(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-4119 aan de vice-eerste minister en minister van Justitie, die hiervoor werd gepubliceerd.
Antwoord : 1. Nazicht van de in de vijf afgelopen jaren gevoerde rechtszaken leert dat op de directie-generaal Juridische zaken (DGJ) van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking slechts één geval bekend is waarin een betwiste rekening aanleiding gaf tot een rechtszaak. In dit specifieke geval gaat het om een betwisting aangaande de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten. In deze procedure werd tot nog toe 2 299 euro betaald aan advocatenkosten. Deze procedure is momenteel nog hangende voor het hof van beroep.
2. Soms dreigt een dienstverlener juridische stappen te ondernemen omdat die meent niet tijdig te worden betaald. De federale overheid is nu eenmaal gebonden door een strikte procedure. In dergelijke gevallen zal de DGJ in een eerste fase verduidelijken aan welke wettelijke bepalingen de FOD zich dient te houden bij het uitvoeren van een betaling (en hoeveel tijd deze procedure in beslag neemt). In een tweede fase kan het gebeuren dat een dienstverlener, ondanks de verduidelijking van de betalingsprocedure waaraan de Belgische staat is onderworpen, alsnog overgaat tot dagvaarding van de Belgische staat. In dergelijk geval wordt in onderlinge afspraak de zaak naar de rol verwezen en wordt een tijdsschema voor betaling afgesproken. Dit geldt uiteraard enkel voor dossiers waarin de betalingsverplichting in hoofde van de Belgische Staat niet betwist wordt. Op die manier worden advocatenkosten voor het Departement uitgespaard.