3-1968/1

3-1968/1

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

5 DECEMBER 2006


Wetsvoorstel inzake het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het bezit van submunitie

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Op 16 juni 2005 nam de Senaat het wetsvoorstel inzake het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het bezit van antipersoonsmijnen van senator Philippe Mahoux aan. Dit wetsontwerp wordt momenteel besproken in de Kamercommissie van Financiën (stuk Senaat, nr. 3-834/1 tot 6; Kamer 51-1879/1).

Deze tekst bepaalt dat iedere onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks een onderneming financiert waarvan de activiteit of nevenactiviteit bestaat in de productie, het gebruik of het bezit van antipersoonsmijnen, strafrechtelijk verantwoordelijk is.

Het ontwerp stelt dergelijke feiten gelijk met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De aangenomen tekst bepaalt ook dat de financiële instelling die krediet verleent aan een bedrijf, een verklaring moet voorleggen aan dat bedrijf waarin het bevestigt dat de financiering niet zal dienen om antipersoonsmijnen te vervaardigen.

Wanneer een concern dus een financiering aanvraagt voor zijn activiteiten in België, en een van zijn filialen in het buitenland actief is in de productie, het gebruik of het bezit van antipersoonsmijnen, zal het voortaan moeten verklaren dat de in België toegekende kredieten niet bestemd zijn voor het betreffende filiaal.

De indexfondsen vallen in dit stadium buiten het toepassingsgebied van de wet. Het gaat om portefeuilles met de wereldwijd best genoteerde beursindexen. Omdat deze fondsen sterk van samenstelling kunnen veranderen is niet altijd duidelijk welke bedrijven deel uitmaken van de portefeuille van deze fondsen.

In de periode dat het wetsontwerp inzake het verbod op de financiering van antipersoonsmijnen werd goedgekeurd, behandelde het Parlement een andere tekst van senator Philippe Mahoux, betreffende het verbod op submunitie.

Op 7 juli 2006 keurde de Senaat dit verbod unaniem goed. Op 16 februari 2006 werd het wetsontwerp door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen (stuk Senaat, nr. 3-1152/1 tot 6; Kamer 51-1935/1 tot 9).

Concreet stelt het ontwerp een verbod in op de vervaardiging, het opslaan, het gebruik en het verhandelen van deze verraderlijke wapens, die net als antipersoonsmijnen burgers verminken of doden.

Een cluster bomb, ook wel submunitie genoemd, is een kokervormig projectiel dat door een vliegtuig wordt afgeworpen of door artillerie wordt afgeschoten, en tijdens de val ontploft waardoor honderden of duizenden kleinere bommen vrijkomen. Dat wapen dient om legerbasissen of andere infrastructuur te vernietigen of onbruikbaar te maken en om troepenbewegingen te bemoeilijken.

Volgens Human Rights Watch heeft het Amerikaanse leger in 2003 meer dan 2 miljoen stuks submunitie op Iraakse bodem gedropt. Deze kleine bommen veroorzaken enorme schade, omdat gemiddeld 5 tot 30 % ervan (tussen 100 000 en 600 000 in het geval van Irak) niet ontploft wanneer zij op de grond terechtkomen. Zoals bij antipersoonsmijnen blijft het ontploffingsgevaar nog jaren bestaan, waardoor zij onnoemelijk veel menselijk leed kunnen veroorzaken.

Submunitie wordt al decennia lang gebruikt. Vandaag zijn deze wapens algemeen verbreid op verschillende slagvelden, zoals in Afghanistan of Irak. Zij maken een groot aantal slachtoffers onder de burgers, wat in strijd is met de regels van het internationaal recht. Er moet dus dringend een wetgevingsinitiatief genomen worden.

In een recent verleden, een maand na het einde van de oorlog tussen Israël en de Hezbollah, heeft het Israëlische dagblad Haaretz vastgesteld dat Tsahal in Libanon minstens 1,2 miljoen stuks submunitie heeft losgelaten.

Volgens een politieverslag zijn in heel Zuid-Libanon minstens 21 personen, 16 burgers en 5 springstofspecialisten van het leger door Israëlische submunitie gedood, en een honderdtal anderen gewond.

De secretaris-generaal van de VN, de heer Kofi Annan, is zich ervan bewust hoe moeilijk het is om deze plaag uit te roeien, en heeft het gebruik van deze bommen door het Israëlische leger veroordeeld en aan Israël gevraagd de locatie ervan bekend te maken.

Gelijklopend met deze twee evoluties in het Belgisch humanitair recht, verzoekt het Europees Parlement in zijn resolutie van 7 juli 2005 betreffende een wereld vrij van mijnen (stuk B6-0414/2005) de Unie en lidstaten « om, door middel van passende wetgeving, financiële instellingen onder hun jurisdictie of controle te verbieden direct of indirect te investeren in ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, opslag of overdracht van antipersoonsmijnen en andere verwante controversiële wapensystemen zoals clustersubmunitie, ».

Het Parlement vroeg de Unie en de lidstaten ook « om te zorgen voor de naleving van wetgeving die investeringen verbiedt in ondernemingen die bij antipersoonsmijnen zijn betrokken, door middel van doeltreffende controle- en sanctieregelingen »; het meent « dat dit ook de verplichting voor financiële instellingen inhoudt om volledige transparantie te tonen met betrekking tot de ondernemingen waarin zij investeren. ».

Dit wetsvoorstel ligt in de lijn van de werkzaamheden van de Senaat tijdens de huidige zittingsperiode inzake ethische transparantiecriteria van de ondernemingen, in het bijzonder van de financiële instellingen.

Dit voorstel vult bovendien de « wet-Mahoux » betreffende het verbod op submunitie aan met een financieel onderdeel.

Dit wetsvoorstel neemt precies dezelfde regeling over als het wetsontwerp inzake het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het bezit van antipersoonsmijnen.

Deze tekst wil ook voorkomen dat financiële instellingen krediet verlenen aan bedrijven die activiteiten verrichten die duidelijk in strijd zijn met de bepalingen van de wet inzake de vervaardiging, het gebruik en het bezit van submunitie.

Het zou moreel en politiek totaal onaanvaardbaar zijn om dergelijke activiteiten in het buitenland aan te moedigen terwijl de wetgever besloten heeft ze op Belgisch grondgebied te verbieden.

Nu onze medeburgers terecht bezorgd zijn om de globalisering, tracht deze aanpak aan te tonen dat globalisering ook een troef kan zijn, een kans tot verandering voor hen die een rechtvaardigere wereld wensen. Aangezien ons land de ambitie heeft om een belangrijk financieel centrum te worden, zal het unilaterale opleggen van dergelijke ethische criteria zeker en vast buiten onze landsgrenzen repercussies hebben.

Dit wetsvoorstel is de logische voortzetting van de humanitaire initiatieven die de Hoge Vergadering tijdens deze zittingperiode heeft opgestart.

COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN

Artikel 1

Dit artikel bepaalt — zoals gebruikelijk — dat de wet een aangelegenheid regelt als bedoeld in grondwetsartikel 78.

Artikel 2

Dit artikel verduidelijkt wat met financiering bedoeld wordt teneinde de verplichtingen van de bankinstellingen nader te bepalen.

Artikel 3

Dit artikel wil een specifiek verbod op de financiering van submunitie laten opnemen in de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Om het evenwicht van het wettelijk stelsel te behouden, moet dit verbod opgenomen worden in het vierde punt van artikel 3, § 2, 1º, dat bijgevolg als volgt luidt : « illegale handel in wapens, goederen en koopwaren, submunitie inbegrepen ».

Artikel 4

Dit artikel stelt de datum van inwerkingtreding van de wet vast.

Philippe MAHOUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 4 van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie wordt aangevuld als volgt :

« De financiering van een onderneming naar Belgisch recht of naar buitenlands recht, met als activiteit de vervaardiging, het gebruik, het herstel, het te koop stellen, het verkopen, het uitdelen, invoeren of uitvoeren, het opslaan of dragen van submunitie in de zin van deze wet, is eveneens verboden.

Met financiering wordt bedoeld alle kredieten en rechtstreekse financieringen toegekend voor welomschreven projecten, alle vormen van totale financiering en kaskredieten toegekend voor ondernemingen die rechtstreeks aan die activiteit deelnemen, alsook het verwerven voor eigen rekening van door die ondernemingen uitgegeven effecten.

De onderneming dient in een schriftelijke verklaring te bevestigen dat de financiering geen activiteiten beoogt als vermeld in dit artikel.

Dit verbod is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan het beleggingsbeleid, overeenkomstig hun statuten of beheersreglement, tot doel heeft de samenstelling te volgen van een welbepaalde aandelen- of obligatie-index. »

Art. 3

Het vierde streepje van artikel 3, § 2, 1º, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, gewijzigd bij de wet van 12 januari 2004, wordt aangevuld als volgt :

« , submunitie inbegrepen ».

Art. 4

Deze wet treedt in werking op de dag waarop hij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

20 oktober 2006.

Philippe MAHOUX.