3-1027/4 | 3-1027/4 |
1 FEBRUARI 2006
Nr. 1 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 2
In het eerste lid van dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. in de Nederlandse tekst van het 1º, het woord « senior » vervangen door het woord « oudere »;
B. het 2º en 3º doen vervallen.
Verantwoording
Op verzoek van de Vlaamse ouderenorganisaties, die werden uitgenodigd op de hoorzittingen van de Werkgroep « Vergrijzing van de bevolking » van de Senaat, wordt de naam van de Adviesraad gewijzigd in « Federale Adviesraad voor Ouderen ». Het is dan ook nuttig om meteen overal in de wet het begrip « senior » te vervangen door het begrip « oudere ».
Punt 2º van het eerste lid is eigenlijk overbodig. De definitie van het begrip « participatie » heeft geen zin, aangezien dit begrip niet in deze wet wordt gebruikt. Overeenkomstig het advies van de Dienst Wetsevaluatie van de Senaat wordt dan ook voorgesteld om dit punt 2º te schrappen.
De definitie van « de minister » in punt 3º wordt eveneens geschrapt, aangezien dit begrip in deze wet slechts enkele keren wordt gebruikt, waardoor het even werkbaar is om meteen de volledige omschrijving in de wet zelf in te schrijven.
Nr. 2 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 3
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. § 1 vervangen als volgt :
« Er wordt een Federale Adviesraad voor Ouderen opgericht, hierna de Adviesraad genoemd. »;
B. § 2 vervangen als volgt :
« De Adviesraad oefent de opdrachten, bedoeld in § 3, uit ten aanzien van de tot de bevoegdheid van de federale overheid behorende aangelegenheden.
Voor de sector pensioenen wordt er een permanente commissie opgericht binnen de Raad. De Raad kan voor andere bevoegdheden of onderwerpen bijkomende permanente of tijdelijke werkgroepen of commissies oprichten. »
C. in § 3 de woorden « het federaal parlement » vervangen door de woorden « een Wetgevende Kamer », het woord « seniorenbeleid » vervangen door het woord « ouderenbeleid » en het woord « senioren » vervangen door het woord « ouderen »;
D. in § 4 het woord « instantie » vervangen door het woord « leden van de regering » het woord « formuleren » en het woord « wil » vervangen door het woord « willen ».
E. § 5 vervangen als volgt :
« De Adviesraad brengt jaarlijks verslag uit over zijn werkzaamheden aan de federale regering en de Wetgevende Kamers. »
Verantwoording
Op verzoek van de Vlaamse ouderenorganisaties, die werden uitgenodigd op de hoorzittingen van de Werkgroep « Vergrijzing van de bevolking » van de Senaat, wordt de naam gewijzigd in « Federale Adviesraad voor Ouderen ». De vertaling in het Frans mag wel behouden blijven : « Conseil consultatif fédéral des seniors ».
In plaats van de Adviesraad volledig apart en onafhankelijk van het bestaande Raadgevend Comité voor de pensioensector te laten bestaan, is het logischer en meer bevorderlijk voor de coherentie van de uitgebrachte adviezen dat de materies waarvoor het bestaande Raadgevende Comité voor de pensioensector bevoegd is, eveneens aan de Raad worden toevertrouwd. De oorspronkelijk voorziene uitzondering is dus niet langer nodig. Teneinde de expertise te ontwikkelen en te behouden die nodig is voor een technisch en gespecialiseerd thema zoals de pensioenen, wordt evenwel voorzien in de oprichting van een gespecialiseerde, permanente commissie pensioenen binnen de Raad.
De eerste wijziging van § 3 is een technische, legistieke wijziging. De volgende wijzigingen komen voort uit amendement nr. 1 waardoor in de wet telkens het begrip « senior » wordt vervangen door het begrip « oudere ».
De Wetgevende Kamers, Kamer en Senaat, regelen zelf, ieder voor zich, in hun reglement, de wijze waarop ze hun bevoegdheden uitoefenen. De wet kan dus niet bepalen dat de Wetgevende Kamers moeten meedelen welk gevolg zij aan een advies van de Adviesraad geven, noch dat zij hun beslissing omstandig moeten motiveren indien zij geen gevolg wensen te geven aan een advies. Vandaar dat het begrip « de instantie », waaronder de Wetgevende Kamers dus ook vielen, wordt vervangen door « de leden van de regering ».
De wijziging van § 5 is volledig conform het voorstel van de Dienst Wetsevaluatie van de Senaat. De eerdere bepaling zou niet volledig duidelijk zijn geweest : wat indien de regering en het Parlement in de loop van een jaar geen enkele opdracht gaven aan de Adviesraad en de raad slechts uit eigen initiatief adviezen uitbracht ? Moet de Adviesraad dan ook een verslag uitbrengen ? Of wat indien alleen de regering opdrachten gaf en het Parlement geen ? Moet de Adviesraad dan alleen verslag uitbrengen bij zijn enige opdrachtgever van dat jaar, dus bij de regering, of toch ook bij het Parlement ? Daarom wordt dus het begrip « opdrachtgevers » uit § 5 geschrapt.
Nr. 3 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 4
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. het eerste lid van § 1 vervangen als volgt :
« De Adviesraad is samengesteld als volgt :
1º tweeëntwintig door het Vlaams Ouderen Overleg Komitee voorgedragen effectieve leden;
2º veertien door de aan het Waalse Gewest toegevoegde « Conseil Wallon du troisième âge » voorgedragen effectieve leden;
3º twee door de « Conseil consultatif bruxellois, francophone de l'Aide aux Personnes et de la Santé » voorgedragen effectieve leden;
4º twee door de « Rat der Seniorinnen und Senioren der Deutschsprachigen Gemeinschaft » voorgedragen effectieve leden;
5º ten hoogste vijf Nederlandstalige en ten hoogste vijf Franstalige leden die op basis van hun wetenschappelijke deskundigheid worden voorgedragen;
6º elk lid van de regering kan een vertegenwoordiger aanduiden en voordragen als lid. »
B. het tweede lid van § 1 vervangen als volgt :
« Op voordracht van de ministers die de pensioenen en die de Sociale zaken onder hun bevoegdheid hebben, benoemt de koning op dubbele lijsten voorgedragen leden en hun plaatsvervangers en waken over de pluralistische en representatieve samenstelling van de plenaire vergadering. »
C. het derde lid van § 1 doen vervallen.
D. Het eerste lid van § 2 vervangen als volgt :
« De onder § 1, 1º tot en met 4º, bedoelde leden hebben een beraadslagende stem. De onder § 1, 5º tot en met 6º, bedoelde leden hebben zitting met raadgevende stem. »
E. § 4 vervangen als volgt :
« Het voorzitterschap wordt bij beurtrol uitgeoefend door een lid behorende tot de Nederlandse of de Franse taalgroep, dat verkozen wordt door en onder de leden van de Adviesraad voor een termijn van twee jaar. »
Verantwoording
Dit amendement wijzigt de samenstelling van de Adviesraad.
De eerste betreft de schrapping van de bepaling dat de leden die worden voorgedragen moeten behoren tot de meest representatieve ouderenorganisaties. Als de leden immers worden voorgedragen door de genoemde instellingen van de gewesten en gemeenschappen, dan mag men er immers van uit gaan dat die mogen worden beschouwd als representatief.
Een tweede wijziging betreft de samenstelling zelf van de Adviesraad. In het voorliggende wetsvoorstel weerspiegelt de verdeling van de zetels over de verschillende gemeenschappen van dit land niet het relatieve gewicht van de bevolkingsaantallen van die gemeenschappen. Dit wordt nu gecorrigeerd.
Dit heeft het op het eerste zicht misschien merkwaardige gevolg dat het Vlaams Ouderen Overleg Komitee tweeëntwintig leden kan voordragen in plaats van 20. Dit moet evenwel samen gelezen worden met de wijzigingen inzake de Brusselse vertegenwoordiging. Er zijn 4 Brusselse vertegenwoordigers en in plaats van die uitsluitend te rekruteren bij een eentalige organisatie, is het aangewezen deze gelijkelijk te laten voordragen door beide taalgroepen, wat trouwens ook beter zou stroken met het tweetalig statuut van het Brussels Gewest. Het OOK vertegenwoordigt evenwel niet alleen ouderenorganisaties in Vlaanderen, maar ook in Brussel, zodat de twee voor te dragen Nederlandstalige Brusselse leden eveneens voorgedragen moeten worden door het OOK, wat het totaal aantal voor te dragen OOK-leden op 22 brengt.
Een derde wijziging betreft de creatie van de mogelijkheid dat elk federaal regeringslid zich kan laten vertegenwoordigen. Deze mogelijkheid is van belang omdat de Adviesraad zich ten slotte kan uitspreken over elke federale bevoegdheid.
De vierde wijziging specificeert de ministers op wier voordracht de koning de leden benoemt. Dit is noodzakelijk aangezien de definitie van het begrip « minister » door amendement nr. 1 werd geschrapt. Daarnaast specificeert de wijziging ook dat de leden en hun plaatsvervangers op dubbele lijsten moeten worden voorgedragen en dat de koning bij zijn keuze rekening moet houden met een pluralistische en representatieve samenstelling. Als de ministers immers de bevoegdheid hebben om te benoemen, dan moeten ze ook een keuzemogelijkheid hebben. Als de instellingen van de gewesten en gemeenschappen evenveel leden mogen voordragen als er effectief zullen zetelen, dan holt dit de benoemingsbevoegdheid van de koning sterk uit.
De vijfde wijziging schrapt de voorwaarde voor de instellingen van de gewesten en gemeenschappen om maximaal rekening te houden met de man-vrouwverhouding. Zoals ook de Dienst Wetsevaluatie van de Senaat benadrukt was deze voorwaarde overbodig, omdat de Adviesraad sowieso moet wordt samengesteld met inachtneming van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid.
De zesde wijziging is volledig conform het advies van de Dienst Wetsevaluatie van de Senaat en betreft de wijziging van § 4. De vraag rees immers of de bepaling geen schending inhoudt van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel. Er bestaat namelijk geen objectieve en redelijke verantwoording voor het voorbehouden van het voorzitterschap aan senioren (60-plussers). Bovendien zullen de verschillende organisaties wellicht ook spontaan al uitsluitend senioren voordragen.
Nr. 4 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 4bis (nieuw)
Een artikel 4bis (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 4bis. — De Adviesraad kan te allen tijde de minister die belast is met een materie die het voorwerp uitmaakt van de besprekingen binnen de Adviesraad, of de door deze minister aangeduide vertegenwoordiger, uitnodigen om één of meerdere vergaderingen van de Adviesraad bij te wonen. »
Verantwoording
Als de Adviesraad plant om over een bepaald beleidsdomein of beleidsvoorstel te discussiëren, dan kan de discussie alleen maar baat hebben bij de aanwezigheid van de bevoegde minister of zijn vertegenwoordiger. Daarom wordt deze mogelijkheid via dit amendement ook gecreëerd.
Nr. 5 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 5
In § 3 van dit artikel de woorden « de minister die Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft of zijn gemachtigde » vervangen door de woorden « de federale overheidsdienst Sociale Zaken » en het woord « deze » vervangen door « de ».
Verantwoording
Aangezien de federale overheidsdienst Sociale Zaken conform § 1 van artikel 5 het secretariaat verzorgt van de Adviesraad is het ook logisch dat zij ook de verzekeringsovereenkomst afsluit die wordt vermeld in § 3 van artikel 5.
Nr. 6 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 6
In dit artikel het woord « minister » vervangen door de woorden « de ministers die de pensioenen en die Sociale zaken onder hun bevoegdheid hebben ».
Verantwoording
Dit amendement specificeert aan welke ministers het huishoudelijke reglement moet worden voorgelegd, aangezien de definitie van het begrip « minister » door amendement nr. 1 werd geschrapt.
Nr. 7 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 6bis (nieuw)
Een artikel 6bis (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 6bis. — Het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector wordt opgeheven. »
Verantwoording
Om te vermijden dat er op het federale niveau twee adviesorganen met ouderenorganisaties volledig naast elkaar zouden bestaan, is het belangrijk dat deze wet iets zegt over de verhouding tussen de Adviesraad en het bestaande Raadgevend Comité voor de pensioensector. Overeenkomstig amendement nr. 2, kiest deze wet ervoor om de opdrachten van het Raadgevend Comité voor de pensioensector voortaan onder te brengen in de Adviesraad en toe te vertrouwen aan een gespecialiseerde commissie, dit om de in amendement nr. 2 uiteengezette redenen.
Nr. 8 VAN MEVROUW GEERTS
Art. 6ter (nieuw)
Een artikel 6ter (nieuw) invoegen luidend als volgt :
« Art. 6ter. — De koning kan de bepalingen die door het artikel 6bis van deze wet werden toegevoegd of gewijzigd in het vermelde koninklijke besluit, opnieuw wijzigen, opheffen of aanvullen. Hij volgt daarbij de procedures en vormvereisten die voorheen reeds golden voor het wijzigen, opheffen of aanvullen van dat besluit. »
Verantwoording
Om te vermijden dat er op het federale niveau twee adviesorganen met ouderenorganisaties volledig naast elkaar zouden bestaan, heft deze wet het Raadgevend Comité voor de pensioensector op. Zo doende grijpt deze wet evenwel in op een aan de koning toekomende bevoegdheid. Om het principe van de scheiding der machten te respecteren machtigt dit artikel daarom de Koning expliciet deze wijziging op te heffen, aan te vullen of te wijzigen volgens de geijkte procedures.
Nr. 9 VAN MEVROUW GEERTS
Opschrift
In het opschrift het woord « Senioren » vervangen door het woord « Ouderen ».
Verantwoording
Aangezien amendement nr. 2 de naam van de Adviesraad wijzigt, is het logisch dat ook de titel van deze wet, die de naam van de Adviesraad in zich draagt, wordt gewijzigd.
| Christel GEERTS. |