(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Diverse media hebben bericht over een incident dat plaatsgreep in de Volksrepubliek China, op 6 december 2005, in een plaatsje genaamd Shanwei, in Dongzhou, en ook over incidenten tijdens de tweede week van januari 2006 in een dorp genaamd Panlong in de provincie Guangdong.
Uit de berichtgeving kan worden opgemaakt dat op 6 december een massa dorpelingen demonstreerden tegen het niet of slechts gedeeltelijk uitbetalen van schadeloosstellingen voor de onteigening van hun landeigendommen, naar verluidt bedoeld om de bouw van een krachtcentrale mogelijk te maken. Naar verluidt zouden de schadeloosstellingen voor deze onteigeningen — indien ze al worden vastgesteld — geheel of gedeeltelijk verdwijnen in de zakken van de corrupte door de CCP aangestelde ambtenaren. Dit protest door de slachtoffers gaf aanleiding tot een ongebreidelde repressie door de paramilitaire politie die met de inzet van oorlogswapens een zeventigtal dorpelingen doodde.
Over Panlong berichtten de media voornamelijk over eveneens ongebreidelde repressie — een meisje van 13 jaar zou zijn omgekomen — maar de streek werd hermetisch van de buitenwereld afgesloten door naar schatting 10 000 paramilitaire manschappen en het is moeilijk om zich een beeld over de toestand te vormen. Ook daar zou de overheid de bevolking hebben voorgelogen inzake onteigeningen.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Heeft de geachte minister precieze gegevens over het totale aantal doden en het totale aantal gekwetsten die ter gelegenheid van die incidenten te betreuren vielen ?
2. Heeft hij duidelijke, onaanvechtbare gegevens over het door de gewapende macht ingezet aantal manschappen, de aard van hun wapentuig en de verbruikte munitie ?
3. Is hij het erover eens dat minstens in Dongzhou een ernstige inbreuk is gepleegd op de bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ?
4. Heeft hij met de diplomatieke vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China te Brussel en eventueel op andere echelons hierover contacten gelegd of stappen ondernomen ? Indien niet, waarom niet ? Indien ja, met wie en met welk resultaat ?
Antwoord : De tragische gebeurtenissen die zich op 6 december 2005 te Dongzhou hebben afgespeeld, zijn mij bekend. Net zoals het geachte lid heb ik de versie van de Chinese overheid vernomen die het houdt bij drie doden, én de versie van de dorpsbewoners van Dongzhou die het heeft over minstens twintig tot dertig doden.
Ook in Panlong bij Shenzhen was er sprake van een volksopstand en rellen, rond 16 januari 2006. De officiële versie is dat het dertienjarig meisje stierf na een hartaanval, de dorpsbewoners zeggen evenwel dat ze door de Veiligheid werd doodgeschoten, op weg van of naar school.
Net als het geachte lid heb ik uit de pers vernomen dat de opstanden telkens worden bedwongen door duizenden manschappen, paramilitairen, gewapend met automatische wapens en elektrische knuppels en staven.
Het zware incident te Dongzhou (Shanwei) is slechts één van de officieel 87 000 rellen die China vorig jaar kende (58 000 in 2003, 74 000 in 2004). Het is onmogelijk om per rel een afzonderlijke démarche uit te voeren bij de Chinese autoriteiten in casu de Chinese ambassade te Brussel. Deze laatste is daarnaast gebonden aan de officiële antwoorden, verklaringen en standpunten die te Peking bezorgd worden door de woordvoerders van de Chinese regering.
De toestand van de Mensenrechten maar ook de algemeen maatschappelijke evolutie van China met de toenemende sociale dispariteiten en repressie, komt evenwel geregeld ter sprake op Europees niveau zowel in de bevoegde werkgroepen (COHOM en COASI) als onder de ministers. Ook deze ernstige incidenten die symptomatisch zijn voor een zekere gang van zaken thans in China, zullen door de ministers, desnoods op mijn initiatief, ter sprake komen.