Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-66

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven

Vraag nr. 3-4448 van mevrouw Geerts d.d. 24 februari 2006 (N.) :
Duurzame ontwikkeling. — Federaal plan 2004-2008.

Het federaal plan inzake duurzame ontwikkeling werd vastgesteld in uitvoering van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling. Dit plan stelt de maatregelen vast die op federaal vlak dienen genomen te worden om de doelstellingen van duurzame ontwikkeling te verwezenlijken.

Een van de topics die in het plan aan bod komen betreft de vergrijzing van de bevolking. Terecht stipuleert het plan dat één van de grote uitdagingen voor de volgende jaren er in bestaat om structuren uit te bouwen waarbinnen de mogelijkheden van deze groeiende groep van de bevolking worden ontwikkeld en verzilverd.

Een van de concrete hefbomen die in dit plan in dit verband aan bod komen, betreft de buurtdiensten. Er wordt gesteld dat de sociale economie zich meer zal moeten richten op 65-plussers en dit zowel voor de vraag als de aanbodzijde en dat buurt- en nabijheidsdiensten een soepel antwoord kunnen bieden op de vele specifieke behoeften van ouderen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het in het federale plan voor duurzame ontwikkeling aangekondigde plan om door de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie een voorstel te laten formuleren inzake de verder uitbouw van buurt- en nabijheidsdiensten met betrekking tot hun dienstverlening aan ouderen ?

2. Is er al werk gemaakt van een duidelijke omkadering omtrent de wijze waarop gepensioneerden actief kunnen meewerken in de buurt- en nabijheidsdiensten. Heeft de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie al het initiatief genomen om hiertoe de betrokkenen samen te brengen ? Is er al een aanzet tot het ontwikkelen van een specifiek statuut voor gepensioneerden die als vrijwilligers actief willen meewerken aan dienstverlening binnen de sociale economie ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende te antwoorden.

1. Korte stand van zaken BND : In het verleden werden op federaal niveau twee grote projectoproepen gelanceerd voor de ontwikkeling van buurt- en nabijheidsdiensten, met name het experimentenfonds en het impulsfonds.

Op dit ogenblik worden de erkenningen van de buurt- en nabijheidsdiensten op gewestelijk niveau geregeld. De verschillende gewesten in ons land hebben initiatieven, genomen om deze diensten structureel in te bedden in hun respectievelijke structuren. Het federale overheidsniveau kan hier een ondersteunend beleid voeren maar steeds in overleg met de gewesten.

De buurt en nabijheidsdiensten die voortvloeiden uit het experimentenfonds en impulsfonds hebben zich verder ontwikkeld en zijn verder gegroeid. Uit het evaluatierapport dat werd opgesteld door de KBS na afloop van het experimentenfonds vallen volgende diensten af te leiden :

Aard dienstverleningOnderhoud openbare ruimteDiensten aan huisKinderen jongerenopvangMobiliteitDivers
Vlaanderen8124529
Wallonië0135617
Brussel03014
Totaal82891250

De meest populaire diensten situeren zich in diensten aan huis, mobiliteit en diverse.

Diensten aan huis worden bij een particulier aan huis uitgevoerd. Het betreft onder andere strijken, poetsen, klussen, boodschappen, tuinonderhoud, ophaal van afval, gezelschap houden van bejaarden, ... Mobiliteit gaat vooral over mensen vervoeren, collectief of individueel. Sommige zijn uitsluitend gericht op ouderen die naar het hospitaal of de winkel moeten, andere vervoeren groepen (zowel ouderen als jongeren) naar sociale of culturele evenementen. De groep « diversen » bevat zowel projecten die vanuit een collectieve voorziening, zoals een strijkatelier, een sociaal restaurant, ... diensten aanbieden aan hun klanten, als specifieke buurtdiensten die vanuit een buurthuis of andere ontmoetingsplaats allerlei diensten (multi-sectorieel) in die buurt ontwikkelen.

De aard van dienstverlening aangeboden door de BND wijst er op dat heel veel taken tegemoet komen aan de noden van bejaarden en dat de nood geformuleerd in het Federaal Plan DO op die manier al een stuk wordt ondervangen. Het verankeren van buurt- en nabijheidsdiensten is dan ook een prioritaire voorwaarde om de uitgebouwde dienstverlening naar bejaarden toe te blijven verzekeren en in de toekomst te kunnen uitbreiden.

Om die verankering, die in de eerste plaats op het niveau van de gewesten moet gebeuren mee te ondersteunen kunnen twee belangrijke federale realisaties hier worden vermeld :

A. In het kader van het samenwerkingsakkoord meerwaardeneconomie (dat werkt volgens het principe van de co financiering waarbij tegenover elke euro die de federale overheid ter beschikking stelt, de regio's of de Duitstalige gemeenschap hetzelfde bedrag zetten) werden expliciet middelen voorzien voor de BND. Het samenwerkingsakkoord werd afgesloten voor 4 jaar, waarbij de (jaarlijkse) middelen werden vastgelegd voor een bedrag van 13,117 miljoen euro en daar bovenop 2 miljoen euro voor de ontwikkeling van buurt- en nabijheidsdiensten. Via het samenwerkingsakkoord en in overleg met de gewesten wordt er vanuit het federale overheidsniveau blijvend mee gedacht over de verdere invulling van de diensten. Dienstverlening naar ouderen en tewerkstelling van oudere werklozen zal hier een belangrijke klemtoon in blijven.

B. Een tweede realisatie heeft er voor gezorgd dat de door regio's en Duitstalige gemeenschap erkende buurt- en nabijheidsdiensten kunnen beroep doen op de federale SINE maatregel. Het is de bedoeling dat, van zodra de structurele erkenningsregelingen door de gewesten geregeld zijn, de bewuste decreten in het SINE koninklijk besluit) worden ingeschreven als grond voor erkenning. Momenteel is een voorlopige regeling in voege die het de BND mogelijk maakt al van de SINE regeling gebruik te maken.

Naast deze algemene maatregelen heb ik er ook voor gekozen om het Zilverpunt Vilvoorde te ondersteunen. Dit Zilverpunt, dat gemeentelijk is georganiseerd, richt zich volledig op de oudere bevolkingsgroepen. Enerzijds is het Zilverpunt een verzamelpunt van info waar ouderen terecht kunnen met heel uiteenlopende zaken. Daarnaast verleent het ook zelf diensten aan bejaarden. Als dienstencheque-onderneming biedt het Zilverpunt de reeds klassieker geworden diensten zoals poetsen, strijken, klusjes, ... aan. Met de winst van deze activiteiten is het de bedoeling om daarnaast ook een aanvullend dienstenaanbod naar ouderen toe uit te werken. Met veel belangstelling kijk ik uit naar de resultaten van dit project en naar de behoeften en mogelijkheden die dit project aan de oppervlakte kan brengen.

2. Uit navraag bij de POD Maatschappelijke Integratie is gebleken dat het samenbrengen van de verschillende betrokkenen in dit dossier nog niet gebeurd is. Rekening houdende met het feit dat het federaal plan DO loopt tot 2008 en er rond het vrijwilligerswerk de afgelopen maanden heel wat te doen is geweest, is dit ook niet echt verwonderlijk. Of er al dan niet een bijzondere regeling moet worden gezocht voor gepensioneerden die willen meewerken in een BND valt op dit moment nog niet te zeggen. Hiervoor wil ik eerst laten onderzoeken of het statuut van de vrijwilliger een uitkomst biedt voor deze doelgroep. Mocht blijken dat dit niet zo is, dan zal ik alsnog de vraag richten aan de voorzitter van de POD om deze materie ter harte te nemen.