3-1704/2 | 3-1704/2 |
17 MEI 2006
De Senaat,
A. Gelet op het koninklijk besluit van 5 september 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, dat de houder van een sinds twee jaar afgegeven rijbewijs voor de categorie B — auto — de mogelijkheid heeft ontnomen een voertuig te besturen van de categorie A — motorfiets — met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3 en een maximaal vermogen van 11 kW.
B. Gelet op deze nieuwe verplichting zal de autobestuurder minder geneigd zijn een motorfiets te kopen om te gaan werken of korte afstanden af te leggen.
C. Gelet op het grote aantal voordelen die dit alternatief biedt.
Vraagt de regering :
1. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 22 maart 2004, aan te vullen met een 16º, luidende :
« 16º de bestuurders van motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3 en een maximaal vermogen van 11 kW, die houder en drager zijn van een rijbewijs voor de categorie B, afgegeven sinds minstens twee jaar ».
2. Artikel 20, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit, opgeheven bij koninklijk besluit van 5 september 2002, te herstellen in de volgende lezing :
« § 2. Het voor de categorie B geldig verklaarde rijbewijs, afgegeven sinds ten minste twee jaar, staat het besturen van voertuigen van de categorie A met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3 en met een maximaal vermogen van 11 kW toe. »