3-167

3-167

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 1er JUIN 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe au ministre de la Mobilité sur «la confusion créée par la nouvelle loi sur la circulation routière» (nº 3-1663)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Sinds 31 maart jongstleden is de langverwachte herziening van de verkeerswet van kracht. Die herziening moest ook een juridisch sluitende regeling invoeren. De oude wet botste immers op een aantal arresten van het Arbitragehof.

Advocaten gespecialiseerd in het verkeersrecht stellen echter vast dat de nieuwe wet hiaten bevat die aanleiding geven tot tal van discussies tussen advocaten en rechters. Eén van de discussiepunten betreft de vraag of de nieuwe straffen ook gelden voor overtredingen die vóór 31 maart zijn begaan, maar nu pas door de politierechtbank worden behandeld.

Bepaalde rechters zijn er van overtuigd dat de oude wet nog van toepassing is voor de oude overtredingen. Zij zouden daarbij verwijzen naar een artikel in de wettekst dat zulks bepaalde. Het desbetreffende artikel zou evenwel niet in het Belgisch Staatsblad zijn verschenen. Uit het niet gepubliceerde artikel leiden zij niettemin `de bedoeling van de wetgever' af. In de praktijk betekent dat natuurlijk dat de ene rechter een oude overtreding zwaarder zal bestraffen dan de andere, afhankelijk van de wet waarop hij zich baseert.

De herziene wet introduceert verder een rijverbod tijdens de weekends. Hierbij rijst de vraag hoe de betrokkene zijn rijbewijs zal inleveren aangezien de griffies in het weekend gesloten zijn.

Graag vernam ik van de minister of de overtredingen die vóór 31 maart 2006 werden begaan en die thans voor de politierechtbank worden gebracht worden bestraft op basis van de wettelijke bepalingen die sinds 31 maart 2006 van toepassing zijn? Hoe wordt het rijverbod tijdens de weekends concreet ten uitvoer gelegd? Dient de betrokkene zijn rijbewijs ter griffie in te leveren? Zo ja, hoe gaat dat dan in de praktijk?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Landuyt.

Aangezien artikel 31 van de wijzigingswet van 20 juli 2005 niet in werking is getreden, geldt voor overtredingen begaan vóór 31 maart 2006 de algemene regel van artikel 2, tweede lid, van het strafwetboek: indien de straf ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast.

Het was eenvoudiger geweest te bepalen dat met betrekking tot overtredingen begaan vóór 31 maart de oude wet van toepassing bleef, maar dat zou in strijd geweest zijn met artikel 15 van het verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten.

Dat verdrag, dat rechtstreekse werking heeft in onze interne rechtsorde, bevat niet alleen een verbod op retroactieve toepassing van zwaardere straffen, maar ook de verplichting om altijd de lichtere straf toe te passen, ook al bestond die nog niet op het ogenblik van de overtreding.

Zo passen alle politierechters uit het arrondissement Brugge artikel 2 van het strafwetboek in verkeerszaken consequent toe en onder hen bestaat daaromtrent ook geen discussie. Ik heb nog geen signalen ontvangen dat het in andere arrondissementen anders zou zijn. Bij het afleveren van het rijbewijs op de griffie ontvangt de betrokkene een attest waarmee hij in de gemeente een rijbewijs kan bekomen dat alleen geldig is buiten het weekend en buiten feestdagen. Ik verwijs hiervoor naar het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 2006.

Mme la présidente. - L'ordre du jour de la présente séance est ainsi épuisé.

La prochaine séance aura lieu le jeudi 8 juin à 11 h 00.

(La séance est levée à 17 h 40.)