3-171

3-171

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 JUNI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jurgen Ceder aan de minister van Landsverdediging over ęde overgangsperiode tussen de transporttoestellen C-130 en A400MĽ (nr. 3-1696)

De voorzitter. - De heer Hervť Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de FinanciŽn en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn, antwoordt.

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Onlangs verschenen in de media verontrustende berichten over het problematisch onderhoud van de C-130's. Van de elf beschikbare toestellen zouden er officieel acht operationeel moeten zijn, maar dat aantal wordt al enige tijd niet meer gehaald. Er moet echt wel een probleem zijn, want om opnieuw meer toestellen operationeel te maken werd voor het onderhoudspersoneel een intensieve dienst van twaalf uur per dag in drie ploegen ingevoerd. Desondanks kunnen de herstellingen niet tijdig worden uitgevoerd. De pannes stapelen zich op. Het probleem ligt duidelijk niet bij het onderhoudspersoneel, maar bij de beschikbaarheid van wisselstukken. Soms moet men onderdelen uit een toestel demonteren om een ander te kunnen herstellen. Wie enige praktijkervaring heeft, weet dat vliegtuigen, voertuigen of andere machines kannibaliseren het probleem slechts verschuift.

Een en ander heeft geleid tot absurde situaties, waarbij met geld gemorst werd om aan wisselstukken te raken. Er moest een C-130 op een transatlantische vlucht naar Canada om enkele spotgoedkope, maar onmisbare en onvindbare ringetjes over te vliegen voor de reparatie van een defecte C-130. Een andere keer moest een Airbus met wisselstukken naar Afrika vliegen. Nog erger dan de inefficiŽntie van zulke noodprocedures is het feit dat de veiligheid ernstig in het gedrang komt. Onlangs ontplofte er nog een motor van een C-130. Het was slechts een gelukkig toeval dat daarbij geen slachtoffers vielen.

De situatie is eigenlijk nog alarmerender omdat de eerste A400M, de opvolger van de C-130, pas in 2018 aan BelgiŽ geleverd zal worden. Andere landen krijgen hun nieuwe A400M's al in 2009. Volgens het onderhoudspersoneel is het materieel onmogelijk de C-130's nog tot 2018 in bedrijf te houden. Het probleem wordt waarschijnlijk nog groter door de recente brand in een onderhoudscentrum waarbij een C-130 vrijwel totaal werd vernield.

Alles wijst erop dat het zeer moeilijk, zoniet onmogelijk zal zijn, om de C-130 tot 2018 operationeel te houden. Er zullen extra maatregelen moeten worden genomen om een minimum aantal transporttoestellen - C-130's of andere types - operationeel te houden.

Is de minister op de hoogte van de onderhoudsproblemen met de C-130's? Welke maatregelen heeft de minister reeds genomen om de aanvoer van de nodige wisselstukken te garanderen?

Wie is verantwoordelijk voor het ontbreken van voldoende voorraden wisselstukken? Worden alle wisselstukken nog geproduceerd? Zijn er in andere NAVO-landen nog voldoende voorraden? Werd die landen reeds gevraagd wisselstukken te leveren?

Waarom moet BelgiŽ negen jaar langer wachten dan andere landen voordat het de nieuwe A400M krijgt? Zijn er eventueel mogelijkheden om de levering van de A400M te bespoedigen? Zo ja, wat zal dat kosten?

Zijn er reeds voorbereidingen getroffen om eventueel transporttoestellen te lenen of te leasen van andere landen? Zo ja, welke bedragen moeten daarvoor dan vrijgemaakt worden?

Welke andere maatregelen heeft de minister reeds genomen om het tekort aan operationele transporttoestellen, dat onvermijdelijk in de jaren vůůr 2018 zal ontstaan, voorlopig op te vangen?

De heer Hervť Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de FinanciŽn en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn. - Ik lees het antwoord van de minister van Defensie.

Voor de eerste en de tweede vraag verwijs ik naar het antwoord dat ik op 3 mei 2006 heb gegeven in de commissie voor de Landsverdediging.

De C-130's vormen een essentiŽle schakel in de Belgische Defensie en worden dus intensief gebruikt. Dat intensief gebruik noodzaakt een regelmatig onderhoud en een frequente vervanging van bepaalde onderdelen. Met het bestaande systeem kon de bevoorrading van wisselstukken niet optimaal worden verzekerd.

Om die reden heb ik het departement gevraagd een nieuw contract te sluiten dat een snellere bevoorrading van wisselstukken mogelijk maakt, ook al valt het duurder uit.

Eind april 2006 werd overigens een nieuw onderhoudsdok in gebruik genomen zodat het personeel onze C-130's nog efficiŽnter en in de meest veilige omstandigheden kan onderhouden. Er dient te worden benadrukt dat de veiligheid van de toestellen en van het personeel op geen enkel ogenblik in het gedrang werd gebracht.

Het leveringsschema van de A400M aan BelgiŽ past in het Strategisch Plan voor de modernisering van Defensie en houdt rekening met de vooropgestelde levensduur van de C-130-vloot. Een bespoediging van de levering werd nog niet bestudeerd.

Het gebruik van transporttoestellen van andere naties in internationaal verband wordt geregeld door het European Airlift Centre en door de ATARES-akkoorden. Defensie kan daarnaast eventueel een beroep doen op een strategische luchttransportcapaciteit via het contract SALIS, Strategic Airlift Interim Solution, waarbij permanent twee Antonov-toestellen ter beschikking worden gehouden van de deelnemende landen. BelgiŽ heeft dit contract op 8 mei ondertekend. De kostprijs per vlieguur hangt af van het in het kader van het akkoord op jaarbasis benutte totaal aantal vlieguren.

In afwachting van de komst van de A400M wordt de operationaliteit van de C-130-vloot verder gewaarborgd, onder meer door een modernisering van de avionica en de installatie van nieuwe zelfbeschermingsapparatuur. Daarnaast loopt momenteel een studie over de vervanging van het toestel dat door de brand bij SABENA Technics werd vernield.