3-161 | 3-161 |
De heer Luc Willems (VLD). - Op 1 februari 2006 is de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten in werking getreden.
Hoewel die wet voornamelijk de precontractuele onderhandelingsfase van de franchiseovereenkomst regelt, is haar toepassingsgebied in feite veel ruimer. De wet blijkt van toepassing te zijn op commerciële samenwerkingsovereenkomsten tussen twee personen, die in eigen naam en voor eigen rekening werken. De ene partij kent aan de andere partij tegen vergoeding het recht toe om een commerciële formule - onder de vorm van een gemeenschappelijk uithangbord of handelsnaam, overdracht van knowhow of het verlenen van bijstand - te gebruiken, met het oog op de verkoop van producten of het verlenen van diensten.
De omschrijving van het toepassingsgebied laat echter nog steeds ruimte voor interpretatie. Er valt bijvoorbeeld niet eenduidig uit af te leiden of de nieuwe wet al dan niet toepasselijk is op handelsagentuur- en/of concessieovereenkomsten.
Zijn de bepalingen van de voormelde wet van 19 december 2005 van toepassing op:
1. handelsagentuurovereenkomsten, zoals gereglementeerd bij de wet van 13 april 1995 op de handelsagentuurovereenkomst?
2. concessieovereenkomsten, zoals gereglementeerd bij de wetten van 27 juli 1961 en 13 april 1971 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessie van alleenverkoop?
De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De definitie van commerciële samenwerkingsakkoorden die in de wet van 19 december 2005 werd opgenomen is inderdaad ruimer dan de franchiseovereenkomsten. De vraag of bepaalde wettelijk omkaderde distributieovereenkomsten bedoeld zijn, is dus terecht.
De handelsagentuurovereenkomst heeft als kenmerk dat de agent handelt namens en voor rekening van de principaal opdrachtgever. Ook al worden hieromtrent verschillende meningen vertolkt door auteurs die de wet hebben becommentarieerd, toch ben ik van oordeel dat niet is voldaan aan de eerste voorwaarde van onafhankelijkheid van beide contracterende partijen.
Bij een concessieovereenkomst daarentegen werken beide partijen wel degelijk in eigen naam en voor eigen rekening. In de praktijk zal nog moeten worden nagegaan of eveneens aan de andere voorwaarden van de wet van 19 december 2005 is voldaan, namelijk of er sprake is van een vergoeding en of de verkoop van producten of de verstrekking van diensten gebeurt onder gebruikmaking van een van de vier commerciële formules opgesomd in artikel 2 van de wet. Afhankelijk hiervan, zal de concessieovereenkomst wel dan niet onder het toepassingsveld van de wet van 19 december 2005 vallen.
De heer Luc Willems (VLD). - De wet op de handelsagentuurovereenkomsten is dus niet van toepassing. De precontractuele fase is bijgevolg evenmin van toepassing omdat men overeenkomstig de wet die we vorig jaar goedkeurden, kan contracteren zonder bedenktermijn.
Voor de concessieovereenkomst maakt de minister het onderscheid tussen de vergoeding en de voorwaarden.