3-1678/1

3-1678/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

27 APRIL 2006


Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met een onderzoek naar de dynamitering van de IJzertoren op 15 maart 1946 en naar de wijze waarop het gerechtelijk onderzoek dienaangaande werd gevoerd

(Ingediend door de heer Yves Buysse)


TOELICHTING


Op 15 juni 1945 werd met explosieven een aanslag gepleegd op de IJzertoren te Diksmuide. De toren raakte zwaar beschadigd. Na de aanslag volgde een gerechtelijk onderzoek, nauwelijks die naam waardig. Het liep dan ook op niets uit. Op 15 maart 1946 werd de IJzertoren bij een tweede aanslag volledig in puin gelegd. Het gerechtelijk onderzoek dat volgde op de tweede aanslag leverde evenmin iets op. De verdachten werden in 1951 buiten vervolging gesteld en de zaak werd definitief afgesloten in 1954.

Onderzoek van journalist Willy Moons, verschenen in zijn boek Het taboe van Vlaanderen : 40 jaar na de aanslag (1986), heeft aangetoond dat de uitvoerders van de dynamitering vrijwel zeker in kringen van het Belgisch leger moesten worden gezocht, meer bepaald bij de ontmijningsdienst. De opdrachtgevers zijn nooit in beeld gekomen, hoewel het leger onder politieke verantwoordelijkheid opereert. Vast staat in elk geval dat het onderzoek naar de aanslag gepaard ging met gerechtelijke en vooral politieke intriges, die ervoor gezorgd hebben dat het wel op een sisser moest uitlopen en in de doofpot verdween. De rechter die het onderzoek leidde, werd zwaar ge´ntimideerd door de procureur des Konings te Veurne en de procureur-generaal te Gent. Die laatste eiste op een gegeven ogenblik zelfs dat de onderzoeksrechter van de zaak zou worden gehaald. Ook de minister van Justitie mengde zich persoonlijk in het onderzoek en zijn rol dienaangaande was evenmin onbesproken. Willy Moons besluit zijn boek als volgt : ź Wie de IJzertoren heeft gedynamiteerd is nu, veertig jaar na de aanslag, niet meer belangrijk. Zij waren slechts uitvoerders van een bevel en de ware daders zijn de verantwoordelijken achter de schermen. Toch werden door de reportagereeks, die van 16 juni 1985 tot 16 maart 1986 in de editie ź Westhoek ╗ van Het Nieuwsblad verscheen, belangrijke gegevens over de daders bekend. Hierop steunend menen we te kunnen stellen dat de dynamitering van de IJzertoren werd uitgevoerd door het leger. Die stelling steunt niet op bluf van medaillejagers, maar op een nederige bekentenis van een van de medewerkers aan de aanslag, die rust zocht voor zijn geweten. Deze beroepsmilitair heeft, op bevel van zijn officier(en), de munitie voor de aanslag van het DOVO-kamp in Westrozebeke naar de IJzertoren vervoerd. Daar werd zij door vier collega's van DOVO geplaatst en tot ontploffing gebracht onder toezicht van een leidinggevende officier. ╗

De onderzoekscommissie die we willen oprichten moet nagaan waarom en hoe het onderzoek gesaboteerd werd, wie de daders en de opdrachtgevers waren en wie hen de hand boven het hoofd hield. Ze moet vooral zowel de politieke als de gerechtelijke verantwoordelijkheid voor de mislukking van het gerechtelijk onderzoek blootleggen. De dynamitering van de IJzertoren in 1946 was ontegensprekelijk een politiek ge´nspireerde aanslag met als bedoeling het symbool van het Vlaams zelfstandigheidsstreven neer te halen en zo de Vlaamse beweging een bijkomende klap toe te dienen. Aangezien de IJzertoren reeds jaren is uitgeroepen tot memoriaal van de Vlaamse Gemeenschap, heeft de publieke opinie, ook vandaag, zestig jaar na de feiten, het recht om te weten wie de IJzertoren heeft opgeblazen, waarom en in wiens opdracht, en waarom het gerechtelijk onderzoek is mislukt.

Yves BUYSSE.

VOORSTEL


Artikel 1

Er wordt een parlementaire onderzoekscommissie opgericht, belast met een onderzoek naar de dynamitering van de IJzertoren op 15 maart 1946.

Meer bepaald heeft de onderzoekscommissie tot taak :

1║ een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden waarin de dynamitering heeft plaatsgevonden;

2║ de uitvoerders van de dynamitering aan te wijzen;

3║ de opdrachtgevers van de dynamitering aan te wijzen;

4║ na te gaan op welke manier en in welke omstandigheden het gerechtelijk onderzoek naar de dynamitering is gevoerd, met bijzondere aandacht voor de politieke be´nvloeding van dat onderzoek;

5║ de politieke verantwoordelijkheid voor de mislukking van het onderzoek vast te leggen.

Art. 2

De commissie bestaat uit negen leden, die de Senaat uit zijn leden aanwijst volgens de regel van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties.

Art. 3

De commissie wordt bekleed met alle bevoegdheden waarin de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek voorziet.

Art. 4

De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De commissie kan evenwel op elk ogenblik het tegendeel beslissen.

Art. 5

Binnen het budget dat het bureau van de Senaat haar ter beschikking stelt, kan de commissie alle nodige maatregelen nemen teneinde het onderzoek op deskundige wijze te voeren.

Art. 6

De commissie brengt binnen zes maanden na haar oprichting verslag uit aan de Senaat.

15 maart 2006.

Yves BUYSSE.