale fraude? De Belgische regeling beoogde toch vooral de strijd tegen de fiscale fraude. Kunnen de strijd tegen de fraude en de Europese vrije marktregels met elkaar worden verzoend?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Het bezwaar van de Europese Commissie tegen de Belgische registratieprocedure heeft enkel betrekking op de toepassing, in hoofde van de medecontractant van een niet geregistreerde buitenlandse aannemer, van de fiscale bepalingen van de reglementering inzake de registratie als aannemer.

Concreet betreft de kritiek, enerzijds, de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de eventuele schulden van de aannemer (artikel 402 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992) en anderzijds, de inhoudingsplicht bij de betaling van het voor de uitgevoerde werkzaamheden verschuldigde bedrag (artikel 403 van hetzelfde wetboek).

Zoals de Advocaat-generaal in zijn conclusies stelt, wordt de eigenlijke registratieprocedure niet bekritiseerd.

Het arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006 stelt België in het ongelijk.

Het Hof van Justitie verklaart dat door opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op niet in België geregistreerde aannemers te verplichten 15% van het voor de uitgevoerde werken verschuldigde bedrag in te houden en hen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de belastingschulden van die medecontractanten, het Koninkrijk België niet heeft voldaan aan de verplichtingen bepaald in de artikelen 49 EG en 50 EG.

Er dient een aangepaste, alternatieve fiscale regeling geïmplementeerd te worden die rekening houdt met de principes van dit arrest.

De nieuwe regeling moet daarenboven voorzien in een vereenvoudiging en `dynamisering' van de registratieprocedure voor bona fide ondernemingen en een verstrengde aanpak ten aanzien van malafide ondernemingen.

Een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de bij de reglementering betrokken departementen, namelijk Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Sociale Zekerheid en Financiën, heeft in deze al een eerste document klaar zodat bij de herziening van de procedure kan worden vertrokken van de teksten die door deze werkgroep werden voorbereid, met name inzake het principe van de unieke gegevensinzameling, het uniek nummer, de melding in het ondernemingsloket en de afschaffing van de categorieën van registratie.

De rol en de samenstelling van de registratiecommissies zal worden herbekeken in functie van hun meer uitgesproken focus op zwartwerk. Er moet in de nodige controlemiddelen worden voorzien, bijvoorbeeld door de uitbreiding van de werfmelding en het kruisen van gegevens van BTW-administratie en arrondissementscellen alsook een aangepast systeem van sancties, rekening houdend met het proportionaliteitsprincipe.

Deze nieuwe regeling moet zo spoedig mogelijk worden ingevoerd om de belangen van alle betrokken partijen, ondernemers, werknemers, overheden en sociale partners, maximaal te kunnen beschermen.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik ben een beetje ontgoocheld door het antwoord. Men was immers al in december 2005 begonnen met die vereenvoudiging omdat men toen reeds vaststelde dat er een grote achterstand was in de toekenning van registratienummers aan aannemers. Dat is eigenlijk een drempel voor wie als aannemer aan de slag wil gaan. Op dit ogenblik is er veel werk, maar aannemers kunnen niet beginnen, tenzij als niet geregistreerde aannemer. De klant wil dat echter niet omdat hij dan niet kan genieten van een aantal voordelen. Los van de veroordeling door het Hof van Justitie, die inderdaad niet de registratieprocedure als dusdanig bekritiseert, maar wel de discriminatie met de buitenlandse onderaannemers, had men vanaf december 2005 al verder werk kunnen maken van de vereenvoudiging en de herziening van deze procedure. Ik weet niet waarom men daarmee wacht. Er is overleg gepleegd met beroepsorganisaties en toch werd er geen vordering gemaakt. Ik heb eigenlijk ook geen antwoord gekregen op mijn vraag hoe het komt dat mensen die fraude hebben gepleegd of niet in regel zijn met de reglementering nog steeds hun registratienummer hebben. Ook daar wordt te laks opgetreden, zodat er valse concurrentie blijft bestaan. Er wordt te weinig gedaan voor het ondernemerschap in de bouwsector door de hervorming van die procedure te lang te laten aanslepen.