3-854/4

3-854/4

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

19 APRIL 2006


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 21 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte


AMENDEMENTEN


Nr. 3 VAN DE HEER KONINCKX EN MEVROUW TALHAOUI

Art. 1bis (nieuw)

Een artikel 1bis (nieuw) invoegen, luidende :

 Art. 1bis. — Het opschrift van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, wordt gewijzigd als volgt :  Wet van 26 juli 1962 betreffende de versnelde rechtspleging inzake onteigening ten algemenen nutte. 

Verantwoording

In de praktijk wordt bij onteigeningen door de overheid steevast naar deze wet teruggegrepen. Dat is ook logisch vermits het de overheid toelaat op een snelle manier bezit te nemen van de onteigende goederen en aldus de voorgenomen plannen ook snel te kunnen uitvoeren. Al moet dat snel soms al eens met een korrel zout genomen worden. Snel is immers een relatief begrip, zeker in bestuurszaken. De voorgestelde amendementen willen de wet van 1962 op deze praktijk afstemmen en als het ware van deze wet, oorspronkelijk bedoeld als uitzondering, ook wettelijk de regel maken.

Amendement nr. 4 schrapt daarom de term  onmiddellijke , die in artikel 1 van de genoemde wet ingeschreven staat wat betreft de inbezitneming door de overheid van het onteigende goed.

Daarom willen we ook ingaan tegen de rechtspraak die van langsom meer het begrip  hoogdringendheid , die op die manier in de wet ingeschreven staat, toetst.

In diverse uitspraken is deze hoogdringendheid reeds verworpen doordat de overheid naar de mening van de rechter onvoldoende gemotiveerd heeft.

Daartegenover staat dat dit vanuit bestuursoogpunt niet altijd vanzelfsprekend is. Naar onze mening gaat het ook niet op dat een individueel belang op die manier het algemeen belang kan doorkruisen.

Deze voorgestelde wijziging moet naar onze mening ook — eerlijkheidshalve — vertaald worden naar het opschrift van de wet, wat in amendement nr. 16 neergeschreven is.

Nr. 4 VAN DE HEER KONINCKX EN MEVROUW TALHAOUI

Art. 1ter (nieuw)

Een artikel 1ter (nieuw) invoegen, luidende :

 Art. 1ter. — In artikel 1 van dezelfde wet wordt het woord  onmiddellijke  geschrapt.

Verantwoording

Zie amendement nr. 3.

Flor KONINCKX
Fauzaya TALHAOUI.