3-166

3-166

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 1er JUIN 2006 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de Mme Erika Thijs au ministre des Affaires étrangères sur «la lutte contre la traite des êtres humains menée par l'Organisation pour la sécurité et la coopération en Europe (OSCE) et le remplacement de la représentante spéciale de l'OSCE pour la lutte contre la traite des êtres humains» (nº 3-1673)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre répondra.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - België is op 1 januari 2006 voorzitter geworden van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. De OVSE heeft verschillende belangrijke taken te vervullen. Eén daarvan, en ongetwijfeld een heel belangrijke taak, is de strijd tegen de internationale criminaliteit, waaronder we ook mensenhandel verstaan. De minister heeft in het verleden duidelijk te kennen gegeven dat België de strijd tegen de mensenhandel hoog op de agenda van de OVSE wil plaatsen.

Alle OVSE-landen worden geconfronteerd met mensenhandel, als land van oorsprong of van bestemming of als transitland. Ongetwijfeld beschikken deze landen samen over heel wat troeven om dit probleem aan te pakken. De minister gaf, in de aanloop naar het voorzitterschap, te kennen dat de Belgische expertise op het vlak van mensenhandel hierbij goed van pas zal komen.

We zijn nu halfweg het voorzitterschap en het is niet meer dan normaal dat we in het parlement op de hoogte worden gehouden van de inspanningen en resultaten van het voorzitterschap van de OVSE. Begin mei 2006 liep ook het mandaat van mevrouw Helga Konrad, de bijzondere vertegenwoordiger voor mensenhandel van de OVSE, ten einde.

Welke activiteiten heeft België al ontplooid in de strijd tegen de mensenhandel en de kinderhandel in het bijzonder sinds de start van het voorzitterschap?

In welke mate is er samen met de andere OVSE-landen actie ondernomen om samen de problemen rond mensenhandel aan te pakken?

Welke bijdrage heeft bijzondere vertegenwoordiger Helga Konrad tijdens haar mandaat geleverd in de strijd tegen de mensenhandel?

Is er voorzien in opvolging van mevrouw Konrad om de continuïteit van de taak van de bijzondere vertegenwoordiger te garanderen?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse zaken.

Als OVSE-voorzitter gaat onze aandacht in eerste instantie naar ondersteuning van de lopende OVSE-activiteiten. Er bestaat reeds een uitvoerig OVSE-actieplan voor de strijd tegen mensenhandel, onder meer inzake preventie, vervolging van daders en bescherming van slachtoffers met een Addendum over kinderhandel. De betrokken OVSE-instellingen willen vooral de uitvoering van dat plan bevorderen, zonder het bestaande normatieve kader uit te breiden.

In 2006 ligt de nadruk meer precies op de uitvoering van engagementen betreffende de strijd tegen kinderhandel en mensenhandel voor economische exploitatie. Hiertoe worden bijeenkomsten voor experts en conferenties georganiseerd waarop België als voorzitter steeds prominent vertegenwoordigd is. Zowel onze ambassadeur ter plaatse als een expert van de FOD Justitie namen op 18 mei jongstleden deel aan de regionale OVSE-conferentie over de strijd tegen mensenhandel te Astana in Kazachstan.

Daarnaast neemt het Belgische OVSE-voorzitterschap ook eigen initiatieven. Zo vragen wij ten eerste bijkomende inspanningen om de daders en opdrachtgevers van mensenhandel op te sporen en te vervolgen. Hierbij wordt uitgegaan van de Belgische expertise ter zake, en met name van de integrale benadering van het probleem mensenhandel, waarvoor justitie, politie, magistratuur, opvangcentra en NGO's horizontaal met elkaar samenwerken. Samen met de Strategic Police Matters Unit binnen het OVSE-secretariaat wordt daarom gewerkt aan richtlijnen over de manier waarop dit perspectief in de OVSE-activiteiten omtrent mensenhandel geïntegreerd kan worden. Het voorzitterschap bereidt ook, in samenwerking met de federale politie een workshop voor over de identificatie van slachtoffers van mensenhandel. Die zal in oktober in Brussel plaatsvinden. Er wordt hierbij ook nauw samengewerkt met de FOD Justitie. Daarnaast financiert het voorzitterschap in Georgië en Montenegro opleidingsprogramma's voor politie en magistraten die betrokken zijn bij het opsporen van daders en opdrachtgevers van mensenhandel.

Ten tweede wordt onder impuls van het voorzitterschap tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de OVSE over de implementatie van de humane dimensie die van 2 tot 13 oktober in Warschau plaatsvindt, in het bijzonder een dag gewijd aan het thema mensenhandel met de nadruk op de grondoorzaken van mensenhandel.

Voornoemde initiatieven van het voorzitterschap werden genomen in samenspraak met de lidstaten van de OVSE. De OVSE richtte in 2003 het Anti-trafficking Mechanism op, bestaande uit de bijzondere vertegenwoordiger en een ondersteuningseenheid binnen het OVSE-secretariaat.

De OVSE-landen keurden in 2003 ook een actieplan goed. De nodige institutionele en normatieve structuren werden opgericht om de inspanningen van de OVSE-landen ter bestrijding van mensenhandel in goede banen te leiden en een betere internationale samenwerking mogelijk te maken.

De bijzondere vertegenwoordiger heeft als opdracht het probleem mensenhandel op politieke agenda's te plaatsen, de OVSE-landen te helpen bij de implementatie van het OVSE-actieplan, de inspanningen van de OVSE-instellingen en missies in de strijd tegen mensenhandel te coördineren in samenwerking met andere internationale organisaties en NGO's.

Wat de eerste opdracht betreft, had mevrouw Helga Konrad contacten met 40 OVSE-landen, meestal in de vorm van een uitgebreid bezoek gevolgd door een evaluatierapport. Mevrouw Konrad nam ook deel aan conferenties en publiceerde in academische tijdschriften en in de media. Zelf organiseerde ze de afgelopen twee jaar vier conferenties samen met de Anti-Trafficking Assistance Unit (ATAU): in juli 2004 over de complexiteit en multidimensionaliteit van het probleem mensenhandel; in maart 2005 over kinderhandel, een conferentie die leidde tot het Addendum over kinderhandel bij het OVSE-actieplan over de strijd tegen mensenhandel; in november 2005 over mensenhandel voor economische exploitatie; op 17 maart 2006 over de gezondheidssituatie van slachtoffers en hoe met opsporings- en vervolgingsdiensten kan worden samengewerkt. Vermeldenswaardig is ook de regionale conferentie over de strijd tegen mensenhandel die op 18 mei in Kazachstan werd georganiseerd door de Kazachse autoriteiten met de steun van de bijzondere vertegenwoordiger en ATAU.

In verband met de assistentie aan de OVSE-landen bij de implementatie van het OVSE-actieplan legde de bijzondere vertegenwoordiger vooral de nadruk op het belang van nationale coördinatiestructuren en actieplannen met bijzondere aandacht voor de strijd tegen kinderhandel, gepaste opvang van slachtoffers waaronder een reflectieperiode en een tijdelijke verblijfsvergunning en een nauwe samenwerking tussen NGO's en overheidsinstanties. Mevrouw Konrad verspreidde ook een vragenlijst over het beleid inzake mensenhandel.

Om de coördinatie te bevorderen heeft de bijzondere vertegenwoordiger in juli 2004 de Alliance Against Trafficking in Persons opgericht en in juli 2005 het Alliance Expert Co-ordination Team.

De functie van bijzondere vertegenwoordiger is nu vacant. Mevrouw Konrad, die de functie uitoefende tot 9 mei, liet midden april weten dat ze haar mandaat onder de huidige omstandigheden niet wenste voort te zetten. Hierbij wees zij op de gebrekkige coördinatie en communicatie tussen de verschillende OVSE-actoren die actief zijn in de strijd tegen mensenhandel. Een aantal OVSE-landen had overigens ook al voorgesteld de werking van het OVSE-mechanisme voor de strijd tegen mensenhandel te herzien. Het voorzitterschap heeft de discussie over een herziening van het OVSE-mechanisme dan ook aangetrokken. We hopen dat die discussie snel leidt tot een herziening van het mechanisme. Er kan enkel worden beslist bij consensus van alle OVSE-landen. Als een consensus binnen afzienbare tijd niet haalbaar is, heeft het voorzitterschap het voornemen hoe dan ook een nieuwe bijzondere vertegenwoordiger te benoemen. De continuïteit van de opdracht van de bijzondere vertegenwoordiger is inderdaad van zeer groot belang.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Kort samengevat is er tot op heden heel weinig gebeurd. Er werd een ambassadeur naar Kazachstan gestuurd en in het najaar zal er een conferentie worden gehouden. Als zelfs de bijzondere vertegenwoordiger het om de opgesomde redenen voor bekeken houdt, dan is er wel degelijk iets aan de hand. België heeft zijn sporen verdiend in de strijd tegen de mensenhandel. Nu vieren we de teugels en dat is een probleem.