3-867/2

3-867/2

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

16 JANUARI 2006


De eerlijke handel


VOORSTEL VAN AANBEVELINGEN

VAN DE HEER GALAND EN DE DAMES DE ROECK EN ZRIHEN

TENGEVOLGE VAN DE HOORZITTINGEN


AANBEVELINGEN

A. Consideransen

Wat betreft het begrip van de Eerlijke Handel voor een duurzame ontwikkeling :

1. Overwegende dat de eerlijke handel tot doel heeft om handelstransacties te laten plaatsvinden in het kader van een op gelijkheid, dialoog, transparantie en respect gebaseerd partnerschap voor ontwikkeling;

2. Overwegende dat de eerlijke handel tot doel heeft om bewust te werken met kansarme producenten en werknemers om ze te helpen om van een kwetsbare positie te komen tot economische veiligheid en zelfredzaamheid; om meer gewicht te geven aan de producenten en de werknemers als partners in hun organisaties; een meer actieve rol te spelen op het wereldvlak om de wereldhandel eerlijker te doen verlopen en tot duurzame ontwikkeling te promoten;

3. Overwegende dat de eerlijke handel erop toeziet een « billijke » prijs te betalen aan de producenten, zodat de prijs betaald voor hun producten het moet het mogelijk maken de benadeelde producenten en werknemers en hun gezinnen in staat te stellen te voorzien in hun fundamentele behoeften, en hun levensomstandigheden kunnen te verbeteren (opvoeding, cultuur, gezondheid, huisvesting, vrije tijd enzovoort), een winstmarge te boeken om te investeren in de productie en bij te dragen tot het vervullen van de collectieve behoeften (organisatie, educatie, cultuur, gezondheid, vrije tijd, infrastructuur, structurering van producentenverenigingen enzovoort) » en waardoor de productiekosten en de logistieke kosten te worden gedekt;

4. Overwegende dat de eerlijke handel moet een solidariteitscontract zijn zodat de activiteit een hefboom wordt voor collectieve zelfpromotie op lange termijn, onder meer door een deel van de aankopen vóór de levering te betalen (prefinanciering), door projecten ter verbetering en diversificatie van de productie te steunen, en door aandacht te hebben voor de participatiegraad en de kwaliteit van de werkomstandigheden.

5. Overwegende dat de eerlijke handel moet ook in het noorden een alternatief project zijn. Niet alleen moeten de verbruikers geļnformeerd worden, de aankoop van producten moet ook aanleiding zijn tot vorming inzake ontwikkeling en milieuproblematiek. Alternatieve handel moet andere aspecten kenbaar maken, bijvoorbeeld de politieke verhoudingen tussen Noord en Zuid, debatten uitlokken en politieke druk uitoefenen die de handel alleen overschrijden. Het label « eerlijke handel » moet de verbruiker aanzetten om die producten te kopen in zijn vertrouwde winkels.

6. dat het eerlijke « label » oorspronkelijk vooral tot doel had om kansarme producenten vooruit te helpen door hen commerciėle steun te bieden (de producenten in contact brengen met de groothandelaars), steun op het vlak van de (technische, commerciėle, marketing, enz.) ontwikkeling, alsook steun aan de organisatie van gestructureerde coöperatieven. Daar komen nog bij : de producenten een behoorlijke levenssituatie te bieden, de autonomie van diezelfde kleine, plaatselijke producenten te bevorderen en ten slotte een efficiėnt en eerlijk productiesysteem in te voeren.

De commissie is bijgevolg van oordeel dat de eerlijke handel een belangrijke en volwaardige rol heeft te spelen inzake ontwikkelingssamenwerking, en ook moet worden ondersteund als zodanig;

Wat de promotie betreft van de Eerlijke Handel :

7. Gezien dat de eerlijke handel bijzonder nuttig is voor de kleine producenten, vooral in de sectoren van de landbouw en de ambachten, gezien deze kleine producenten in de ontwikkelingslanden dikwijls leven op in plattelandstreken die slecht bediend worden; dat ze afhangen van tussenpersonen, zowel voor de commercialisering van hun producten als voor het bekomen van kredieten; dat de landbouwers, dankzij de eerlijke handel, deze afhankelijkheid hebben verminderd door eigen coöperatieven op te starten voor de verhandeling, wat hen in staat stelde hun kunde, hun technische kennis en hun uitrusting in gemeenschap uit te baten, ja zelfs in sommige gevallen infrastructuren, zoals hospitalen en scholen;

8. Gezien een effectenstudie en een opiniepeiling over de eerlijke handel in Belgiė, in augustus 2002 door Idea Consult en Rogil Field Research uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, van buitenlandse handel en van ontwikkelingssamenwerking alsook van de directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking, het volgende heeft aangetoond : « Het systeem van de eerlijke handel heeft een grote positieve impact op de betrokken producenten, met name door de positieve invloed op hun inkomen en welzijn, de opening van de markt en de ontwikkeling van de knowhow van de producenten »;

9. Gezien in Belgiė in 2003 op de markt van de eerlijke handel 26,5 miljoen euro omging (meer dan 1 miljard oude Belgische franken) en het aandeel van de eerlijke handel in de totale consumptie van de gezinnen bedraagt slechts 0,009 % bedroegs dat voor sommige sterproducten bedraagt dat meer, zoals bijvoorbeeld koffie : het aandeel van de eerlijke handelskoffie bedraagt 1,5 % van de totale Belgische koffiemarkt; dat de eerlijke handelsproducten dus slechts een heel klein percentage in van de totale consumptie van de gezinnen nemen;

10. Gezien het belang van de openbare opdrachten voor de EU, en de voorbeeldfunctie van de overheid en

gezien de eerlijke handelsproducten vooral worden verkocht door de wereldwinkels, maar ook steeds vaker te vinden te zijn in de groothandels; dat zo in 2002 35 % van deze producten werden verkocht in de supermarkt;

11. Gezien de eerlijke handel slechts een verwaarloosbaar percentage vertegenwoordigt van de distributie van consumptiegoederen — en amper vooruitgang boekt inzake omzet en autonome verkooppunten, terwijl de supermarkten mogelijke aantrekkings-punten zijn;

12. Gezien in het Belgisch Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling (2000-2004) artikel 569 het uitdrukkelijk vermeldt. « (...) In samenwerking met de maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven zal ook onderzocht worden hoe eerlijke handel, (...) verder ontwikkeld en bevorderd kunnen worden. »;

13. Gezien de Belgische ontwikkelingssamenwerking zich overeenkomstig de wet van 25 mei 1999 voorzien heeft van een Strategienota sociale economie. Een van de drie delen van die Nota gaat over eerlijke handel en erkent hem, zoals de Europese Unie dat heeft gedaan, als een hulpmiddel voor ontwikkeling en in de strijd tegen armoede;

14. Overwegende dat het federale regeerakkoord in het hoofdstuk « Een rechtvaardiger wereld » onder punt 6, « Belgiė zal zich inzetten voor een menselijke globalisering », vermeldt dat er een interparlementaire commissie zal worden gevormd die zich zal buigen over « de bevordering van de import uit ontwikkelingslanden »;

15. Overwegende dat de overheid reglementaire en niet-reglementaire instrumenten moeten gebruiken om de consument de juiste keuze te helpen maken, de ondernemingen te stimuleren om zich maatschappelijk verantwoord te gedragen en de eerlijke handel te ondersteunen als beleid voor solidaire ontwikkelingssamenwerking;

Wat betreft labels en zelfregulering

16. Gezien aan de oorsprong van dit fenomeen niet-staatsgebonden actoren liggen, meestal verenigingen; dat het middenveld als eerste de kwesties van een ethische of verantwoorde economie op de voorgrond plaatste; dat de sectororganisatie sedert ruim veertig jaar door hun vormingswerk en het aan de kaak stellen ervan een niet te ontkennen invloed hebben gehad op het de maatschappij;

17. Gezien niet alle onder de eerlijke handelsmerken verkochte producten (OXFAM Fair Trade, Made in Dignity, Maya en Fair Trade) in de strikte zin voorzien zijn van een label maar dat de specifieke aard van die organisaties vaak volstaat om de consumenten ervan te overtuigen dat de producten en handelspraktijken overeenstemmen met de principes van de eerlijke handel;

18. Gezien uitwassen mogelijk zijn omdat de eerlijke handel of, specifieker nog, de eerlijke handelstransactie, niet berust op een juridische definitie of een wettelijke erkenning zodat er geen sancties staan op uitwassen; gezien de overheid dus ook geen wettelijke basis heeft om mensen te steunen die dit soort handel op een ernstige manier drijven, tenzij het gaat om NGO's die officieel door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking zijn erkend;

19. Gezien steun moet worden geboden aan de inspanningen van de NGO's om de organisaties te versterken (FLO, EFTA en IFAT) die zorgen voor het toekennen van de labels en voor de controle op de eerlijke handel teneinde gemeenschappelijke criteria voor het toekennen van een label en voor homologatie op te stellen;

20. Overwegende dat de recente uitbreiding van de ethische « beweging » buiten de verenigingswereld tot in de ondernemingen zelf de nood aan regulering en standaardisering heeft vergroot; dat steeds meer ondernemingen een eigen gedragscode goedkeuren;

21. Overwegende dat het verheugend is dat de ondernemingen zich steeds meer bewust worden van sociale en milieuproblemen, maar men toch kan vragen stellen bij deze zelfregulering buiten elk normatief optreden om; dat die nieuwe evolutie de nood versterkt aan regelgeving en dat is een taak van de overheid;

22. Gezien dat vandaag heel wat « traditionele » distributeurs eerlijke handel als een interessante niche zien voor hun marges en hun imago; dat in die context de verleiding groot is om gespecialiseerde actoren (de oprichters, voornamelijk NGO's) tegenover de niet-gespecialiseerde te plaatsen (de klassieke industriėlen en distributeurs) en uit te roepen dat de grote distributiegroepen het thema recupereren;

23. Overwegende dat iedereen een nuttige bijdrage kan leveren voor de ontwikkeling van de sector; dat de gespecialiseerde en de niet-gespecialiseerde sector elkaar perfect kunnen aanvullen; dat de eerste geeft voorrang aan het mobiliseren van de burger, de hulp bij de ontwikkeling van nieuwe netwerken en producten en zorgt voor de beheersing van de criteria en de ontwikkeling van het concept; dat alleen zij voldoende praktijkervaring hebben en hun motivatie en hun onbaatzuchtige activiteiten voor leden hen een legitimiteit geven zonder weerga; dat de tweede sector zich in de eerste plaats tot de consument richt en de grootschalige distributie en ontwikkeling van netwerken en producten mogelijk maakt;

24. Gezien de consumentenorganisaties menen dat per domein slechts één label moet bestaan; dat de vele, bestaande labels de consumenten in de war brengen;

25. Overwegende dat de Europese Commissie denkt dat een wettelijke erkenning van het concept de volgende voordelen zou hebben :

— de eerlijke handel te beschermen tegen mogelijke misbruiken; met name tegen het risico dat bedrijven het concept eerlijke handel inkapselen enkel om promotiedoeleinden,

— een bijkomende garantie te bieden voor de verbruikers,

— de producten uit de eerlijke handel op de openbare markten te bevorderen en specifieke instrumenten te ontwikkelen om de eerlijke handel te steunen;

B. Aanbevelingen

De Commissie,

Richt de volgende aanbevelingen tot de regering :

A. Het begrip eerlijke handel beter te definiėren door :

1. Te ijveren voor een Europese erkenning van de organisaties inzake eerlijke handel;

2. Ervoor te ijveren dat er algemene criteria worden opgesteld voor de aanpak van de eerlijke handel, waarover een consensus mogelijk is tussen alle betrokken partijen en die later dienst kunnen doen als basis voor een referentiesysteem; daartoe een studiegroep op te richten met alle betrokken partijen, NGO's en de overheid;

3. Bij ontstentenis van een « institutioneel » kader (zoals ISO-normen) voor de eerlijke handel, die uitsluitend op het verenigingsleven rust, de eerlijke handel te voorzien van een « officieel » verificatiesysteem, vrijgesteld van de administratieve problemen die inherent zijn aan dit soort interventie; deze erkenning zou het statuut van de labels versterken en zou ze aantrekkelijker maken voor bedrijven. Belgiė, en de EU in het algemeen, zouden deze labelling ook moeten verdedigen binnen de WHO;

4. Te werken aan een betere grotere duidelijkheid van de labels : ondermeer door de eerlijke handel van de ethische handel te onderscheiden;

5. Een reflectie aan te vatten over het labellen van samengestelde producten en dit niet alleen voor wat elementen betreft van de filičre van de « eerlijke productie »;

B. De eerlijke handel beter te controleren

6. Door de controle in de keten van de eerlijke handel te blijven bewerkstelligen ondermeer via het labellen van de producten en het certifiėren van de IFAT-producenten en de distributeurs (International Fair Trade Association) en EFTA (European Fair trade Association);

7. Controle via meer bepaald de Europese richtlijn inzake misleidende reclame (richtlijn 84/450). Deze richtlijn kan als grondslag dienen voor de verificatie en de controle achteraf, met als doel de verbruikers de nodige bescherming te bieden. Anderzijds moet een systeem bedacht worden waarin het toezicht en de homologatie toevertrouwd worden aan een onafhankelijke, externe instelling;

C. De eerlijke handel te promoten door :

8. Erop toe te zien dat, in het raam van de groei van de begrotingen voor ontwikkelingshulp, om te geraken aan de 0,7 % van BBP vanaf 2010, er een prioriteit zou heersen en een verhoging van de begrotingen toegewezen aan de sector van de eerlijke handel. Vermits hij reeds meermaals zijn positieve impact heeft bewezen op de strijd tegen de armoede, zou de eerlijke handel een volwaardige steunpilaar van de Belgische ontwikkelingssamenwerking moeten worden;

9. Ondersteuning te verlenen aan de verenigingen die de eerlijke handel promoten;

10. Het beleid van preferentiėle aankopen van producten van eerlijke handel door overheidsdiensten aan te moedigen en te consolideren;

11. Een bedrag dat aan de accijnzen op koffie beantwoordt toe te kennen voor productiediversificatie in de keten van de eerlijke handel;

12. De prefinanciering bij het plaatsen van bestellingen van producten uit de eerlijke handel via de DGOS te blijven promoten; doordat dit van fundamenteel belang is om de lokale producenten de financiėle zekerheid te waarborgen om de periode tussen twee oogsten te overbruggen, zodat ze geen schulden moeten maken op de lokale markt;

13. Het waarborgfonds voor de eerlijke handelsproducten armslag te geven door de toegang te vergemakkelijken tot het waarborgstelsel dat de prefinanciering dekt, en het te verbreden tot alle partners in de keten van de eerlijke handel die erkend zijn door het FLO of de IFAT, en door niet alleen tot de door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking erkende NGO's; Handelsbedrijven die werkzaam zijn in het circuit van de eerlijke handel moeten er ook aanspraak op kunnen maken; de door de waarborg gedekte risico's te verruimen, en niet te beperken tot natuurrampen en oorlogen vermits eerlijke handel meer risico's inhoudt dan de klassieke handel; het waarborgfonds toe te spitsen op deze risico's zodat het een volwaardig instrument wordt in de ontwikkeling, zodat sommige Zuid-Zuid-transacties ook zouden gedekt worden;

14. Te ijveren voor een nieuwe evaluatie over de vrijhandelsakkoorden die de douanetarieven per product bepalen voor producten in de keten van de eerlijke handel en dit teneinde in Europa een toegankelijkheid te vergemakkelijken tegen competitieve prijzen;

15. Reflectie aan te moedigen over een extra taks voor producten die de minimumnormen van de ILO met voeten treden;

16. De ontwikkeling te stimuleren van nieuwe distributeurs van producten uit eerlijke handel;

17. Een programma tot stand te brengen om de productie en de handel in eerlijke producten te steunen. (Om doeltreffend de armoede te bestrijden, moet de eerlijke handel gemarginaliseerde producenten in staat stellen om hun economische activiteit op langere termijn te bekijken. De ontwikkeling van nieuwe producten of een constante verbetering van bestaande producten is onontbeerlijk om het aangeboden gamma te vernieuwen, om de producten die aan het einde van de cyclus zijn gekomen te vervangen, om verbruikers die gevoelig zijn voor modeverschijnselen tevreden te stellen en om tegemoet te komen aan de fytosanitaire eisen van de Europese Unie);

N.a.v. het harmoniseringsproces met de nieuwe Europese richtlijn, en zonder afbreuk te doen aan de verworvenheden van de Belgische wet op de openbare opdrachten, zoals het in overweging nemen van overwegingen van sociale en ethische aard in de toewijzingscriteria van deze opdrachten (wij bevelen de regering aan om ondermeer attent te zijn op dit punt, wanneer het in Ministerraad komt).

D. De ontwikkelingshulp en eerlijke handel te coördineren

18. Door de indeplaatsstelling te promoten van het fonds voor diversificatie en voor productontwikkeling en voor de ontwikkeling van de productiecapaciteit in het Zuiden (Dit fonds zou enerzijds tot roeping hebben de oprichting en de consolidering van producentencoöperatieven te begeleiden, en anderzijds een steun betekenen aan de producentenorganisaties om op een bepaald tijdstip een kwaliteitsvol product op de markt te brengen);

19. Door bijzondere aandacht te besteden aan Afrika, op het gebied van de eerlijke handel;

20. Door de ontwikkeling steunen van vrouw-vriendelijke ambachten;

E. Te zorgen voor politieke steun voor het begrip eerlijke handel op Europees niveau door :

21. Het Europese Parlement aan te sporen om een werkgroep op te richten over eerlijke handel, die de evolutie ervan opvolgt;

22. Eerlijke handel te integreren als een complementair instrument binnen het Europese beleid van Ontwikkelingssamenwerking;

23. De discussie te starten op Europees niveau om een Europese standaardnorm te definiėren voor producten uit Eerlijke Handel;

24. Er bij de EU voor te pleiten de doeanerechten af te schaffen op de producten die in het Zuiden werden getransformeerd, en voor zover ze afkomstig zijn van de eerlijke handel;

E. Te zorgen voor politieke steun voor het begrip Eerlijke Handel op internationaal niveau : FAO, UNCTAD, OESO, Wereldhandelsorganisatie :

25. De UNCTED aan te sporen om een gedeelte van haar werk te wijden aan de verschillende hedendaagse experimenten in verband met Eerlijke Handel, om de zwakheden te bepalen die een sterkere financiėle, politieke of legislatieve steun nodig hebben;

26. Te werken aan een verbetering van de handelsregels van het WTO om de ontwikkeling van Eerlijke Handel te vergemakkelijken;

27. De FAO aan te sporen om zijn expertise uit te diepen omtrent de synergieėn tussen Eerlijke Handel en ontwikkelingsacties;

28. De discussie binnen het WTO aan te gaan over de regels van herkomst die de intellectuele eigendom erkennen;

29. Het debat opnieuw te lanceren binnen de Verenigde Naties over een reguleringssysteem per product, ten einde bij te dragen tot een stabilisatie van de prijzen.

Pierre GALAND.
Jacinta DE ROECK.
Olga ZRIHEN.