Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-63

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-4262 van de heer Vandenberghe L. d.d. 2 februari 2006 (N.) :
Commissie voor de rechten van de mens.

In het regeerakkoord heeft onze regering, geheel terecht, een paragraaf gewijd aan de oprichting van een Commissie voor de rechten van de mens. Ik citeer : ę zoals de meeste van onze buurlanden, en zoals de Raad van Europa en de Verenigde Naties dat aanbevelen, zal de regering een Commissie voor de rechten van de mens oprichten, en zal die regelmatig raadplegen. Ľ

Ik was zeer verheugd dat de regering dit engagement heeft opgenomen. BelgiŽ loopt inderdaad achter op zijn buurlanden en andere landen van de Europese Unie (Nederland, Ierland, Zweden, Oostenrijk, e.a). Wetende dat het respect voor de mensenrechten hoog op onze politieke agenda staat, en dat het respect voor mensenrechten al sinds enkele jaren in zowat alle Europese en bilaterale partnerschappen als voorwaarde gesteld wordt, hebben we nood aan een gespecialiseerde commissie die het respect voor de mensenrechten opvolgt, daarover rapporteert, en wantoestanden signaleert.

Respect voor de mensenrechten is een belangrijke mijlpaal in ons buitenlands beleid. Daarnaast vormen ze ook een essentiŽle voorwaarde voor uitvoer van wapens, voor ontwikkelingshulp enz. Bijna tot vervelens toe wordt er in het kader van de Europese Unie, maar ook binnen onze Belgische regering, in een waaier van dossiers aangedrongen op het respect voor de rechten van de mens. Mensenrechten wordt in het politieke discours voortdurend als maatstaf naar voren gehaald, maar er wordt veel te weinig gevolg aan gegeven. Om mensenrechten niet louter als een retorisch instrument te hanteren, maar ook als een werkelijke maatstaf, hebben we nood aan een commissie voor de rechten van de mens die dit zowel juridisch kan opvolgen als de situatie in de landen grondig kan bestuderen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Werd er reeds een commissie voor de rechten van de mens opgericht ?

2. Zo ja, binnen welke overheidsinstantie werd de commissie ondergebracht, wie zetelt er in deze commissie, wat is haar taakomschrijving, op welke manier maakt de regering hier gebruik van ?

3. Indien ze nog niet werd opgericht : welke zijn de struikelblokken ? Wanneer zal u, in overeenkomst met het regeerakkoord, werk maken van de oprichting van de commissie voor de rechten van de mens ?

Antwoord : De oprichting van een Nationale commissie voor de rechten van de mens is inderdaad als doel in het regeerakkoord opgenomen.

De betrokken federale departementen — waaronder Buitenlandse Zaken — bestuderen nu het ontwerp onder leiding van de beleidscel van de eerste minister.

De besprekingen gaan onder andere over het statuut en de opdracht van dit nieuwe orgaan, en over hoe het zal functioneren.