3-162 | 3-162 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Volgens cijfers van de European Transport Safety Council, ETSC, draagt 66 procent van de Belgen vooraan in de auto de verplichte veiligheidsgordel. Daarmee bengelt België helaas onderaan de rangschikking in Europa. Alleen Hongarije en Griekenland doen nog slechter dan België. De beste gordeldragers zijn te vinden in Frankrijk, Malta en Duitsland.
Of Belgen ook de veiligheidsgordel achteraan vastklikken, daar zegt het rapport niets over. Het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid, BIVV, vermoedt echter dat maar één op vier ook achteraan de veiligheidsgordel omdoet.
Volgens de ETSC kan een betere gordeldracht elk jaar minstens zes duizend verkeersdoden vermijden.
Wat concludeert de minister uit de positie die België in Europa inneemt op het vlak van gordelgedrag? Hoe verklaart de minister de lage scores die België laat optekenen?
Welke maatregelen wil de minister nemen om de Belgische automobilist aan te sporen zijn veiligheidsgordel meer te benutten?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Landuyt.
In 2004 verrichtte het BIVV voor de tweede maal op rij een systematisch onderzoek naar de gordeldracht in ons land. Het observeerde hierbij bestuurders en passagiers die zich voorin in personenwagens bevonden. Het bleek dat twee op drie inzittenden voorin de veiligheidsgordel droegen. Dat is een stijging met 9,7 punten ofwel 17 procent in vergelijking met 2003. Er was dus duidelijk sprake van een positieve evolutie, maar het resultaat is in vergelijking met andere Europese landen inderdaad niet zo bemoedigend.
Een verklaring voor dat cijfer kan deels worden gevonden in de resultaten van een Europese attitudemeting, SARTRE, in het kader waarvan in 2004 een representatieve groep van duizend rijbewijsbezitters werd ondervraagd.
Volgens die enquête zijn de meeste Belgische bestuurders zich van het belang van de gordeldracht bewust. 88 procent vindt immers dat de veiligheidsgordel bij de meeste ongevallen het gevaar voor ernstige verwondingen beperkt. Verder blijkt dat 70 procent van de bestuurders zich dermate bewust is van het belang van de gordeldracht dat ze de gordel uit gewoonte aandoen, zonder eraan te hoeven denken.
Een eerste stap om het gedrag van de overige bestuurders te wijzigen, bestaat erin hun mentaliteit te wijzigen. Op dat vlak is nog heel wat werk voor de boeg, want 49 procent van de bestuurders vindt nog steeds dat wie de veiligheidsgordel draagt, altijd een reëel risico loopt om in een gevaarsituatie geklemd te raken. Van de Belgische bestuurders vindt 27 procent de veiligheidsgordel overbodig op voorwaarde dat men voorzichtig rijdt. Dat percentage bedroeg in 1996 maar 24 procent en in 1991 zelfs 23 procent. Er is dus sprake van een stijgende lijn. Dat laatste fenomeen wordt bevestigd door de gordeltellingen. In 2003 en 2004 klikten meer bestuurders zich vast naarmate de snelheidslimiet hoger lag. Het lijkt er dus op dat de bestuurders niet weten - of er geen rekening mee houden - dat de veiligheidsgordel een betere bescherming biedt bij lagere en gemiddelde snelheden.
Het gedrag van automobilisten inzake gordeldracht moet dus met sensibilisatie- en handhavingscampagnes worden gewijzigd. Dankzij het Verkeersveiligheidsfonds kunnen politiezones extra investeringen doen in de preventieve en de repressieve aanpak van de gordeldracht.
Het BIVV zal dan ook in samenwerking met de politiediensten en andere actoren de huidige strategie blijven volgen teneinde de gordeldracht te verbeteren. Ook in 2006 zal van 25 september tot 22 oktober met steun van de Europese Commissie een grootschalige gordelcampagne worden gehouden. Tegelijkertijd zullen de politiediensten controles doen op de naleving van de gordeldracht. Hiermee sluit de campagne aan bij een concept waarvan de effectiviteit de afgelopen jaren genoegzaam is bewezen, het enhanced enforcement, waarbij intensieve controles met communicatie en sensibilisatie worden gecombineerd. Ervaringen uit het buitenland tonen aan dat dergelijke acties met betrekking tot de gordeldracht een groot effect hebben. Daarbij hoeft de nadruk niet noodzakelijk op het bestraffende aspect te liggen, zoals duidelijk blijkt uit de sympathieke `gordeldieractie' van vorig jaar. Dergelijke aanmoedigingscampagnes hebben een groot effect op korte termijn. Met dergelijke acties kan de gewoontereflex worden versterkt, wat belangrijk is om duurzame resultaten te bereiken.
Uiteraard wordt aan de gordeldracht geregeld ruime aandacht besteed in de televisieprogramma's van het BIVV: Kijk Uit! op VRT, Veilig Thuis op VTM, Contacts op RTBF en Ça Roule op RTL-Tvi. Sinds meer dan tien jaar worden ook acties op het terrein georganiseerd waarbij het publiek wordt uitgenodigd om proefondervindelijk het nut van de gordel na te gaan. Voorbeelden hiervan zijn de tolwagen en de crashtest van de federale politie. Het BIVV verdeelt tevens een brede waaier aan educatief materiaal, zoals folders, boekjes en video's, over de gordel en andere beveiligingsmiddelen. Gerichte informatie over het nut van de gordeldracht kan ook worden gevonden op de websites van het BIVV: www.bivv.be, ikbenvoor.be en gordeldier.be.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Misschien moet het signaal dat aangeeft dat de gordel niet is vastgemaakt, worden veralgemeend. Dat kan een extra stimulans zijn om de gordel te dragen.