3-185

3-185

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 26 OCTOBRE 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe à la vice-première ministre et ministre du Budget et de la Protection de la consommation et au ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur «les aliments fonctionnels» (nº 3-1855)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het aanbod van zogenaamde functionele voedingsmiddelen kent een enorme groei. Er zijn melkdrankjes, ontbijtgranen, margarines en dergelijke verrijkt met probiotica, omega 3-vetzuren, plantensterolen en -stanolen, vitamines en/of mineralen.

Consumenten blijken graag bereid extra geld te spenderen aan `verrijkte' producten die een goede gezondheid voorspiegelen.

Terwijl de erkenning van geneesmiddelen aan zeer strikte regels is onderworpen, lijken voor de zogenaamde functionele voedingsmiddelen weinig regels te bestaan. Men kan op de markt brengen wat men wil, er allerlei gezondheidsclaims aan koppelen en er bovendien ook publiciteit voor maken.

Op Europees vlak heeft de European Food Safety Authority (EFSA) reeds een ontwerp van regelgeving opgesteld. Voedingsfabrikanten zouden in de toekomst aan dezelfde normen moeten voldoen als die in de farmasector: ze moeten de gezondheidsclaims hard maken of ze anders achterwege laten.

Welke conclusies trekt de minister uit het ontwerp van regelgeving op Europees vlak?

Acht de minister het wenselijk dit onderwerp spoedig aan te kaarten op Europees niveau?

Acht de minister het raadzaam maatregelen te nemen om de doeltreffendheid en wetenschappelijkheid van de functionele voeding te controleren?

(M. Staf Nimmegeers, premier vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Begroting en Consumentenzaken.

In de antwoorden op eerdere parlementaire vragen heb ik reeds herhaaldelijk gezegd dat ik het ermee eens ben dat de consument beter moet worden beschermd tegen bedrieglijke beweringen op etiketten.

Ik volg de Europese wetgeving terzake van zeer nabij op. De thema's zijn bovendien opgenomen in de doelstellingen van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan. De kwestie van de voedingsbeweringen wordt momenteel op Europees vlak besproken in het kader van een nieuwe Europese verordening. Die laatste heeft hoofdzakelijk tot doel bedrieglijke of voor de consument onbegrijpelijke voedings- en gezondheidsbeweringen weg te werken en aldus de bescherming van de consumenten te verbeteren. Ze voorziet met name in de opmaak van positieve lijsten met toegestane voedings- en gezondheidsbeweringen, gebaseerd op wetenschappelijke gegevens.

Via de verordening zal ook het concept van voedingsprofielen worden ingevoerd waaraan de voedingsmiddelen zich zullen moeten conformeren om dergelijke beweringen te mogen vermelden. Dankzij dat concept zal geen enkele gezondheidbewering over voedingsmiddelen meer worden gemaakt die niet conform is aan die profielen. Bovendien zullen stoffen die niet onder de profielen vallen, duidelijk moeten worden gesignaleerd.

De Europese Commissie heeft in juli jongstleden een nieuwe wetgeving inzake additieven, aroma's en enzymen voorgesteld. Als die wordt aangenomen, zal de Unie voor de eerste maal over een geharmoniseerde wetgeving inzake voedingsenzymen kunnen beschikken en zullen de richtlijnen inzake aroma's en additieven kunnen worden aangepast.

Ik zal dat in het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan laten opnemen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik neem nota van de goede intenties van de regering. Ik stel echter vast dat terwijl de Europese Unie voor dergelijke problemen meestal snel een regelgeving uitwerkt, de commerciële belangen in dit dossier zo zwaarwichtig zijn dat de bescherming van de gezondheid van de consument hiervoor moet wijken.