3-154

3-154

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 16 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de oprichting van een Europees instituut voor gelijke kansen» (nr. 3-1052)

De voorzitter. - De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk, antwoordt.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Voor een gelijke kansenbeleid is het belangrijk over een aantal institutionele mechanismen te beschikken, zoals bijvoorbeeld een Instituut voor gelijke kansen. Er bestaan plannen om in 2007 een Europees instituut voor gelijke kansen op te richten. Het zou opportuun zijn dit instituut in Brussel te huisvesten, nabij de andere Europese besluitvormingsechelons.

Heeft de regering hiertoe reeds een gemotiveerde kandidatuur ingediend?

Is zij op de hoogte van het feit dat andere landen wel al een gemotiveerde kandidatuur hebben ingediend?

Zijn er hierover gesprekken gaande met de diverse Belgische institutionele mechanismen zoals Amazone en de Raad van de Gelijke Kansen?

Komt dit thema aan bod op de Europese Top gelijke kansen van volgende week?

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Ik lees het antwoord van minister Dupont.

Ik weet dat verschillende landen reeds hebben gevraagd om het op te richten Europees Genderinstituut te huisvesten. Op de Europese Raad van 12 en 13 december 2003 zijn de ministers overeengekomen voorrang te geven aan de nieuwe lidstaten voor de vestiging van nog op te richten bureaus of agentschappen. Toch heb ik de vestiging van het Europees Genderinstituut te Brussel geagendeerd op de interministeriële conferentie Integratie in de Maatschappij van 8 februari 2006. Met de steun van de ministers van Gelijke Kansen van de gemeenschappen en de gewesten heb ik er bij minister De Gucht op aangedrongen de mogelijkheid te onderzoeken dat België zich kandidaat zou stellen om het Europees Genderinstituut te huisvesten.

Brussel is immers de meest geschikte plaats als we de effectiviteit van de werking van dit Instituut en het rationeel gebruik van de middelen die ter beschikking staan van dit Instituut willen waarborgen.

De taak van gendermainstreaming en de andere opdrachten van dit Instituut vereisen de nabijheid van de zetels van de belangrijkste Europese instellingen. Ook de aanwezigheid van het grootste aantal burgers van de verschillende lidstaten en van de zetel van de vertegenwoordigers van de burgermaatschappij, namelijk de Europese vrouwenlobby, en van de organisatie van de sociale partners op Europees niveau zullen het verwezenlijken van de opdrachten van het Europees Genderinstituut vergemakkelijken. De huisvesting van dit Instituut in ons land zou uiteraard ook een waardering voor Brussel en voor de Belgische actie inzake gelijke kansen betekenen en de Belgische initiatieven inzake onderzoek en deskundigheid met betrekking tot gelijkheid tussen mannen en vrouwen dynamiseren, verder ontwikkelen en zichtbaar maken.

Ik ken het advies van de Raad van de Gelijke kansen voor mannen en vrouwen en van de vrouwenorganisaties in deze materie.

De huisvesting van het Genderinstituut staat echter niet op de agenda van de Europese top van volgende week.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik heb daarover gemengde gevoelens. Ik ben wel blij dat de minister nog uitvoeriger dan ikzelf wees op het belang van de huisvesting van het Instituut in Brussel. Het verontrust mij echter dat de minister zei dat hij aan minister De Gucht gevraagd heeft die mogelijkheid te onderzoeken. Daaruit leid ik immers af dat er nog geen gemotiveerde kandidatuurstelling werd ingediend. Ik dring er op aan dat vooralsnog te doen. Als ik goed werd ingelicht, hebben andere landen dat al wel gedaan. Als wij dit zo belangrijk vinden, moeten we dit ook aan Europa tonen.