3-160 | 3-160 |
De heer Frank Creyelman (VL. BELANG). - Op 1 maart 2005 trad de zogenaamde IKEA-wet in werking, die neerkomt op een grondige aanpassing van de wet op de handelsvestigingen, met het doel het vergunningenbeleid voor de vestiging van grote winkels en winkelcomplexen te vergemakkelijken, onder meer door de beslissing daartoe aan de gemeenten toe te kennen.
De zelfstandigenvereniging UNIZO heeft een jaar na de inwerkingtreding van deze wet een evaluatie gemaakt en meteen ook de gebreken ervan blootgelegd. Ik nodig de minister uit deze uitgebreide analyse door te nemen als ze dat nog niet heeft gedaan. Zelf zal ik niet alle details aanhalen, maar de grote lijnen ervan synthetiseren.
Ten eerste, worden de aanvragen veel meer ingewilligd dan voorheen, met een wildgroei tot gevolg. Winkelcomplexen worden meer ingeplant in perifere gebieden, wat in het kader van de ruimtelijke ordening niet echt gewenst is.
Ten tweede, zijn er grote verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië met betrekking tot de toepassing van deze wet.
Ten derde, zijn de gemeenten onvoldoende onderlegd en opgewassen voor een oordeelkundig besluit omtrent wenselijkheid van de inplanting van een winkelcomplex.
Ten vierde, blijkt een op vier gemeenten de bestaande procedures niet tot een goed einde te kunnen brengen bij gebrek aan voldoende informatie vanwege de centrale overheid en een gebrek aan middelen, met soms ernstige gevolgen, waaronder problemen met de beroepsprocedure.
UNIZO lanceerde dan ook voorstellen om deze wet te verbeteren.
In de eerste plaats vraagt UNIZO een regionalisering van het handelsvestigingsbeleid, gelet op de grote verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië.
UNIZO vraagt ook een vereenvoudiging van de vergunningsprocedures en pleit ervoor die procedures objectiever te laten verlopen, onder meer door het opstellen van een distributie-index en een retail scan.
UNIZO pleit eveneens voor een betere werking van de overheidsdiensten, onder meer van de FOD Economie.
Heeft de minister al een evaluatie van deze wet gemaakt en, in bevestigend geval, welke besluiten werden daaruit getrokken?
Werd de studie van UNIZO reeds geanalyseerd en welke conclusies leidt de minister daaruit af?
Wordt overwogen deze wet of de uitvoering ervan bij te sturen, al dan niet op basis van de bevindingen en de verzuchtingen van UNIZO? Zo ja, in welke zin?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Ik heb kennis genomen van de analyse van UNIZO van de wet van 13 augustus 2004 op de vergunning van handelsvestigingen.
Deze wet bepaalt dat het Nationaal sociaal-economisch comité voor de distributie een jaarverslag voorlegt. Ik wacht dat jaarverslag af alvorens de wet te evalueren en eventuele aanpassingen te overwegen.