3-172

3-172

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 22 JUIN 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Annemie Van de Casteele au ministre de l'Emploi sur «la loi sur les accidents du travail» (nº 3-1726)

Demande d'explications de Mme Annemie Van de Casteele au ministre de la Fonction publique, de l'Intégration sociale, de la Politique des grandes villes et de l'Égalité des chances sur «la loi sur les accidents du travail» (nº 3-1728)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik stel eerst mijn vraag aan de minister van Werk.

Gehuwde partners ontvangen bij een dodelijk arbeidsongeval een lijfrente. Partners die geopteerd hebben voor een andere samenlevingsvorm, komen hiervoor niet in aanmerking.

Verschillende discussies werden hier al gevoerd om deze discriminatie weg te werken en ook wettelijk samenwonenden van wie de partner een dodelijk arbeidsongeval overkomt, eenzelfde recht op lijfrente te geven. Ikzelf heb daartoe een wetsvoorstel ingediend en daarover een discussie gevoerd met de minister en zijn voorgangster.

In onze samenleving kent het aantal huwelijken een dalende trend, terwijl meer en meer koppels verkiezen om zonder huwelijk samen te wonen, zonder bij alle consequenties daarvan stil te staan. Men kan dus in feite spreken van communicerende vaten.

Hoeveel arbeidsongevallen met dodelijke afloop en beroepsziekten met dodelijke afloop waren er in België in de jaren 2000 tot 2005? Hoeveel werknemers waren in beide gevallen gehuwd, samenwonend of alleenstaand?

De minister verklaarde op 29 maart zich aan te sluiten bij het advies van de NAR om wettelijk samenwonenden die een overeenkomst tot wederzijdse onderhoudsplicht hebben gesloten, voor de arbeidsongevallenwet gelijk te schakelen met gehuwden.

Over hoeveel procent van de samenwonenden gaat het? Wat is de geraamde kostprijs van deze maatregel? Blijkbaar is de bevoegde minister enorm bevreesd dat wij met de goedkeuring van dit wetsvoorstel een enorme kostprijs genereren. Ik besef dat het natuurlijk niet alleen gaat om de kostprijs van het voorstel op zich, maar ook van de overloopeffecten op andere sectoren.

Op 13 juni heeft de minister in de Kamercommissie voor de Sociale Aangelegenheden echter een antwoord gegeven dat erg verschilde van het antwoord dat hij mij op 29 maart had gegeven. Plots vond hij de gelijkstelling niet meer opportuun. Ik wil graag weten waarom de minister in een paar maanden tijd van menig is veranderd.

Ik stel nu dezelfde vragen aan de minister van Ambtenarenzaken.

Hoeveel arbeidsongevallen met dodelijke afloop en beroepsziekten met dodelijke afloop waren er in België in de jaren 2000 tot 2005 onder ambtenaren? Hoeveel ambtenaren waren in beide gevallen gehuwd, samenwonend of alleenstaand?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees eerst het antwoord van minister Vanvelthoven.

In 2005 deden zich in de particuliere sector 186 dodelijke arbeidsongevallen voor en waren er 676 beroepsziekten met dodelijke afloop. Ik beschik enkel over cijfers van de categorie gehuwde werknemers en de categorie niet-gehuwde werknemers. Die laatste is niet opgesplitst in alleenstaanden, feitelijk samenwonenden en wettelijk samenwonenden. Van de 186 slachtoffers van arbeidsongevallen in 2005 waren er 92 gehuwd. Bij de beroepsziekten waren er 537 gehuwden op 676 dodelijke slachtoffers.

Aangezien de administratie niet over statistieken van de wettelijk samenwonenden noch van de feitelijk samenwonenden beschikt, zijn er ook geen cijfers beschikbaar van wettelijk samenwonenden die een overeenkomst tot wederzijdse onderhoudsplicht hebben gesloten overeenkomstig artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek. Deze overeenkomst wordt enkel in authentieke vorm verleden voor de notaris en wordt vermeld in het bevolkingsregister, maar moet niet worden vermeld bij de aangifte van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.

Zoals ik al op 13 juni jongsteden in de Kamercommissie en op 14 juni in de Senaatscommissie zei, zijn er nog enkele onduidelijkheden op het vlak van de gelijkstelling van de categorie van wettelijk samenwonenden die een overeenkomst tot wederzijdse onderhoudsplicht hebben gesloten, met de categorie van gehuwden. De verplichting die wettelijk samenwonende partners ten opzichte van elkaar aangaan in een contract om ook na het einde van de wettelijke samenwoning elkaar mogelijk financieel te steunen, is geen wettelijke verplichting, maar een contractuele en dus meer precaire verplichting, die elk moment kan worden opgezegd.

Daarnaast geldt bij samenwonenden de bepaling niet dat het onderhoudsgeld dat na een huwelijk wordt toegekend, door de rechter kan worden herzien indien er zich een wijziging in de financiële situatie van een van de ex-echtgenoten voordoet. Een laatste hindernis is dat de notie verplichting tot hulp, die zelfs na een eventuele breuk, financiële gevolgen kan hebben, op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd.

Het is vooral het mogelijke sneeuwbaleffect die deze gelijkstelling met zich brengt, die mij tot voorzichtigheid aanmaant. Een gelijkschakeling voor arbeidsongevallen en beroepsziekten in de privé-sector moet op zijn minst worden nagevolgd in de overheidssector. Anders zou dat kunnen worden beschouwd als discriminatie.

Maar er kunnen ook gevolgen zijn voor de pensioensector en de werkloosheid en ook in andere sectoren van de sociale zekerheid zijn er gevolgen mogelijk. Daarom stel ik voor dat de senator haar vraag ook aan de minister van Pensioenen en aan de minister van Sociale Zaken stelt.

Ik lees nu het antwoord van minister Dupont.

De statistieken van de arbeidsongevallen en de beroepsziekten in de openbare sector worden beheerd door de minister van Werk. Ik beschik zelf niet over informatie met betrekking tot het aantal overlijdens onder ambtenaren ten gevolge van arbeidsongevallen of beroepsziekten.

Om dezelfde reden kan ik niet antwoorden op de tweede vraag. Bovendien bevat het formulier voor de aangifte van arbeidsongevallen geen verwijzing naar de gezinssituatie van het slachtoffer.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Dat lijkt wel Kafka. De minister van Ambtenarenzaken verwijst naar de minister van Werk die op zijn beurt naar de minister van Ambtenarenzaken verwijst.

Ik zou toch aandacht willen vragen voor jonge koppels die worden geconfronteerd met een arbeidsongeval en nooit eerder bij zo een risico hebben stilgestaan. Men doet alsof een huwelijk per definitie meer zekerheid biedt en alleszins duurzamer is dan een andere wettelijke samenlevingsvorm, al dan niet met contract, maar ik durf dat te betwijfelen.

In de regeringsverklaring is geopteerd voor een beleid dat neutraal is ten opzichte van de samenlevingsvormen. In dit dossier blijkt dat evenwel niet het geval te zijn.

Het probleem dat ik hier aankaart, betreft een beperkt aantal gevallen, maar met soms zeer zware gevolgen voor individuen die hun levensdroom stukgeslagen zien. Ongeacht of ze gehuwd waren of samenleefden, komt één van beide partners na zo een arbeidsongeval plots alleen te staan, vaak met de zorg voor kinderen. Dat wie niet gehuwd is dan geen recht heeft op een lijfrente, is een discriminatie die echt moet worden weggewerkt.

Ik ga ermee akkoord dat voor de ambtenaren hetzelfde moet gebeuren, maar nu opwerpen dat in geval van gelijkstelling rekening moet worden gehouden met de eventuele repercussies op pensioenen en sociale zekerheid, vind ik een stap te ver. We vragen alleen om de discriminatie inzake lijfrente weg te werken.

Ik hoop in de staatssecretaris een bondgenoot te vinden om een en ander te bepleiten bij de minister van Werk die zich aanvankelijk voorstander had verklaard op voorwaarde dat de betrokkenen een contract hadden gesloten. Minister Van den Bossche heeft destijds verklaard dat het ook haar inziens om een weg te werken discriminatie gaat. Nu het dossier al zo ver is gevorderd, zou ik het spijtig vinden dat de minister om ik weet niet welke reden terugkrabbelt. De Nationale Arbeidsraad heeft verklaard dat het voor hem geen prioriteit is, maar adviseerde ook om de discriminatie alleen weg te werken voor mensen die een contract hebben gesloten.

Ik ondersteun wat de staatssecretaris zegt over het Rijksregister dat mag worden geraadpleegd om de gegevens te bekomen, al zal die informatie ons niet vooruit helpen om deze discussie te beslechten.