3-177

3-177

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 13 JUILLET 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Nele Lijnen au ministre de la Mobilité sur «les marquages routiers dans les zones 30» (nº 3-1779)

M. le président. - Mme Els Van Weert, secrétaire d'État au Développement durable et à l'Économie sociale, adjointe au ministre du Budget et des Entreprises publiques répond.

Mevrouw Nele Lijnen (VLD). - Sinds 1 september 2005 is iedere schoolomgeving als zone-30 afgebakend. In totaal zijn er in ons land 4.326 schoolomgevingen waar sedertdien een snelheidslimiet van 30 km/u geldt. Daarvan zijn er 3.644 gelegen langs gemeentewegen, 59 langs provinciewegen en 623 langs gewestwegen.

Bijna een jaar na de inwerkingtreding van deze maatregel kan worden vastgesteld dat deze lineaire maatregel op bepaalde plaatsen zonder ook maar de minste infrastructurele ondersteuning ingevoerd werd.

Wanneer het wegbeeld onvoldoende aangepast wordt, blijft de kans bestaan dat een chauffeur niet of te laat beseft dat hij een zone-30 nadert of erdoor rijdt. Vooral bij schoolomgevingen die gelegen zijn langs wegen met een doorstromingsfunctie houdt een permanente maximumsnelheid van 30 km/u een verhoogd risico in voor de schoolgaande kinderen.

In de loop van 2006 heeft het Vlaamse Gewest reeds heel wat inspanningen geleverd om de schoolomgevingen langs gewestwegen gradueel uit te rusten met dynamische borden. Ten onrechte ging echter heel wat minder aandacht naar de aanpassing van het wegbeeld via infrastructurele ingrepen. Vrijwel alle verkeersdeskundigen zijn het er nochtans over eens dat je een zone-30 moeilijk kan afdwingen louter op basis van de plaatsing van een bord en verkeerscontroles. Vele weggebruikers worden in de war gebracht door berichten van een gedoogbeleid buiten de schooluren en negeren, al dan niet bewust, de snelheidsbeperking. Zonder infrastructurele bijsturingen is het gevaar reëel dat mensen er zich niet meer bewust van zijn dat zij in een zone-30 rijden.

Hoe staat de minister tegenover het invoeren van de mogelijkheid dat overheden de overlangse markeringen die de rand van de rijbaan aanduiden binnen de schoolomgeving in fluorescerend groen mogen schilderen, om zo duidelijk te maken dat het een zone-30 betreft?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van minister Landuyt.

Behoudens uitzonderlijke gevallen, gerechtvaardigd door de plaatsgesteldheid, moet elke schoolomgeving met de verkeersborden A23, F4a en F4b worden afgebakend.

De twee essentiële afbakeningsvoorwaarden die sedert 1 september 2005 gelden voor een zone-30 zijn opgenomen in artikel 12.1bis, punt 4 van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976. De toegang tot een zone-30 moeten duidelijk herkenbaar gemaakt worden door de plaatsgesteldheid, door een inrichting of door beide.

In het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 26 april 2004 staat expliciet vermeld dat het de bedoeling blijft dat zone-30-straten, net als straten uit de andere categorieën, zodanig ingericht zijn dat ze als intrinsiek veilig kunnen worden beschouwd. Het gaat hier om een evenwicht dat door de wegbeheerder tot stand wordt gebracht tussen de functie van de weg, de vormgeving ervan en het werkelijke gebruik dat van de weg gemaakt wordt. Deze aanpak laat zich niet zomaar in een reglement vatten. Het is een zaak van oordeelkundige organisatie en deskundigheid van de wegbeheerder.

Thans zijn de meeste schoolomgevingen in een zone-30 ingebed, tenzij omstandigheden om redenen van plaatsgesteldheid een uitzondering het rechtvaardigen. Op de meeste grote doorstromingswegen werd inmiddels ook variabele signalisatie geplaatst, hetgeen het maatschappelijk draagvlak heeft vergroot. Bovendien hebben verschillende wegbeheerders, vaak in samenspraak met de scholen en het BIVV, de schoolomgeving op ludieke wijze `aangekleed' met onder meer octopuspalen. Schoolomgevingen worden hierdoor in de kijker gezet, hetgeen de zichtbaarheid en dus ook de verkeersveiligheid ten goede komt.

Het gebruik van kleurmarkeringen langs de weg is niet evident. In tegenstelling tot herkenningstekens met een cijfer op, vereist een kleurmarkering een bijkomende associatie van de weggebruiker tussen kleur en snelheid. Bovendien is dit voor de wegbeheerder duur.

De Ministerraad heeft op 6 juni beslist het gebruik van bepaalde herkenningstekens mogelijk te maken en het afbakenen van snelheidszones te stimuleren. De wegbeheerder zal dan binnen de snelheidszone aan verlichtingspalen en verkeerspalen een zelfklevend vignet of herkenningsbord van beperkte omvang kunnen bevestigen met een afbeelding van het verkeersbord C43, dat zonale snelheid in herinnering brengt. Het ontwerp van koninklijk besluit hieromtrent ligt momenteel voor advies bij de gewesten.

Mevrouw Nele Lijnen (VLD). - Ik dank de staatssecretaris voor het antwoord. Ik ben inderdaad blij met de implementatie van variabele signalisatie in veel schoolomgevingen. Toch wil ik ervoor pleiten om de markeringen te laten opvallen, door ze bijvoorbeeld in het groen aan te brengen, zodat mensen altijd weten dat ze zich in een schoolomgeving of een zone-30 bevinden. Dergelijke markeringen zijn immers veel beter zichtbaar dan een klein verkeersbord.