Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-61

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën

Vraag nr. 3-2339 van de heer Van Overmeire d.d. 11 maart 2005 (N.) :
Brussel. — Toelagen vanwege de federale overheid. — Wettelijke basis en voorwaarden. — Overzicht.

Via allerlei kanalen ontvangen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel-stad en de Brusselse gemeenten substantiële toelagen vanwege de federale overheid.

1. Kunt u een volledig overzicht geven van de toelagen die deze instellingen sinds 1999 vanwege de federale overheid (hebben) bekomen met vermelding van :

— de wettelijke basis van deze toekenning;

— de reden van toekenning van het bedrag;

— de voorwaarden verbonden aan de toekenning van de toelage;

— de controle van de federale overheid op de correcte besteding;

— de periodiciteit en duur van de toekenning der toelagen en eventuele clausules betreffende de opzegging ervan ?

2. Kunt u mij een volledige lijst geven van de jaarlijkse bedragen die sinds 1999 werden toegekend aan de voornoemde instellingen in het kader van de onder 1 vermelde toelagen ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hierna het antwoord op zijn vragen, in de mate dat deze betrekking hebben op de financiële overdrachten van de federale overheid naar de Brusselse instellingen die gebeuren hetzij door een voorafname op de door de federale overheid geïnde fiscale ontvangsten, hetzij door middel van een begrotingskrediet. Wat deze laatste betreft, is onderstaand antwoord gericht op de dotaties die geregeld worden door de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten (of kortweg bijzondere financieringswet of BFW), laatst gewijzigd door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, en andere bijzondere wetten genomen in het kader van de institutionele hervormingen.

De gewestelijke belastingen bedoeld in artikel 3 van de BFW, die door de federale overheid voor rekening van en in overleg met de gewesten geïnd worden (2) en waarvoor deze Iaatsten vanaf 2002 bevoegd zijn om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen te wijzigen, worden niet als « toelagen » beschouwd; zij worden bijgevolg in onderhavige context buiten beschouwing gelaten.

De meegedeelde cijfergegevens hebben betrekking op de periode 1999-2004.

De overige federale transfers aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Brusselse gemeenten vallen onder de bevoegdheid van mijn federale collega's. Het betreft ondermeer de volgende overdrachten :

— aan het Gewest :

— het begrotingskrediet in het kader van het begeleidingsplan voor werklozen : van toepassing tot 2004 omdat de RVA deze opdracht vanaf 1 juli 2004 heeft overgenomen (de minister van Werk);

— de federale tegemoetkomingen in de investeringen tot uitbouw en bevordering van de internationale rol en hoofdstedelijke functie van Brussel; deze tegemoetkomingen worden geregeld in diverse protocol-akkoorden en samenwerkingsakkoorden die werden afgesloten tussen de federale overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het kader van artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen (de minister van Mobiliteit en de minister van Begroting);

— aan de lokale overheden :

— begrotingskrediet uitgetrokken op de begroting van de Pensioenen : voor de betaling van de pensioenen van het onderwijzend personeel van de lokale overheden (de minister van Pensioenen);

— toelagen aan de OCMW's voor het leefloon en voor de opvang van vluchtelingen (de minister van Binnenlandse Zaken);

— verschillende dotaties voorzien op de begroting van de federale politie (de minister van Binnenlandse Zaken);

— voorafname op de boetes voor veroordelingen bestemd voor het toewijzingsfonds in het kader van wegveiligheid (de minister van Mobiliteit);

De krachtens de bijzondere financieringswet van 16 janauri 1989 aan de Brusselse instellingen overgedragen financiële middelen zijn :

— aan het Gewest :

1) het gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting (afgekort PB) dat toegewezen wordt aan de gewesten, alsook de nationale solidariteitstussenkomst :

— wettelijke basis en reden van toekenning : de artikelen 33 en 34, BFW (middelen ter financiering van de in 1988-1989 overgehevelde bevoegdheden, zoals berekend in de definitieve fase van de BFW die is ingegaan vanaf het jaar 2000), de artikelen 35bis tot en met 35octies, BFW (bijkomende middelen ter financiering van in 1993 en 2002 bijkomend overgehevelde bevoegdheden aan de gewesten), het artikel 48, BFW (nationale solidariteitstussenkomst toegekend aan de gewesten waarvan de gemiddelde opbrengst van de PB per inwoner lager ligt dan het nationaal gemiddelde);

— voorwaarden toekenning : de per gewest toegewezen bedragen (met inbegrip van de nationale solidariteitstussenkomst) die jaarlijks worden voorafgenomen op de fiscale ontvangsten inzake personenbelasting, dienen ingeschreven te worden in de initiële respectievelijk de aangepaste Rijksmiddelenbegroting van de federale overheid, na voorafgaand overleg met de gemeenschappen en de gewesten, in uitvoering van artikel 53, BFW;

— controle besteding : gelet op de bestedingsautonomie van de gewesten, kunnen zij de financiële middelen waarover zij beschikken vrij aanwenden voor de financiering van de bevoegdheden die hen zijn toegewezen in de opeenvolgende institutionele hervormingen;

— periodiciteit en duur toekenning : alle middelen voorafgenomen op de opbrengst van de personenbelasting (met inbegrip van de nationale solidariteitstussenkomst) worden tijdens het begrotingsjaar doorgestort bij wijze van voorlopige twaalfden; deze twaalfden vormen een voorschot op de definitieve middelen die slechts na afloop van het betrokken begrotingsjaar, op basis van de definitieve parameters, kunnen vastgesteld worden; het definitief afrekeningssaldo van de toegewezen middelen van een gegeven begrotingsjaar (t) wordt verrekend in de aangepaste voorlopige twaalfden van het daaropvolgende begrotingsjaar (t+1), zoals deze ter gelegenheid van de begrotingscontrole van jaar (t+1) worden herzien.

2) bijzondere middelen die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdeeld worden onder de gemeenten waarvan het college van burgemeester en schepenen is samengesteld in overeenstemming met artikel 279 van de nieuwe gemeentewet of waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt voorgezeten in overeenstemming met het voornoemde artikel; deze bijzondere middelen worden eveneens voorafgenomen op de opbrengst van de PB :

— wettelijke basis en reden van toekenning : artikel 46bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, ingevoegd door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten;

— voorwaarden toekenning : zie voorgaande punt 1);

— controle besteding : overeenkomstig artikel 46bis, vierde en vijfde lid, BFW worden deze middelen verdeeld door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk gewest onder bedoelde gemeenten volgens de criteria en de wegingen bepaald de artikelen 5 tot 15 van de ordonnantie van 21 december 1998 tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

— periodiciteit en duur toekenning : jaarlijkse toewijzing, met ingang van 2002; voor het overige : zie voorgaande punt 1).

3) bijzondere middelen ten laste van de federale overheid toegekend aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie (afgekort VGC) en aan de Franse Gemeenschapscommmissie (afgekort FGC); deze bijzondere middelen worden eveneens voorafgenomen op de opbrengst van de PB :

— wettelijke basis en reden van toekenning : artikel 65bis, BFW, ingevoegd door de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten — de bijzondere middelen beogen de herfinanciering van de gemeenschapsinstellingen in het Brusselse Gewest, in het verlengde van de met ingang van 2002 doorgevoerde herfinanciering van de gemeenschappen;

— voorwaarden toekenning : zie voorgaande punt 1);

— controle besteding : zie voorgaande punt 1);

— periodiciteit en duur toekenning : jaarlijkse toewijzing, met ingang van 2002; voor het overige : zie voorgaande punt 1).

4) dotatie ten laste van de federale overheid toegekend aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (afgekort GGC) : begrotingskrediet dat jaarlijks wordt ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting :

— wettelijke basis en reden van toekenning : artikel 65, BFW — deze dotatie vormt de belangrijkste inkomstenbron van de GGC;

— voorwaarden toekenning : de dotatie dient jaarlijks ingeschreven te worden in de initiële respectievelijk de aangepaste algemene uitgavenbegroting van de federale overheid;

— controle besteding : zie voorgaande punt 1);

— periodiciteit en duur toekenning : jaarlijkse toewijzing, met ingang van 1989; wat de besteding betreft, zie voorgaande punt 1); de doorstorting gebeurt bij wijze van trimestriële voorschotten, voor de exacte afrekeningsmodaliteiten, verwijs ik naar mijn federale collega, de minister van Begroting.

5) bijzondere dotatie « dode hand » : begrotingskrediet dat jaarlijks wordt ingeschreven op de begroting van Binnenlandse Zaken :

— wettelijke basis en reden van toekenning : artikel 63, BFW — de dotatie is bestemd voor de gemeenten op het grondgebied waarvan zich bepaalde eigendommen bevinden die zijn vrijgesteld van de onroerende voorheffing; de dotatie is bedoeld als tegenprestatie voor de niet-inning van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing op deze vrijgestelde onroerende goederen; bedoelde eigendommen worden opgesomd in de BFW; de bijzondere dotatie dekt voor ten minste 72 % de niet-inning van de gemeentelijke opcentiemen en wordt berekend op basis van de geïndexeerde kadastrale inkomens van de vrijgestelde eigendommen die in aanmerking worden genomen; daar het krediet bestemd voor de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest krachtens artikel 63, laatste lid van de BFW aan het Gewest wordt overgedragen, wordt deze dotatie bij de overdrachten aan het Gewest gerekend;

— voorwaarden toekenning : de dotatie dient jaarlijks ingeschreven te worden in de initiële respectievelijk de aangepaste algemene uitgavenbegroting van de federale overheid;

— controle besteding/periodiciteit en duur toekenning : jaarlijkse toewijzing, met ingang van 1989; wat de besteding betreft, zie voorgaande punt 1); voor de wijze van doorstorting en de exacte afrekeningsmodaliteiten, verwijs ik naar mijn federale collega, de minister van Binnenlandse zaken.

6) bijkomende middelen ter financiering van de programma's voor wedertewerkstelling van werklozen of zogenaamde « trekkingsrechten » : begrotingskrediet dat jaarlijks wordt ingeschreven op de begroting van Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg, na overleg met de gewestregeringen;

— wettelijke basis en reden van toekenning : artikel 35, BFW — de federale overheid kent aan de gewesten jaarlijkse een financiële tegemoetkoming toe — overeenstemmend met een werkloosheidsvergoeding — voor iedere niet-werkende werkzoekende die in het raam van een arbeidsovereenkomst in een wedertewerkstellingsprogramma wordt geplaatst; de federale overheid kent eveneens deze financiële tegemoetkoming toe voor een aantal werknemers, tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst of op basis van een statuut, gelijk aan het aantal betrekkingen dat gehandhaafd is onder de betrekkingen die de dag vóór de opheffing van de wedertewerkstellingsprogramma's door een gewest in het kader van die programma's ingevuld waren (zie artikel 6, § 1, EX, 2º, tweede en vierde lid van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen);

— voorwaarden toekenning : de dotatie dient jaarlijks ingeschreven te worden in de initiële respectievelijk de aangepaste algemene uitgavenbegroting van de federale overheid, na voorafgaand overleg met de gewestregeringen;

— controle besteding/periodiciteit en duur toekenning : jaarlijkse toewijzing, met ingang van 1989; de toegewezen bedragen inzake trekkingsrechten werden in de periode 2000-2003 jaarlijks met wisselend bedrag opgetrokken; wat de besteding betreft, zie voorgaande punt 1); de doorstorting gebeurt bij wijze van trimestriële voorschotten; voor de exacte afrekeningsmodaliteiten verwijs ik naar mijn federale collega, de minister van Werk.

7) éénmalige overdracht in 2004 van de geaktualiseerde waarde van de toekomstige AFV-voordelen en dit in het kader van de ALESH schuldoperatie (ALESH staat voor Amortisatiefonds voor de Leningen van de Sociale Huisvesting);

— wettelijke basis en reden van toekenning : Overeenkomst van 18 december 2003 tussen de Federale regering en de Vlaamse regering, de Waalse regering en Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de definitieve regeling van de schulden van het verleden en de ermee verband houdende lasten inzake sociale huisvesting; eind 2003 werd de sociale huisvestingsschuld, beheerd door het ALESH, overgenomen door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen; ingevolge deze schuldovername verloren de gewesten de mogelijkheid tot lenen met fiscaal voordeel (AFV); ter compensatie van dat verlies keerde de federale overheid aan de gewesten begin 2004 een bedrag uit dat overeenstemde met de geaktualiseerde waarde van het toekomstig jaarlijks terugkerende AFV-voordeel voor de gewesten;

— voorwaarden toekenning : de toekenning was een onderdeel van de afgesloten Overeenkomst;

— controle op de besteding : zie voorgaande punt 1), teneinde de vervroegde uitkering budgettair neutraal te houden, werden de budgettaire doelstellingen van de gewesten voor het begrotingsjaar 2004 met éénzelfde bedrag verstrengd; periodiciteit en duur toekenning : het betreft een éénmalige overdracht die kaderde in een specifieke schuldoperatie.

— aan de lokale overheden :

8) bijzondere dotatie aan de stad- Brussel : begrotingskrediet dat jaarlijks wordt ingeschreven op de begroting van Binnenlandse Zaken :

— wettelijke basis en reden van toekenning . : artikel 64, BFW-ondersteuning van de hoofdstedelijke functie van Brussel;

— voorwaarden toekenning : de dotatie dient jaarlijks ingeschreven te worden in de initiële respectievelijk de aangepaste algemene uitgavenbegroting van de federale overheid;

— controle besteding/periodiciteit en duur toekenning : doorstorting bij wijze van trimestriële voorschotten; voor de controle op de besteding van de gelden en de exacte afrekeningsmodaliteiten, verwijs ik naar mijn collega, de minister van Binnenlandse zaken.

Tabel — Bepaalde federale toelagen aan de Brusselse instellingen

(in miljoenen euro)

Gerealiseerde overdrachten199920002001200220032004
Voorafname op de fiscale ontvangsten
Toegewezen gedeelte PB aan BHG (a) (punt 1)884,56872,3974,45557,91594,93619,25
W.o. nationale solidanteitslussenkomst51,4962,9748,8961,46103,68102,56
Toegewezen gedeelte PB aan bepaalde gemeenten van BHG (punt 2) D(met ingang van 2002)24,7925,6926,26
Toegewezen gedeelte PB aan Vlaamse Gemeenschapscommissie (punt 3)(met ingang van 2002)4,965,145,25
Toegewezen gedeelte PB aan Franse Gemeenschapscommissie dotation IPP (punt 3)(met ingang van 2002)19,8320,5521,01
Subtotaal : totale voorafname op de fiscale ontvangsten884,56872,31 015,35648,39687,21712,67
Begrotingskredieten
Dotatie aan Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (punt 4)28,128,730,1730,2030,7331,17
Dotatie « dode hand » aan BHG (punt 5)1,3543,610,0023,1026,7023,90
Trekkingsrechten wedertewerkstelling aan BHG (punt 6)25,0429,0233,0037,9738,9638,96
Éénmalige overdracht AFV-voordeel aan BHG (b) (punt 7)-----70,19
Dotatie aan stad Brussel (punt 8)78,079,6B3.7983,8685,3386,56
Subtotaal : totale begrotingskredieten132,41180,92146,96175,12181,72250,78
Totaal federale overdrachten aan Brusselse instellingen1 016,981 053,201 162,31823,51868,93963,45
Met ingang van het begrotingsjaar 2002 wordt de verhoogde toewijzing van de opbrengst van de gewestelijke belastingen — in het kader van de verruiming van de fiscale autonomie van de gewesten -gecompenseerd door een vermindering van de PB-toewijzingen ten belope van de zogenaamde « negatieve term ».
Bij wijze van voorschot reeds toegekend eind december 2003, maar in ESR aan te rekenen op het jaar 2004.


(2) Met uitzondering van het kijk- en luistergeld dat reeds vóór de omvorming van het kijk- en luistergeld van gemeenschapsbelasting tot gewestelijke belasting (vanaf 2002) niet meer door de federale overheid werd geïnd.