3-167 | 3-167 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Op 5 januari 2004 velde de politierechter van Ieper een vonnis, later besproken in de Juristenkrant, waarbij een bromfietser werd vrijgesproken, ook al gaf de curvometer bij een controle van zijn bromfiets 70 km/u aan. De curvometer bleek wel degelijk geijkt en gold dus als wettig middel voor het vaststellen van de snelheid, doch bij een aansluitende radarcontrole bleek de bromfiets slechts 47 km/u te rijden.
Na herhaaldelijke aanpassingen is de overheid er nog steeds niet in geslaagd van de curvometer een betrouwbaar instrument te maken. Steeds wordt naar voren gebracht dat het toestel geijkt is. Dat klopt inderdaad, maar de ijking slaat op de omtreksnelheid van de rollen in het toestel. Op die meting zit inderdaad een te verwaarlozen verschil van minder dan 0,5 km/u.
Het probleem is dat er een verschil is tussen de simulatie en rijden op de weg. Dat kan zelfs meer dan 25 km/u bedragen. Een bijkomend probleem bij het gebruik van de curvometer is dat sommige bromfietsers soms meerdere keren per week gecontroleerd worden en hierdoor heel wat tijdverlies moeten aanvaarden. Sommigen worden soms 3, 4 maal gecontroleerd zonder overtreding en zouden dan plots toch te snel rijden. Dit met als gevolg dat het voertuig 30 dagen stilstand wordt `opgelegd', een proces-verbaal en zeer waarschijnlijk een veroordeling.
In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken is dit toestel trouwens alleen bedoeld om de klasse van het voertuig te bepalen en niet om de maximale snelheid te meten. Nochtans probeert men tijdens controles precies dat wel te doen. Dit kan bij sommige bromfietsen schade aan de motor tot gevolg hebben. Deze schade manifesteert zich vaak later waardoor het oorzakelijke verband soms niet meer gelegd wordt.
Ondanks de correcties die worden toegepast blijkt dat vaak een te hoog en dus niet aanvaardbaar resultaat wordt vastgesteld. Het gemeten resultaat kan soms meer dan 25 km/u afwijken van de reële snelheid op de weg.
De rechtstreekse meting - namelijk flitsen - waar de gecontroleerde persoon bij twijfel recht op heeft, wordt bijna altijd geweigerd omdat het te omslachtig is en te veel tijd in beslag neemt. Volgens de dienst Metrologie van de FOD Economie is de rechtstreekse meting van de snelheid van een bromfiets `te omslachtig voor de politie'. Dat is onder meer te wijten aan het feit dat bromfietsen niet geheel uit metaal bestaan en dus te weinig `reflecterend vermogen' hebben voor een basisradartest. Er is echter geen enkele richtlijn volgens welke de rollentestbank een meetinstrument voor het meten van de maximumsnelheid is.
Ook voor de bepaling van de klasse is de rollentestbank trouwens niet betrouwbaar, nu voorbeelden van zogenaamd `geijkte' toestellen hebben aangetoond dat er een verschil kan bestaan van 25 km per uur met een radarmeting. Het gebeurt bovendien ook vaak dat de politie zelf niet op de hoogte is van het feit dat de bestuurder een radarmeting kan laten uitvoeren. Dat deze problemen de sector en ook de bromfietsgebruiker in een slecht daglicht plaatsen is duidelijk.
Erkent de minister dat er onzekerheid bestaat over het resultaat van een snelheidsmeting van bromfietsen op de `rollentestbank'? Zo ja, acht hij dergelijke rollentestbank nog aanvaardbaar als wettelijk meetinstrument? Zo neen, heeft hij alternatieven voor de rollentestbank, en wat is ondertussen de waarde van het resultaat van bedoelde meting in een gerechtelijke procedure? De klassieke flitscontrole is om twee redenen problematisch: enerzijds is de bromfiets te weinig reflecterend voor de radar wegens te weinig metaal, anderzijds blijft de bromfietser onbekend bij gebrek aan een nummerplaat, en dient steeds de achtervolging te worden ingezet. Dat kan worden verholpen door een verplichte nummerplaat voor bromfietsen. Is de minister bereid het Nederlandse en Franse voorbeeld van een verplichte nummerplaat te volgen?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Landuyt.
Meetinstrumenten in het verkeer zijn meestal geijkt. Het is nooit uitgesloten dat een machine stuk gaat, slecht onderhouden wordt of verkeerd geijkt wordt. Iemand die weet dat zijn brommer wel in orde is, heeft gelijk hiertegen tot bij de politierechter te protesteren. Ik veronderstel dat de politierechter op 5 januari 2006 in Ieper goede redenen had om het specifieke meetinstrument of de specifieke meting in vraag te stellen. Het komt de feitenrechter toe het individueel voorgelegd geval te toetsen aan de wetgeving.
De Dienst Metrologie van de FOD Economie levert reeds meerdere jaren voor bepaalde modellen van rollentestbanken een `verkoopsvergunning' af en na de uitvoering van proeven op elk individueel toestel levert die dienst een `gebruiksvergunning' af voor het betrokken toestel met een geldigheid van twee jaar.
De Dienst Metrologie maakt hiervoor toepassing van de artikelen 2.4.1, 2.4.6 en 2.5.1, 2de streepje, van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de goedkeuring en homologatie van de automatisch werkende toestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten.
Het meetresultaat dat bekomen is met een dergelijk toestel heeft bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen overeenkomstig artikel 62 van de wegverkeerswet.
Het meetresultaat met rollentestbanken die niet over een gebruiksvergunning beschikken heeft enkel de bewijskracht van inlichting.
De invoering van een verplichte nummerplaat, zoals senator Steverlynck suggereert, zal tot veel administratieve overlast leiden voor de vele correcte gebruikers.
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Het betreft een wetsvoorstel.
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - De vraag is dus of we de correcte burger moeten lastig vallen om de minderheid die zich niet gedraagt beter te kunnen opsporen. Op deze manier dreigen we degenen die zich naar de wet gedragen te belasten omwille van zij die de wet niet naleven. Ik heb het nooit leuk gevonden dat de hele klas gestraft werd omwille van één deugniet. Anderzijds is er in de buurlanden een tendens om de nummerplaat voor brommertjes in te voeren of te behouden. Voor wie met zijn brommertje naar het buitenland wil, zouden we in een vrijwillige inschrijving met nummerplaat moeten kunnen voorzien. Dit dossier vergt dan ook een grondige voorbereiding, alvorens eventueel kan worden overgegaan tot de invoering van een nummerplaat.
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Het verschil in meting door een rollentestbank en een radarflits is bevreemdend groot. Het kan zelfs oplopen tot 25 km. Blijkbaar wordt bij de rollentestbank uitsluitend de omtreksnelheid geijkt.
Over de nummerplaat hebben we al van gedachten kunnen wisselen in de commissie en minister Landuyt heeft zich daar van zijn meest liberale kant laten zien. Hij is immers een medestander van de bevoegde liberale staatssecretaris.
Onze liberale collega's in de commissie zullen echter de resolutie mee ondertekenen. Het komt er immers niet alleen op aan om zo veel mogelijk mensen te flitsen, het is ook nodig opgevoerde bromfietsen die lawaaihinder en overlast veroorzaken, te kunnen identificeren. Precies om die reden werd de nummerplaat voor bromfietsen in het buitenland ingevoerd. Dit verhaal krijgt zeker een vervolg.